Rommel in huis wordt vaak niet veroorzaakt door luiheid, maar kan een symptoom zijn van dieperliggend emotioneel trauma, met name complex trauma (veroorzaakt door langdurige of herhaalde gebeurtenissen). Tim Fletcher Co.
Maar dwangmatig verzamelen gaat niet alleen over de fysieke rommel; het is een symptoom van dieperliggende emotionele problemen. Onderzoek toont aan dat dwangmatig verzamelen vaak verband houdt met complex trauma , een aandoening die ontstaat door langdurige blootstelling aan stressvolle of traumatische gebeurtenissen, met name tijdens de kindertijd.
Een rommelig huis kan verschillende dingen betekenen: het kan wijzen op overweldiging, stress, een gebrek aan tijd (door werk, studie of sociale activiteiten), of het kan juist duiden op creativiteit en minder focus op materiële zaken, maar het kan ook een teken zijn van diepere psychologische issues zoals depressie. Het is een complex beeld; het kan een reflectie zijn van hoe iemand zich voelt over zijn omgeving en zichzelf, en heeft impact op het mentale welzijn, wat leidt tot meer stress, aldus dehuishoudcoach.nl.
De drie meest voorkomende classificaties van trauma zijn acuut trauma (één gebeurtenis), chronisch trauma (herhaalde langdurige stress) en complex trauma (meerdere, gevarieerde, vaak interpersoonlijke gebeurtenissen), met complex trauma dat vaak voortkomt uit jeugdverwaarlozing, misbruik, of langdurige blootstelling aan geweld, resulterend in zwaardere, langdurigere klachten.
Onderzoek toont aan dat rommel invloed heeft op je emoties, gedrag, beslissingen en zelfs relaties met anderen. In een rommelig huis, voelen we ons al snel overweldigd. Het maakt je onrustig en veroorzaakt stress. Rommel bombardeert ons brein met overmatige, onnodige prikkels.
Rommel werkt afleidend
Het leven zit vol onzekerheden, en daarom vinden we het prettig als onze directe leefomgeving voorspelbaar en netjes is. Daarnaast kan rommel heel afleidend werken. Het geeft ons constant prikkels, zowel visueel als mentaal.
Drie veelvoorkomende lichamelijke uitingen van een angststoornis zijn hartkloppingen/snelle hartslag, zweten, en trillen of beven. Andere veelvoorkomende symptomen zijn ademnood, duizeligheid, buikklachten, koude rillingen, en spierspanning, omdat het lichaam zich voorbereidt op een 'vecht-of-vlucht'-reactie.
Symptomen van onverwerkt trauma zijn onder andere psychische klachten (angst, prikkelbaarheid, depressie, concentratieproblemen, flashbacks, stemmingswisselingen), lichamelijke klachten (spanning, hartkloppingen, vermoeidheid, onrust) en gedragsproblemen (vermijding, isolatie, impulsiviteit, verslavingsneigingen, problemen in relaties) omdat je zenuwstelsel 'aan' blijft staan. Deze symptomen komen voort uit het feit dat je brein het gevaar nog steeds voelt, wat leidt tot een continu gevoel van onrust of juist afvlakking van emoties.
Bij PTSS heb je nare herinneringen en dromen. Nare dingen die zijn gebeurd, komen steeds terug in je gedachten of dromen. Je kunt dat niet tegenhouden. Die nare dingen zijn langer dan 4 weken geleden gebeurd.
Vermijdingsgedrag is een van de symptomen van PTSS. Dit houdt in dat u allerlei dingen uit de weg gaat, om te voorkomen dat u aan de traumatische gebeurtenissen herinnerd wordt. Vaak vermijden mensen bepaalde geuren, plekken, personen, geluiden, voorwerpen, beeldmateriaal en/of activiteiten.
De 80/20 regel (Pareto-principe) bij opruimen houdt in dat je 80% van de tijd slechts 20% van je spullen gebruikt, wat betekent dat 80% van je bezittingen nauwelijks wordt gebruikt en dus weg kan, wat zorgt voor minder rommel, minder stress en meer overzicht. Dit principe helpt je focussen op de essentiële items door te vragen welke 20% van je spullen 80% van de waarde levert, en om 20% van de ruimte in kasten en lades vrij te houden voor overzicht en toekomstige toevoegingen.
