Er is in het Vlaamse secundair onderwijs geen vast wettelijk percentage (zoals bijvoorbeeld altijd 50% of 60%) nodig voor het behalen van een A-attest. De beslissing ligt bij de delibererende klassenraad. Vlaanderen.be +1
De leerling mag de studierichting/basisoptie vrij kiezen maar moet wel aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Op het einde van het 1ste leerjaar van de 1ste graad kan een leerling ook een A-attest met verplichte remediëring krijgen.
Procedure cijfers
Een 5 (of lager) geldt als onvoldoende, een 6 (of hoger) geldt als voldoende.
een A-attest: de leerling is geslaagd; hij kan zonder enige beperking naar een volgend leerjaar overgaan en vrij kiezen welke studierichting hij wil volgen; een B-attest: de leerling is geslaagd, maar kan in een volgend leerjaar niet kiezen voor één of verschillende onderwijsvormen en/of studierichtingen.
Graden van verdienste (bachelor- of masteropleidingen)
Vanaf academiejaar 2020-2021 wordt het diploma toegekend met één van de volgende graden van verdienste op basis van het eindtotaal: voldoende wijze: eindtotaal van 50 tot 67 behaalde punten op 100. onderscheiding: eindtotaal van 68 tot 76 behaalde punten op 100.
Nee, met drie vijven ben je vrijwel zeker gezakt, omdat het Nederlandse examenstelsel strikte regels heeft (de kernvakkenregel en compensatieregel) die het compenseren van drie onvoldoendes onmogelijk maken, met uitzondering van een theoretische situatie met veel hogere cijfers in andere vakken. Je mag maximaal één 5 hebben voor kernvakken (Nl, En, Wiskunde) en er zijn strikte eisen voor compensatiepunten (hogere cijfers) en het gemiddelde van je eindcijfers.
Je hebt minstens 45% voor het vak.
Met een A-attest met uitsluiting kan de leerling in principe niet overzitten, tenzij het een uitgebreide clausulering betreft. Dan kan overzitten wel, zonder advies van de klassenraad. Een C‑attest betekent dat de leerling niet geslaagd is voor het voorbije schooljaar, en dus moet 'blijven zitten'.
Er zijn veel soorten beperkingen, maar ze worden vaak ingedeeld in drie hoofdgroepen: lichamelijke/motorische (beweging), zintuiglijke (zien, horen) en verstandelijke/cognitieve (leren, denken, geheugen), waarbij meervoudige beperkingen (combinaties) ook vaak voorkomen, samen met chronische aandoeningen en gedragsproblemen.
Autisme en schoolkeuze
Veel kinderen met autisme vinden het echter moeilijk om zonder extra ondersteuning of aanpassingen goed onderwijs te volgen. Voor sommige kinderen biedt speciaal onderwijs de beste mogelijkheden. Voor andere kinderen kan een reguliere school met ondersteuning goed passen.
Het eindcijfer per vak wordt afgerond naar 1 decimaal voor de berekening van het gewogen gemiddelde (bijvoorbeeld een 5.45 wordt afgerond naar een 5.5).
Per kandidaat is er een lijst van CE-cijfers. Van die lijst wordt het rekenkundig gemiddelde bepaald. Dat rekenkundig gemiddelde moet voldoende zijn; 5,5 of hoger. Je bent geslaagd bij een gemiddelde van 5,50 of hoger, maar niet met een gemiddelde van 5,49.
Het meest gebruikte systeem is echter de A tot en met F schaal, waarbij de 'E' niet wordt gebruikt. A geldt hierbij als honderd procent en F als nul procent. Wanneer een leerling een A haalt, is dit dus vergelijkbaar met de Nederlandse 'tien', een A- ongeveer met de negen, een B met de acht, enzovoorts.
Vanaf 1 buis kunnen de leerkrachten op de klassenraad discussieren over een b-attest. Natuurlijk als je de richting wiskunde kiest dan zullen ze je wel aanraden om een andere richting te doen. Als je enkel 1 buis hebt is de kans klein dat je blijft zitten.
Na het behalen van een C-attest zal de leerling moeten overzitten, behalve als hij kan overgaan op basis van leeftijd.
Wie in het primair onderwijs wil werken, haalt zijn lesbevoegdheid via de pabo. Met dit diploma kun je kinderen op de basisschool lesgeven. In het voortgezet onderwijs zijn er twee typen bevoegdheden: een tweedegraads en een eerstegraads bevoegdheid.
Mensen die een IQ-score tussen de 70 en 85 hebben worden zwakbegaafd genoemd, maar als er sprake is van (ernstige) bijkomende problematiek kunnen zij ook gebruik maken van de zorg voor mensen met een LVB. Naar schatting van het Landelijk Kenniscentrum LVB hebben in Nederland 1,1 miljoen mensen een LVB.
Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben een IQ tussen de 50 en 70 of tot 85 en zijn sociaal niet redzaam. Ze kunnen veel, maar vinden het soms moeilijk om dingen te begrijpen. Sommigen maken moeilijk contact met anderen. Bovendien hebben ze het vaak lastig op school, op het werk of thuis.
Type 2 is onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking: Ze hebben duidelijke beperkingen in het intellectueel functioneren. Ze hebben duidelijke beperkingen in het adaptief gedrag. De problemen zijn ontstaan vóór de leerling 18 jaar wordt.
Scholen bepalen zelf hoe lang een leerling mag doen over het vmbo, havo en vwo. Op veel scholen voor havo en vwo mogen leerlingen maximaal één keer blijven zitten in de onderbouw. Vmbo-scholen hanteren vaak de regel dat je maximaal twee keer mag blijven zitten.
Bij de Examencommissie heb je recht op drie examenkansen per jaar. Na een buis op je eerste examen kan je dus gewoon een herexamen maken. Als het nodig is, heb je zelfs nog recht op een tweede herexamen. Aan het begin van een nieuw jaar, op 1 januari, krijg je sowieso drie nieuwe examenkansen.
Er mag in 3 uitzonderingsgevallen thuisonderwijs gegeven worden: Als de ouders een trekkend bestaan leiden. Als er in de buurt geen school is met jouw levensovertuiging. Als je kind fysiek of psychisch niet in staat is om een school te bezoeken.
Elke examencommissie hanteert een eigen systeem voor het berekenen van cijfers, maar over het algemeen worden cijfers bepaald door een bepaald percentage van de punten aan elk cijfer toe te kennen. Zo kan een student die 90% of meer scoort een A* krijgen, terwijl een student die tussen de 70% en 79% scoort een B kan krijgen.
Een A+ wordt alleen uitgedeeld wanneer de score 100% is. Een A staat voor een score van 95%, een A- voor een score van 90%, een B+ voor een score van 85% en dit gaat zo verder tot E-, wat staat voor een score van maximaal 30%.
Als uw kind met 5½ jaar start met zwemles, dan duurt het ongeveer 1½ jaar om het A-diploma te halen.