De vraag "Wreekt God ons" kan vanuit bijbels perspectief op twee manieren worden benaderd: God als degene die rechtvaardigheid brengt voor de onderdrukten, en God als degene die vergelding brengt aan boosdoeners.
Het is schokkend om in de kerk te horen dat "De Heer is een wreker". De definitie van een wreker: iemand die een boosdoener straft . God als onze superheld? Hij is dat alles en nog veel meer. Hij zegt: "Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden." (Deuteronomium 32:35).
Als Gods boodschapper zeg ik tegen ieder van u: beoordeel uzelf eerlijk en denk niet te hoog van uzelf, bepaal uw eigen waarde naar de mate van het geloof dat u van God ontvangen hebt.
Psalm 46:5 zegt dat de rivierbeekjes de stad van God verblijden, het heiligdom en de woningen van de Allerhoogste, en vervolgt met "God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen". Dit vers drukt uit dat de tegenwoordigheid van God in Zijn stad (Jeruzalem, de kerk, Gods volk) haar standvastig en veilig maakt, zelfs te midden van aardse onrust, en dat Hij hulp biedt bij het begin van elke nieuwe dag.
Psalm 72 is een gebed om rechtvaardig bestuur, oorspronkelijk voor koning Salomo, maar profetisch gezien een beschrijving van de volmaakte regering van Jezus Christus, de ultieme Koning, die vrede, gerechtigheid en verlossing brengt voor de armen, zwakken en verdrukten, en wiens Koninkrijk eeuwig zal zijn. De psalm schetst een ideaalbeeld van een heerser die met goddelijke wijsheid recht doet, zegen brengt en de kwetsbaren beschermt, een taak die alleen Jezus volledig vervult.
De enige psalm die aan Salomo wordt toegeschreven, sluit Boek 2 af met een beschouwing van Gods ideaal voor de koningen van Israël – en wijst uiteindelijk naar Christus als de laatste grote Koning van Gods volk .
12 'k Zal dan gedurig bij U zijn, In al mijn noden, angst en pijn; U al mijn liefde waardig schatten, Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten.
Het gaat in deze psalm incidenteel over het verzoenend lijden in de plaats van Zijn volk. De hoofdgedachte is het lijden van Christus als bemoediging voor het gelovig overblijfsel in de grote verdrukking om Hem daarin na te volgen.
7 De Heer van de legermachten is met ons, de God van Jakob is onze toevlucht . Sela. 8 Kom, zie de werken van de Heer, welke verwoestingen Hij op aarde heeft aangericht. 9 Hij doet de oorlogen ophouden tot aan de uiteinden der aarde; Hij verbrijzelt de boog en verbrijzelt de speer; Hij verbrandt de strijdwagen in het vuur.
Inleiding. Psalm 116 bezingt de verlossing van de getrouwen die op het punt hebben gestaan om te sterven. Een voorbeeld daarvan is Hizkia die door een ziekte de dood nabij is geweest, maar is genezen (2Kn 20:1-11). In profetisch opzicht beschrijft de psalm de geschiedenis van het overblijfsel in de eindtijd.
Daniël 12:3 De wijzen zullen schitteren als de hemel, en zij die velen tot gerechtigheid leiden, zullen schitteren als de sterren tot in eeuwigheid.
Ik weet zeker dat wat voor lijden wij hier ook doormaken, het in het niet valt bij de schitterende heerlijkheid die God ons straks zal laten zien.
Amen. 6 Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. 7 Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.
Als de Bijbel zegt "Vrees God", betekent dit dat je God serieus neemt en Hem het grootste respect geeft. Het betekent niet dat je bang voor Hem moet zijn.
HEERE, HERE,of HEER in hoofdletters, is een christelijke benaming voor de God van de christenen. In het Oude Testament van de Bijbel wordt HEERE veelal gebruikt als Titel voor God de Vader. HEERE komt van de Hebreeuwse lettercombinatie JHWH, wat betekent: "Ik zal Zijn Wie Ik Zijn zal".
Het woordje 'eer' heeft een diepgaande betekenis in de Bijbel. Het gaat niet alleen om respect tonen, maar ook om het openen van je hart voor wat God door een ander heen wil doen. Eer stelt ons in staat om te ontvangen; het tegenovergestelde, aanstoot, sluit ons hart en ontneemt ons die zegen.
Inleiding. Deze psalm gaat over het verbreken van de macht van vijand door God. Het gaat hier over het verbreken van de macht van Assyrië ofwel de koning van het noorden, door de verschijning van de HEERE, dat is de Heer Jezus.
Tekst Psalm 27 vers 7
Wacht op den HEER, godvruchte schaar, houd moed: Hij is getrouw, de bron van alle goed; Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer; Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den HEER.
Psalm 84 is een lied over diep verlangen naar Gods aanwezigheid, vaak geïnterpreteerd als een pelgrimslied van de Korachieten op weg naar de tempel in Jeruzalem, waar de dichter zich thuis voelt bij God en de vreugde van die nabijheid beschrijft, zelfs in de moeilijkste tijden; het is een psalm van vertrouwen in God als zon en schild, en een uiting van gelukzaligheid voor wie op Hem vertrouwt.
Psalm 52 is een 'onderwijspalm' van David over de goddeloosheid van bedriegers (zoals Doëg, die Davids bondgenoten verraadde) versus de veiligheid van de rechtvaardigen, die vertrouwen op God in plaats van op rijkdom, en die uiteindelijk bloeien als een groene olijfboom in Gods huis, terwijl de goddeloze vernietigd wordt. De psalm beschrijft de trots van de goddeloze die God bespot, maar verkondigt Gods oordeel en de uiteindelijke vreugde en lof van de rechtvaardigen die op Gods trouw vertrouwen.
Psalm 130 is een terugblik op de grote Verzoendag die ongeveer 2000 jaar geleden in de verzoeningsdood van Christus zijn vervulling heeft gevonden. In Jesaja 53, feitelijk al vanaf Jesaja 52:13, horen we de geloofsbelijdenis van het overblijfsel naar aanleiding van de grote Verzoendag (Js 52:13-15; 53:1-12).
In Psalm 104 wordt het werk van de schepper bezongen en de vreugde die God in zijn schepping heeft (vers 31). Ook hier zien we een geschapen wereld zonder hiërarchie – alles bestaat in dezelfde afhankelijkheid van God.
Hier in Psalm 32, het midden van het psalmboek, gaat het over de gelovige: vergeving. In Psalm 41, het einde van het psalmboek, gaat het over de houding naar anderen: barmhartigheid. Het is geen uitbundige lofprijzing omdat David een diep besef heeft van wat hij heeft gedaan.
De psalmist beschrijft in psalm 119 heel oprecht zijn diepe gevoelens over het woord van God als een gebed. Zijn enthousiasme en liefde voor het woord zijn aanstekelijk. Hij heeft niet alleen liefde voor het woord, maar ook diep ontzag, hij realiseert zich erg goed met wie hij te maken heeft – een almachtige God.
Psalm 137 is geschreven na de terugkeer van een overblijfsel van Israël uit de Babylonische ballingschap in het beloofde land. De Godvrezende Jood kijkt op die periode terug en uit daarover zijn gevoelens. Profetisch zien we dat in het Loofhuttenfeest, het laatste feest van Leviticus 23.