Je weet of er een entiteit bij je is door subtiele waarnemingen zoals onverklaarbare kou, vreemde geluiden, plotselinge temperatuurwisselingen, bewegingen in je ooghoek, het omvallen van spullen, of een sterk 'aanwezig' gevoel; dit kan per persoon verschillen en is vaak gerelateerd aan je eigen gevoeligheid en de energie van de entiteit zelf.
Bij een verzamelstoornis, ook wel bekend als 'hoarding, 'verzamelwoede' of 'verzameldrang', voelen mensen een sterke drang om bepaalde voorwerpen te bewaren.
Een complexe PTSS ontwikkelen
Complexe PTSS lijkt op PTSS, maar kent ook extra klachten: Naast vermijding, herbeleving en spanning is er ook sprake van: dissociatieve momenten. Dat betekent dat bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen buiten het bewustzijn worden geplaatst.
Emotionele gevoelloosheid en vermijding van herinneringen of situaties die aan de gebeurtenis doen denken. Overmatige waakzaamheid en prikkelbaarheid. Angst, paniek en depressieve gevoelens. Concentratieproblemen en geheugenverlies.
Een traumatische gebeurtenis wordt verwerkt in drie fases. De eerste fase is het ontladen, de tweede is het neutraliseren en de laatste, de derde, is het vervangen van de beleving bij het trauma. Dit wordt gedaan op de eigen manier door de persoon met die specifieke traumatische gebeurtenis.
Trauma symptomen omvatten vaak herbelevingen (nachtmerries, flashbacks), vermijding, overmatige waakzaamheid (schrikachtig, gespannen), stemmings- en gedragsveranderingen (boosheid, somberheid, prikkelbaarheid) en lichamelijke klachten (vermoeidheid, hartkloppingen), die kunnen leiden tot problemen met concentratie, sociale contacten en dagelijkse functioneren. Deze klachten komen voort uit een heftige gebeurtenis die het brein niet goed heeft kunnen verwerken en kunnen variëren van direct na het trauma tot jaren later, en zowel bij volwassenen als kinderen voorkomen, aldus Thuisarts en PsyQ.
je hoort er voor je gevoel niet meer bij, je voelt je vervreemd van anderen; je sluit je steeds meer af en praat niet tot amper over je gevoelens; je gevoelens zijn vlak geworden en je hebt geen zin om iets te ondernemen; je ziet je eigen toekomst somber in.
De drie meest voorkomende classificaties van trauma zijn acuut trauma (één gebeurtenis), chronisch trauma (herhaalde langdurige stress) en complex trauma (meerdere, gevarieerde, vaak interpersoonlijke gebeurtenissen), met complex trauma dat vaak voortkomt uit jeugdverwaarlozing, misbruik, of langdurige blootstelling aan geweld, resulterend in zwaardere, langdurigere klachten.
Tekenen van onverwerkt jeugdtrauma kunnen onder meer angst, depressie, moeite met het aangaan van relaties, emotionele ontregeling, laag zelfbeeld, opdringende herinneringen, vertrouwensproblemen, zelfdestructief gedrag, chronische stress, middelenmisbruik, dissociatie, slaapstoornissen, lichamelijke symptomen, moeite met het stellen van grenzen, enzovoort zijn.
Trauma wordt opgeslagen in het lichaam, doordat de hersenen tijdens een heftige gebeurtenis bepalen hoe het lichaam moet reageren op dit 'gevaar'. Dit gebeurt door het onbewuste deel van de hersenen, die het sympathisch zenuwstelsel in werking zet en bepaalt of je moet vechten, vluchten of bevriezen.
Geheugenverlies (amnesie) van bepaalde tijdsperiodes, gebeurtenissen, mensen en persoonlijke informatie. Een gevoel van onthechting van jezelf en je emoties (de-personalisatie). Een perceptie van de mensen en de dingen om je heen als vervormd en onwerkelijk (de-realisatie). Een vaag gevoel van identiteit.
Wanneer je chronisch angstig bent, staat je lichaam continu in een staat van alertheid, wat verschillende orgaansystemen belast. Dit kan leiden tot fysieke klachten zoals hoofdpijn, spierspanning, hartkloppingen, spijsverteringsproblemen en een verzwakt immuunsysteem.
De 10 meest voorkomende angsten
Agorafobie wordt ook wel straatvrees of pleinvrees genoemd. Letterlijk betekent agorafobie angst voor pleinen. Maar meestal wordt met agorafobie mensen bedoelt die niet goed naar buiten durven. Als je straatvrees hebt, dan krijg je last van angst op plaatsen waar je niet goed weg kan komen.