Insecten zijn eenvoudig van andere geleedpotigen te onderscheiden door hun lichaamskenmerken. De lichaamsvormen binnen het insectenrijk zijn heel verschillend maar ze hebben echter altijd een lichaam dat de verdelen is in drie delen: de kop, het borststuk en het achterlijf.
Insecten hebben allemaal hetzelfde bouwplan: ze hebben een kop, een borststuk, een achterlijf, zes poten en meestal twee paar vleugels. Rondom het lichaam hebben ze een goede bescherming: het exoskelet . Met deze lichaamsbouw kunnen insecten enorm veel: zwemmen, vliegen, springen, graven en lopen.
Elk insect heeft de volgende inwendige organen: hersenen, darmkanaal, uitscheidingsorganen (buizen van Malpighi), eierstok, buisvormig hart, buikzenuwstreng. Het bloed van insecten dient niet voor het transport van zuurstof en is meestal kleurloos.
De bloedsomloop komt bij insecten tot stand door de werking van een aan de rugzijde gelegen groot bloedvat, dat loopt van de kop tot in het achterlijf. Het nauwere, voorste deel, in de kop, wordt aangeduid als de aorta. Het achterste, dikkere deel in borst en achterlijf noemen we het hart.
Insecten worden gekenmerkt door drie delen: de kop, borst en het achterlijf. Daarnaast hebben insecten drie paar poten (dus 6 poten). De klassen zespotigen is dan ook logisch, omdat veel geleedpotigen meer dan 6 poten hebben.
Duizendpoten zijn lange, dunne geleedpotigen met één paar poten per lichaamssegment. Ondanks "centi" in hun naam, wat 100 poten impliceert, hebben duizendpoten overal van minder dan 20 poten tot meer dan 300 poten, maar ze hebben altijd een oneven aantal paar poten.
Het verschil tussen spin en insect is goed te onthouden: een spin heeft 8 poten en een insect heeft 6 poten.
Zeker wel, maar hun harten zijn enigszins anders dan die van mensen . Net als geleedpotigen hebben insecten een open bloedsomloop, in tegenstelling tot ons gesloten bloedsomloop. Terwijl ons bloed zich in bloedvaten bevindt, stroomt insectenbloed, hemolymfe genaamd, vrij door het lichaam.
Insecten hebben geen bloed maar beschikken over een vergelijkbare vloeistof die hemolymfe wordt genoemd. Met de vloeistof worden hormonen en gassen door het lichaam getransporteerd, maar geen zuurstof. Dat gas nemen de insecten direct via kleine openingen in hun flanken of op hun rug uit de lucht op.
Volgens de Wet op dierproeven valt onderzoek met ongewervelde dieren, zoals insecten, kreeften en zeesterren, niet onder proefdieronderzoek. De wet beschouwt ongewervelde dieren -die geen ruggengraat hebben- als dieren zonder een (grote) hersencapaciteit, die ook geen stress of pijn ervaren.
Ondanks hun reputatie als hersenloze automaten, hebben insecten drie klonten zenuwweefsel die samen een brein vormen . Wat insecten niet hebben is een cortex — niets dat er ook maar op lijkt. Voor Hill betekent dit dat ze geen bewustzijn kunnen hebben.
Gewervelde dieren zoals honden, katten, vissen en vogels hebben bijvoorbeeld hersenen, maar ook krabben, insecten, ringwormen en inktvissen. Maar een paar dieren, zoals sponzen en anemonen, hebben geen hersenen.
De meest bekende uitingsvormen van angst voor dieren of insecten zijn: angst voor honden, muizenfobie, in paniek raken van duiven en angst voor spinnen. Maar ook angst voor wespen, slangen en wormen komt dikwijls voor.
De hersenen van een insect zijn weliswaar klein (fi- guur 1) maar in hun prestaties zijn ze groot. Afhankelijk van de soort is het volume meestal kleiner dan een microliter. Er zitten natuurlijk beperkin- gen aan zo'n minibreintje.
Het bloed van insecten heet hemolymfe. Het is kleurloos, of gelig of groenig. Hemolymfe doet hetzelfde als ons bloed: zuurstof en voedingsstoffen naar cellen brengen en afvalstoffen afvoeren.
De longen halen zuurstof uit de lucht... zodat ons lichaam het kan gebruiken. Ook insecten kunnen niet zonder zuurstof. Maar insecten hebben geen longen. En ze ademen ook niet via hun mond.
Insecten verschillen op veel manieren van gewervelde dieren, waaronder het type circulatievloeistof of "bloed" dat ze hebben. Bij alle gewervelde dieren circuleert bloed zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen door het lichaam. Dit is niet helemaal het geval bij insecten. In plaats van bloed hebben ze een heldere vloeistof genaamd hemolymfe .
Bloed in alle kleuren van de regenboog
Het bloed van zoogdieren, vissen en vogels is rood, net zoals dat van ons. Blauw bloed is niet voorbehouden aan lieden van adel, wel aan o.a. krabben, kreeften, slakken, garnalen, inktvissen en spinnen.
Net als een mens, heeft een fruitvlieg ook (hoe minuscuul ook) nieren, darmen, een hart en hersencellen.
Net als alle geleedpotigen hebben wespen een open bloedsomloop, wat betekent dat ze geen bloedvaten of harten hebben. In plaats van te vertrouwen op een hart, bloed en longen om zuurstof door hun lichaam te verspreiden, hebben insecten hemolymfe, een vloeistof die hun hele lichaamsholte vult en hun interne organen baadt.
Kwallen onderscheiden zich doordat ze geen hart, hersenen en longen hebben! Ze ademen door hun lichaamswand. Ze hebben echter wel een spijsverteringsstelsel, met tussen de tentakels een mond, en ook een maag, spieren en zenuwen.
Nee, je kunt geen insecten of spinnen high krijgen. Landinvertebraten hebben geen cannabinoïde receptoren.
In tegenstelling tot de bromvlieg kan je de huisvlieg amper horen voorbijvliegen; enkel wanneer ze echt rakelings langs je oren vliegt, zal je haar vleugels horen zoemen.
Pissebedden hebben een vrij platte, ovale vorm. Zij bezitten relatief grote antennen en 7 paar poten.
In Nieuw-Zeeland is het grootste insect ter wereld gevonden. Het diertje, de weta, behoort tot de krekelachtigen en weegt drie keer zoveel als een muis. Het was al bekend dat de zogeheten weta voorkomt in Nieuw-Zeeland, maar het dier werd bijna nooit gezien.