De drie meest voorkomende spoedgevallen bij een patiënt met een tracheostoma zijn:
Er zijn ook een aantal klinisch belangrijke, unieke late complicaties vastgesteld, waaronder de vorming van granulatieweefsel, tracheale stenose, tracheomalacie, tracheo-innominata-arteriefistel, tracheo-oesofageale fistel, beademingsgerelateerde longontsteking en aspiratie.
Een tracheotomie is een operatie waarbij we een snee in de hals maken, in de voorwand van de luchtpijp. Via die opening krijgt u een buisje in uw keel, een canule. Zo kunt u ademen.
Bij ernstige of plotselinge ademnood kan een tracheotomie met spoed geplaatst worden, onder plaatselijke verdoving. Geen enkele ingreep is zonder risico's. Er bestaat altijd een risico op nabloeding, trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie.
[2] Een electieve tracheostomie is geïndiceerd bij patiënten met langdurige mechanische beademing, een verwachte luchtwegobstructie als gevolg van uitgebreide hoofd- en halschirurgie of oedeem (bijv. door kanker, trauma of bestraling), obstructieve slaapapneu die refractair is voor andere therapieën, terugkerende aspiratie door verminderde luchtwegbescherming, ...
Nadelen
Het is mogelijk om te eten en te drinken met een tracheacanule. De arts bepaalt of de situatie van uw familielid dit toelaat. Over het algemeen is een patiënt op de Intensive Care niet in staat normaal te eten of te drinken. Toedienen van voeding en vocht gaat dan via een voedingssonde en/of een infuus.
Een cuff sluit de luchtweg richting de keelholte volledig af. De ademhaling verloopt zo alleen nog maar richting de longen. Een opgeblazen cuff kan er voor zorgen dat er geen speeksel de luchtwegen inloopt en dat er geen lucht langs de tracheacanule lekt. De cuff zorgt daardoor voor een effectievere beademing.
De tracheotomie
Via de opening schuift de arts een buisje (= canule) in de luchtpijp. Hierdoor krijgt u een vrije ademweg buiten de neus, keel en strottenhoofd om. De opening in de hals noemen we en tracheostoma of kortweg stoma. De reden voor een tracheotomie bepaalt of u deze tijdelijk of blijvend krijgt.
Als u een cuff heeft: zuig de lucht met een spuit uit de cuff. Het slijm dat op de cuff ligt, veroorzaakt een hoestprikkel bij het leegmaken van de ballon waardoor u dat ophoest. Verwijder de binnencanule. Houd daarbij het schildje vast en spoel deze schoon.
Als je eten of drinken inslikt, sluit een klepje de luchtpijp af zodat het voedsel in de slokdarm terechtkomt en niet in je luchtpijp. Soms gaat dat niet helemaal goed en belandt er toch iets in de luchtpijp. Je gaat dan automatisch hoesten om de luchtwegen weer vrij te maken.
Onder de douche en in bad
Met een aantal hulpmiddelen kun je gewoon douchen en badderen. Je kunt een douchebeschermer, speciale snorkel of douchepijpje gebruiken. Bij een bad moet je ervoor zorgen dat je hals boven water blijft. Let er goed op dat er geen water via het tracheostoma in de longen terecht komt.
Verzorg de canule minimaal 4 keer per dag. Als u last heeft van taai slijm dan kunt u de canule vaker verzorgen. Wij adviseren u maximaal 6 keer per dag te druppelen met Nacl 0,9%. Vermijd bezigheden waarbij u in aanraking komt met grote hoeveelheden stof, extreme hitte of kou en prikkelende gassen of dampen.
Dit betekent dat u van tevoren niet mag eten en drinken. Anders kan de operatie niet doorgaan. Door de verdoving werken de reflexen niet die ervoor zorgen dat er geen voedsel of vloeistof vanuit de maag in de longen komt. Als u voor een operatie eet of drinkt, is dat dus levensgevaarlijk.
Een tracheostoma is een kunstmatige, eindstandige opening van de luchtpijp (trachea) via de hals. De ingreep die hieraan vooraf gaat noemt met een tracheotomie, oftewel "het openen van de trachea".
De KNO-arts maakt een kleine opening in uw hals. Zo komt er een directe verbinding met de luchtpijp. In deze opening plaatst de KNO-arts een buisje, de tracheacanule. Via deze canule gaat u de beademing krijgen.
Post-operatieve complicaties zijn ongewenste gebeurtenissen die kunnen optreden na een operatie.
Een tijdelijke tracheastoma wordt meestal gezet bij zorgvragers die moeten herstellen na een operatie of die te maken hebben gehad met acute ademhalingsproblemen. Hoe lang een zorgvrager de stoma moet houden, hangt af van de duur en de oorzaak van de ademhalingsproblemen. Een blijvende tracheastoma is andere koek.
Praten met een tracheostoma
De patiënt kan praten met behulp van een spreekklepje. Om te kunnen praten moet de cuff leeg zijn. In het spreekklepje zit een ventiel. Bij inademen kan er lucht naar binnen via het ventiel en bij uitademing zorgt het ventiel dat de lucht via de stembanden weer naar buiten gaat.
Complicaties van de ingreep kunnen gerelateerd zijn aan de anesthesie of aan de ingreep zelf. Er kan een bloeding optreden en daarnaast bestaat de mogelijkheid op beschadiging van de schildklier. Op langere termijn kan een vernauwing van de luchtpijp optreden.
Maak de stemprothese minimaal 1 keer per dag schoon met de flush en/of het borsteltje, dit versoepelt het praten. Ververs elke dag de NaCL 0,9% uit het druppelflesje. Vervang de filtercassette minimal 1 maal per dag en zonodig vaker. Gebruikt u de Deltanex®, dan mag u deze 3 maal op de hand wassen.
Zwemmen is goed bij een longziekte: het helpt je aan een betere conditie, meer spierkracht en een fitter gevoel. Bovendien geeft het weinig kans op blessures. Yoga is heel geschikt voor mensen met een longziekte. Het kan hoesten en kortademigheid verlichten.
Zo is het ene tijdelijk, het andere blijvend, en ook kan het ene dichtvallen, en het andere niet. Maar er zijn meer verschillen. Bij een tracheotomie is er een opening in de luchtpijp, bij een tracheostoma is de luchtpijp ingehecht in de halswand. Dat is slechts 1 verschil tussen beide begrippen.
Malacie betekent onvoldoende werkzaam aangelegd. Trachea verwijst naar de luchtpijp en laryngeo naar de keel en het bovenste gedeelte van de luchtpijp. Daarnaast heb je ook bronchomalacie, waarbij broncho naar het bovenste gedeelte van de grote luchtwegen in de longen verwijst.
Neem voldoende tijd voor het uitblazen. Diep in- en uitademen: Luchtstroming in de longen brengt het slijm in beweging. Breng slijm dat vastzit in beweging door diep in- en uit te ademen. De lucht moet vooral langs de plaats stromen waar het slijm vastzit.