Het aantal bestralingen is afhankelijk van de soort en de plaats van de tumor. Elke week worden drie tot vijf bestralingen gegeven. Voor uitwendige bestraling hoeft u niet opgenomen te worden in het ziekenhuis. De bestraling zelf duurt maar enkele minuten.
Als er geen uitzaaiingen buiten de longen zijn waargenomen, dan wordt de longkanker behandeld met dertig bestralingen en vier chemokuren. De bestralingen worden twee keer per dag gegeven. Een andere mogelijkheid is een behandeling van 33 bestralingen met chemotherapie.
Bestraling en je longen
Na bestraling van je longen kan er littekenweefsel in je longen ontstaan. Daardoor kun je last krijgen van kortademigheid en kriebelhoest. Soms is dat tijdelijk.
Longkanker is in de helft van de gevallen al uitgezaaid als het ontdekt wordt. Die kans is het grootst bij kleincellige longkanker. De uitzaaiingen kunnen overal in het lichaam zitten. Meestal zaait longkanker uit naar de lymfeklieren, botten, lever, hersenen, bijnieren en de andere long.
Meestal duurt de behandeling tussen de 2 en 7 weken, met 4 of 5 bestralingssessies per week. Soms zijn 1 of enkele bestralingssessie(s) al voldoende. De bestralingsarts (radiotherapeut-oncoloog) bepaalt aan het begin van de behandeling hoeveel bestralingen je krijgt.
Indien de tumor nog beperkt is en er weinig plasklachten zijn kan in de meeste gevallen worden volstaan met 5 bestralingen. Er wordt dan op de prostaat, met grote precisie, een hoge dosis per keer gegeven. Als de tumor uitgebreider is of als er plasklachten zijn, kiezen we meestal voor 20 bestralingen.
Goedaardige longtumoren zullen meestal niet veranderen in kwaadaardige tumoren. Daarom wordt een goedaardige tumor over het algemeen niet verwijderd.
Hoe snel groeit longkanker? De tijdspanne tussen de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en het ontstaan van kankercellen bedraagt vele jaren (soms meer dan 20 jaar). Eens de kankercellen er zijn, groeien ze aan hun eigen specifieke snelheid.
T1c: de tumor is tussen de 1 en 2 centimeter groot. T2: de tumor is tussen de 2 en 5 centimeter groot. T3: de tumor is groter dan 5 cm.
De operatie: twee technieken
Een operatie bij longkanker kan op twee verschillende manieren worden uitgevoerd: Een thoracotomie: de chirurg opent de borstkas door een incisie (insnijding) in de flank. Een VATS-procedure: een 'kijk'-operatie waarbij de chirurg via een aantal kleine incisies opereert. (zie afbeelding)
De long heeft geen pijnreceptoren, dus hebben mensen meestal geen klachten. De longvliezen en borstkaswand hebben wel pijnreceptoren. Als een tumor die organen ook aandoet, kan pijn ontstaan. Meestal zijn bloed ophoesten, pijnklachten, kortademigheid en gewichtsverlies redenen om naar de huisarts te gaan.
De meerwaarde van chemotherapie is het effect op afstand. Bestraling is plaatselijk en zorgt voor een afweerreactie rond de tumor, maar chemotherapie reist het hele lichaam door. Op die manier kan het kankercellen op afstand vernietigen en ook daar afweercellen naartoe lokken.
Bestraling begint in de regel direct te werken. Het effect op foto's of scans is vaak pas na lange tijd te zien (weken tot maanden). Vaak blijven er afwijkingen zichtbaar op foto's doordat er littekenweefsel gevormd wordt. Dit betekent dus niet dat de bestraling niet gewerkt heeft.
Patiënten met een postoperatief NSCLC stadium II-IIIA met een goede performance score (0-1) dienen adjuvante behandeling te krijgen met cisplatine bevattende combinatie chemotherapie. De aanbevolen dosis cisplatine is minimaal 75 mg/m2 per kuur zijn en de intentie moet zijn om 4 kuren te geven.
Bij longkanker stadium 1 is de tumor in de long klein. Je kunt dan een behandeling krijgen waardoor je kunt genezen. Meestal stelt de arts dan een operatie voor. Bij de operatie haalt de arts de longkwab weg waarin de tumor zit.
Specifieke palliatieve behandelingen bij longkanker zijn palliatieve radiotherapie, palliatieve chemotherapie en immunotherapie. Naast fysieke zorg en symptoombestrijding, horen ook het psychologische-, sociale- en zingevingsdomein tot de zorg in de palliatieve fase.
Een vlekje op de longen wijst op een afwijking; deze kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Om te kunnen vaststellen wat de oorzaak is van de afwijking, is verder onderzoek nodig.
Een longoperatie is een zware ingreep die een intense nazorg vraagt. De eerste dagen verblijf je op de dienst intensieve zorg, nadien op de verpleegafdeling. Pijn wordt zo goed mogelijk bestreden. Je kan gewoon blijven ademen, beademing is zelden nodig.
Ja dat kan wel, maar helaas maar bij een klein deel van de patiënten. Longkanker wordt vaak pas laat ontdekt en is daardoor moeilijk te genezen. De 5-jaarsoverleving voor longkanker is 27%. Na 10 jaar is nog maar 13% van de mensen in leven.
Longkanker geeft vaak pas in een laat stadium symptomen. Veel voorkomende klachten zijn: lang aanhoudende prikkelhoest, bloedspoortjes ophoesten, kortademigheid, luchtweginfecties die niet overgaan en pijn op de borst. Dit gaat vaak samen met klachten als vermoeidheid, verminderde eetlust en gewichtsverlies.
Straling gebruikt een bundel intense energie om het genetische materiaal, of DNA, in kankercellen te beschadigen. Deze schade zorgt ervoor dat kankercellen zich niet meer kunnen delen en sterven. Maar na verloop van tijd kan straling ook het DNA in gezonde cellen beschadigen en ze in kankercellen veranderen .
Naast het bekende haarverlies kunnen mensen die bestraald worden ook kampen met aften in de mond, huidproblemen, misselijkheid, zenuwproblemen (tintelingen en een voos gevoel in handen en voeten), een verhoogd risico op infecties, enz. Het kan gaan om ernstige complicaties die de levenskwaliteit kunnen aantasten.
Het resultaat van een behandeling met radiotherapie is niet altijd direct te zien. De tumor kan nog weken tot maanden na de behandeling kleiner worden. De arts zal je daarom pas na enkele weken tot maanden na de radiotherapie terug onderzoeken.