In een beknopte bijzin ontbreken het onderwerp en de persoonsvorm. Deze zinsdelen zijn niet expliciet aanwezig, maar kunnen uit de hoofdzin worden afgeleid. In plaats van een persoonsvorm bevat de beknopte bijzin een onvoltooid deelwoord, voltooid deelwoord of een te + infinitief constructie. LessonUp +4
Als eerste zoek je de persoonsvorm. De persoonsvorm is het eerste zinsdeel. Vervolgens kijk je naar de woorden die voor de persoonsvorm staan, dat is ook een zinsdeel. Als laatste kijk je welke woorden je samen voor de persoonsvorm kan zetten, samen zijn zij ook een zinsdeel.
Een eenvoudige zin bevat slechts één onafhankelijke bijzin. Een onafhankelijke bijzin heeft een onderwerp en een werkwoord en drukt een complete gedachte uit.
Foutieve beknopte bijzin betekenis
Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp, persoonsvorm en gezegde. Als je er een gewone bijzin van maakt, moet het onderwerp van deze bijzin hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin. Als dit niet het geval is, krijg je een foutieve beknopte bijzin.
Een beknopte bijzin is een bijzin die geen onderwerp bevat en waarin het werkwoord in de vorm van een infinitief, een voltooid deelwoord of een onvoltooid deelwoord staat. Deze bijzinnen worden vaak gebruikt om zinnen korter en bondiger te maken.
Een beknopte bijzin is een bijzin waarin het onderwerp ontbreekt en de plaats van de persoonsvorm door een deelwoord of infinitief wordt ingenomen.
Een foutieve beknopte bijzin kun je meestal op twee manieren verbeteren: Manier 1: Maak van de beknopte bijzin een gewone bijzin met een persoonsvorm en onderwerp erin. Manier 2: Zet in de hoofdzin een onderwerp dat overeenkomst met het "denkbeeldige" onderwerp van de beknopte bijzin.
Als een beknopte bijzin een bijwoordelijke bepaling is, mag deze alleen beknopt zijn als het onderwerp uit de hoofdzin overeenkomt met het onderwerp dat eigenlijk in de beknopte bijzin moet staan. Dit niet genoemde onderwerp noemen we het verzwegen onderwerp.
Een bijzin (bz) heeft een onderwerp en een persoonsvorm: (bijzin - Terwijl ze (ow) op hun telefoon keken), stapten de twee vrienden in de trein. Een bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm heet een beknopte bijzin (bekn.bz): [bekn.bz – Op hun telefoon kijkend] stapten de twee vrienden in de trein.
Een foutief beknopte bijzin ontstaat wanneer er een onduidelijkheid ontstaat over welk woord of welke zin de bijzin precies moet beperken. Een foutieve samentrekking treedt op wanneer er een onjuiste combinatie van woorden wordt gebruikt om twee zinnen samen te voegen.
Plaats van persoonsvorm en onderwerp
Er is nog een verschil tussen hoofdzinnen en bijzinnen. In een hoofdzin staan de persoonsvorm en het onderwerp altijd naast elkaar. In een bijzin staan de persoonsvorm en het onderwerp meestal niet naast elkaar.
Een zinsdeel bestaat soms uit 1 woord, maar kan ook uit meerdere woorden bestaan. Bij taalkundig ontleden is dat anders. Daarbij krijgt elk woord van de zin apart een naam.
Een betrekkelijke bijzin is meestal een bijvoeglijke bijzin, dat is een bijzin die als nabepaling bij een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord staat. De betrekkelijke bijzin is dan geen zelfstandig zinsdeel, maar een deel van een zinsdeel.
Samenvattend is dit de ontleding van 'Mijn moeder heeft gisteren op de markt appels gekocht':
De 12 woordsoorten in het Nederlands zijn: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, bijwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, telwoord, tussenwerpsel, en vaak worden ook de hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden apart genoemd, of worden de voornaamwoorden (persoonlijk, bezittelijk, vragend, etc.) en werkwoorden (zelfstandig, hulp-, koppel-) verder uitgesplitst, wat tot ongeveer 12 of meer categorieën kan leiden.
Wij raden deze volgorde aan: Persoonsvorm - werkwoordelijk/naamwoordelijk gezegde - onderwerp - lijdend voorwerp - meewerkend voorwerp - voorzetselvoorwerp - bijwoordelijke bepaling - bijstelling - bepaling van gesteldheid.
Beknopte bijzinnen hebben een gezegde dat geen persoonsvorm, maar in plaats daarvan een infinitief met te of een deelwoord bevat. Voorbeelden: 3aKarel verbeeldt zich dat hij een nieuwe Einstein is. bKarel verbeeldt zich een nieuwe Einstein te zijn.
Je vindt een bijvoeglijke bijzin na een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord. De bijvoeglijke bijzin is altijd deel van een zinsdeel dus geen op zichzelfstaand zinsdeel. Een bijvoeglijke bijzin wordt ook relatieve bijzin of betrekkelijke bijzin genoemd.
Een bijvoeglijke bijzin die verklarende achtergrondinformatie bevat. De jongens, die te laat kwamen, moesten nablijven. De bijzin geeft min of meer terloops de verklaring voor het nablijven.
Hoewel er veel indelingen zijn, worden vaak feitelijke, wetenschappelijke/onderzoek, normatieve (normen & waarden) en emotionele/geloofsargumenten als de belangrijkste of meest voorkomende gezien, naast argumenten op basis van nut, gezag, vergelijking en oorzaak-gevolg; vaak gebaseerd op concrete feiten, experts, wat men belangrijk vindt, of persoonlijke gevoelens en overtuigingen.
Een foutieve beknopte bijzin kun je meestal op twee manieren verbeteren:
Een werkwoordelijk gezegde dan doe je iets. Bijvoorbeeld: Ik ben een cadeautje aan het kopen. Een naamwoordelijk gezegde dan ben je iets. Bijvoorbeeld: Ronald Koeman is de nieuwe bondscoach.
Een beknopte bijzin is een zin waarin de persoonsvorm en het onderwerp ontbreken, en waarvan het veronderstelde onderwerp hetzelfde moet zijn als dat van de hoofdzin.
Een bijzonder soort bijvoeglijke bijzin. Geeft specifieke informatie over een zelfstandig naamwoord of perkt het bereik ervan in. In de volgende zin geeft te laat specifieke informatie over het zelfstandig naamwoord jongens: Dat zijn alle jongens die te laat kwamen.
In een bijzin staat de persoonsvorm niet vooraan, maar juist achteraan (helemaal achteraan of als een van de laatste woorden). Hoofd- en bijzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door onderschikkende voegwoorden, zoals: dat, als, daardoor, hoewel, indien, nadat, omdat, terwijl, toen, wanneer, zodat, zodra, of, wat.