Door de industriële revolutie veranderde de landbouwstedelijke samenleving in een industriële samenleving. De industrialisatie maakte massaproductie mogelijk van goederen, voedsel, machines, apparaten en vervoersmiddelen. Dit zorgde ervoor dat de winning van grondstoffen en de productie van goederen gigantisch toenam.
Door de uitvinding van de stoommachine in de 18e eeuw komen er steeds meer machines en fabrieken. Zo kan er goedkoper en sneller geproduceerd worden. De industriële revolutie is begonnen.
De overbevolking van steden was een van de nadelen van de industrialisatie. Het leven in de drukke steden was ongezond. Het was er vies en ziektes verspreidden zich snel. Een ander nadeel van de industrialisatie was dat het werken in de fabrieken zwaar en gevaarlijk was.
In Nederland kwam de industriële revolutie pas laat op gang, ruim honderd jaar na die in Engeland. Die late industrialisatie van Nederland wordt vooral verklaard door: De dominantie van handel in onze nationale economie.De brede toepassing van wind- en watermolens als alternatieve bronnen van gemechaniseerde arbeid.
Terwijl de eerste industriële revolutie gericht was op ijzer, stoomtechnologieën en textielproductie, draaide de tweede rond staal, spoorwegen, elektriciteit en chemicaliën.
Tweehonderd jaar geleden woonden en werkten de meeste mensen op het platteland. Producten werden met de hand of met behulp van eenvoudig gereedschap gemaakt. Honderd jaar later is deze manier van leven en werken totaal veranderd.
Belangrijke uitvinders van de Industriële Revolutie waren onder meer James Watt , die de stoommachine aanzienlijk verbeterde; Richard Trevithick en George Stephenson, die de stoomlocomotief introduceerden; Robert Fulton, die de eerste commercieel succesvolle raderstoomboot ontwierp; Michael Faraday, die de eerste elektrische ...
Voor de industriële revolutie was er ook zeker sprake van kinderarbeid. Het enige grote verschil is dat toen het grootste gedeelte op het land werkte. Ook toen al maakte men lange dagen en hadden de ouders, maar zeker ook de kinderen het zwaar. De mensen waren arm en weinig kinderen gingen naar school.
duidelijke stijging in het aantal besmettingen dan dat er voorheen waren. besmettelijke ziektes. Neem bijvoorbeeld cholera, de pest, dysenterie,malaria, pokken en tuberculose.
Extreme armoede in 19e eeuw
Het probleem was groot in de negentiende eeuw. H.W. Lintsen en CBS-onderzoeker J. P. Smits en anderen hebben eens berekend dat rond 1850 in ons land 650 duizend Nederlanders, 21 procent van de bevolking, in extreme armoede leefden en afhankelijk waren van bedeling.
Naast vooruitgang in productie en andere technologieën, gaf de Industriële Revolutie aanleiding tot sociale en economische ontwikkelingen die fundamenteel zijn geweest voor het moderne kapitalisme . Belangrijke trends tijdens de Industriële Revolutie zijn onder andere demografische verschuivingen zoals verstedelijking en de geboorte van de middenklasse.
De Industriële Revolutie had ook invloed op het voedingspatroon van mensen. Er kwamen namelijk fabrieksproducten, zoals margarine, macaroni en gelatine. Ook ontdekte de Franse kok Nicolas Appert de conserveringstechniek, waardoor eten bewaard kan worden.
Industrialisatie is het proces waarbij er in een bepaald gebied meer industrie (fabrieken) komt. Een voorbeeld hiervan is de industrialisatie van semi-periferielanden, zoals China, India, Indonesië en Bangladesh. Vaak gaat industrialisatie samen met economische groei (het rijker worden van een land).
De Industriële Revolutie veranderde samenlevingen van een agrarische economie naar een productieve economie, waarbij producten door machines werden gemaakt in plaats van met de hand. Dit leidde tot een hogere productie en efficiëntie , lagere prijzen, meer goederen, betere lonen en migratie van plattelandsgebieden naar stedelijke gebieden.
In 1874 werd het Kinderwetje van Van Houten ingevoerd. Kinderen onder de twaalf jaar mochten niet meer in fabrieken en werkplaatsen werken. Maar veel fabrieken hadden nog steeds kinderen in dienst; er werd toch niet gecontroleerd. Daaraan kwam in 1900 een eind door de leerplichtwet.
Ondersteunende technologieën definiëren doorgaans industriële revoluties : stoom, elektriciteit, computing, digitale connectiviteit en AI . Toch was er in elk van deze vijf technologische doorbraken een vertraging tussen technische innovatie en maatschappelijke verandering.
Ziekten als pokken, tyfus en tuberculose hadden ernstige gevolgen, en de gevolgen werden steeds ernstiger op de steeds drukkere straten van Groot-Brittannië.
Vooral op het platteland waren ze gezonder en bereikten men een hogere leeftijd. Toch was de levensverwachting niet erg hoog. In de stad werd men gemiddeld 17 jaar maar op het platteland was dat al 38 jaar. Tussen 1750 en 1850 nam de bevolking in Engeland enorm toe.
De ziekte veroorzaakt bij oudere kinderen en volwassenen geelzucht. Er kan sprake zijn van vermoeidheid, misselijkheid, koorts, verminderde eetlust en buikpijn. Bij kleine kinderen verloopt de infectie vaak ongemerkt. De klachten duren meestal een paar weken maar kunnen ook langer duren, tot wel 3 maanden.
Op initiatief van de liberale politicus Samuel van Houten wordt de eerste wet in Nederland aangenomen die een einde moet maken aan kinderarbeid. De wet heet Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van overmatigen arbeid en verwaarlozing van kinderen, maar wordt beter bekend als het Kinderwetje van Van Houten.
Werkende kinderen raakten vaak gewond door industriële ongelukken met onveilige machines . Ze kregen geen onderwijs omdat ze na een werkdag van meer dan 12 uur geen tijd hadden om naar school te gaan. Bovendien raakten ze besmet met ziekten en aandoeningen door de onveilige werkomstandigheden waaraan ze werden blootgesteld.
In de negentiende eeuw kwam de industrialisatie op gang. Daardoor veranderde Nederland in snel tempo en niet alleen ten goede. De 'sociale kwestie' werd een belangrijk probleem. Kinderen in een fabriek (Lewis Hine, 1908) Toen Nederland in de negentiende eeuw een industrieland werd, werd ook de fabrieksarbeider geboren.
Deze fase van de industriële revolutie wordt ook wel de 'technologische revolutie' genoemd. Naast stoomkracht en ijzer werden nu ook elektriciteit en staal gebruikt. Dit leidde tot revolutionaire uitvindingen, zoals gloeilampen, de auto, fotografie, telegrafie, vliegtuigen, radio en film.
Belangrijke uitvindingen van de Industriële Revolutie waren onder meer de stoommachine , die werd gebruikt om stoomlocomotieven, stoomboten, stoomschepen en machines in fabrieken aan te drijven; elektrische generatoren en elektromotoren; de gloeilamp; de telegraaf en de telefoon; en de verbrandingsmotor en de auto.
De groei van industrieën, stedelijke ruimte, sloppenwijken en de moderne vorm van bestuur was een sociaal gevolg van deze ontwikkelingen. Als gevolg hiervan veroorzaakte de industriële revolutie significante veranderingen in de maatschappij, en dus groeide ook de behoefte om het te begrijpen en leidde tot de opkomst van de sociologie.