Een meeldraad (wetenschappelijke benaming: stamen) is een onderdeel van de mannelijke geslachtsorganen van een bloem, dat het stuifmeel voortbrengt. Een meeldraad bestaat uit een helmdraad (filament) en een helmknop (anthere), met gewoonlijk twee helmhokjes (theca).
Meeldraad: Het stuifmeelproducerende deel van een bloem, meestal met een slank filament dat de helmknop ondersteunt . Helmknop: Het deel van de meeldraad waar stuifmeel wordt geproduceerd. Stamper: Het eicelproducerende deel van een bloem. De vruchtbeginsel ondersteunt vaak een lange stijl, bekroond door een stempel.
De stempel of het stigma is het al of niet verbrede, meest kleverige, bovenste gedeelte van de stamper, dat het stuifmeel opneemt. De stempel is bedekt met papillen waaroverheen een cuticula ligt. Stempels kunnen nat of droog zijn.
De Helmknop: Het Deel Dat Stuifmeel Vormt
Het deel van de bloem dat stuifmeel vormt, is de helmknop, gelegen aan het uiteinde van de meeldraad. De helmknoppen zijn meestal bolvormig en bevatten microscopisch kleine korrels. Deze korrels zijn het stuifmeel zelf, en ze dragen de mannelijke geslachtscellen van de plant.
De stamper is het vrouwelijk geslachtsorgaan van een plant. Meeldraden zijn het mannelijke geslachtsorgaan wat stuifmeel produceert. Als het stuifmeel bijvoorbeeld door een insect wordt meegenomen en op een stamper terechtkomt van een andere bloem, kan bevruchting plaatsvinden.
Een meeldraad (wetenschappelijke benaming: stamen) is een onderdeel van de mannelijke geslachtsorganen van een bloem, dat het stuifmeel voortbrengt.
Een bloem met alleen één of meer stampers is een vrouwelijke bloem; een bloem met alleen meeldraden is een mannelijke bloem. Bij windbestuivers zijn de bloemen vaak eenslachtig. Een tweeslachtige bloem heeft zowel stampers als meeldraden.
De helmknop bevindt zich bovenop de meeldraad , het mannelijke voortplantingsdeel. De helmknop is een belangrijk onderdeel van het voortplantingsproces van een bloem. Dit komt omdat het stuifmeelkorrels produceert en herbergt. Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke geslachtscellen voor de bloem.
Tweemachtige bloemen (alle lipbloemen, zoals de witte dovenetel) hebben twee lange en twee korte meeldraden. Viermachtige bloemen bezitten vier lange en twee korte meeldraden. De twee korte meeldraden staan in de buitenste krans en de vier lange in de binnenste krans.
Wanneer het insect op de bloem gaat zitten, blijft er geel poeder aan hem plakken. Dat gele poeder heet stuifmeel, Het insect neemt het mee naar een volgende bloem. Als het stuifmeel van de ene bloem op de stamper van de andere bloem komt, komen er nieuwe zaadjes.
Het stigma is onderdeel van het vrouwelijke voortplantingssysteem van een bloem . Het bevindt zich in het midden van een bloem en helpt bij het verzamelen van stuifmeel. Het stigma bevindt zich bovenop de stijl en is de top van het voortplantingssysteem. Het is wasachtig of plakkerig om het droge stuifmeel te verzamelen dat door de wind wordt geblazen of door insecten wordt overgebracht.
In elke bloem is er eigenlijk maar één onderdeel te vinden. De bloemen van de vrouwelijke boom hebben alleen een stamper, de mannelijke bloem heeft alleen meeldraden. Om de stamper of de meeldraden heen zit een klein bladschubje.
Zelfbestuiving is het proces waarbij de bloem zichzelf bestuift, en kruisbestuiving is het proces waarbij de stuifmeelkorrel van de ene bloem terechtkomt op een andere bloem van dezelfde soort. Bestuiving kan op drie manieren plaatsvinden: Door de plant zelf (zelfbestuiving) Door insecten (kruisbestuiving)
Meel vormt de basis voor bloem. Bij het maken van bloem worden de zemelen en kiemen eruit gezeefd, waardoor er bloem ontstaat. Bloem is minder voedzaam dan meel, omdat de voedzame zemelen en kiemen worden verwijderd.Bloem heeft daardoor ook een fijnere structuur dan meel.
Het bovenste deel van de stamper wordt de stempel genoemd en is plakkerig, zodat het stuifmeel opvangt en vasthoudt . Bij bloeiende planten functioneert de bloem bij seksuele voortplanting.
Delen van meeldraad
Het filament is een lange steelachtige structuur die de helmknop ondersteunt. De helmknop is een tweelobbige structuur die microsporangia bevat voor de productie van stuifmeelkorrels. Kleine nectariën bevinden zich aan de basis van de meeldraden en leveren voedsel voor insecten en vogels die bestuiven.
Mannelijk geslachtsorgaan in een bloem. Een meeldraad bestaat uit helmdraad en helmknop.
Steken alle brandnetels? Nee, er is een ondersoort van de brandnetel (soms beschouwd als een aparte soort) genaamd de steekloze brandnetel of veennetel (Urtica dioica galeopsifolia). Deze heeft geen of heel weinig brandharen – en heeft in plaats daarvan steekloze haren .
De plant heeft ook geneeskrachtige eigenschappen. Een aftreksel van de Paarse dovenetel is goed tegen bloedingen, verse gekneusde blaadjes kunnen aangebracht worden bij snijwondjes. De plant heeft een hoog ijzergehalte, veel vitaminen en veel vezels. De geneeskrachtige thee is heel laxerend en versterkend.
6. Welk voordeel heeft het voor windbloemen dat de helmknoppen buiten de bloemen uitsteken? Zo kan het stuifmeel gemakkelijk door de wind worden weggeblazen.
Bloemen bestaan uit vier basisdelen: de stamper, meeldraden, kelkbladen en kroonbladen .
Te veel water is vaak ook een groot probleem, bijvoorbeeld bij potplanten die in te natte potgrond staan. Bloemknoppen vallen. De bloemknoppen kunnen afvallen door een tekort aan water of juist een teveel aan water. Ook kunnen late nachtvorsten de oorzaak zijn, de tere bloemknoppen bevriezen.
Bij mensen komt volledige tweeslachtigheid niet voor, zodat hier intersekse een betere benaming is, al komt de term 'hermafrodiet' nog voor in oudere literatuur. In sommige gevallen gaat het om een genetische fout en functioneert slechts één of geen van beide organen.
Bescherming tegen kou. De meest voorkomende reden voor een bloem om 's nachts de bladeren te sluiten, is de kou buiten de deur houden, vertelt Pierik. Veel bloemen zijn niet goed bestand tegen vorst. Als bloembladeren zich 's nachts sluiten, verliest de plant veel minder warmte.
Een kween is een vrouwelijk rund waarbij in meer of mindere mate geslachtskenmerken van een stier aanwezig zijn. Dergelijke afwijkingen ontstaan vaak tijdens een meerlingdracht, waarbij beide geslachten aanwezig zijn.