Aardlekschakelaars moeten werken tussen de 50% en 100% van de verschilstroomwaarde. Stel het is een 30mA aardlekschakelaar, dan moet deze afschakelen tussen de 15 en 30mA. Als het hoger is dan 30mA dan is de aardlekschakelaar afgekeurd.
De 40A is de maximale stroom die door de aardlek mag lopen, en de 30mA is de aanspreekstroom. Indien de foutstroom hoger is dan 30mA gedurende een aantal milli-seconden dan schakelt de aardlek de achterliggende installatie uit.
Voor woningen geldt tegenwoordig de regel dat de maximale stroom die mag lekken 30 mA is. Dat wil zeggen dat als er meer dan 30 mA lekt, de stroom wordt uitgeschakeld van de groepen die op de aardlekschakelaar staan aangesloten. Kort gezegd heeft een aardlekschakelaar in een woning dus 30mA nodig.
Dan mag je met een hoofdzekering van 3x25A de kabel zekeren en beveiligen met een aardlekschakelaar 300mA. Zo beveilig je de afgaande kabel met de hoofdzekering en de (verplichte) aardlekschakelaar 300mA.
Het is belangrijk dat u ook de huidige Pass Marks kent. Verwarmingsapparaten moeten een stroomsterkte hebben die minder dan 0,75 milliampère per kilowatt bedraagt, tot een maximum van 5 milliampère . Draagbare/handheld apparaten moeten een aardlekstroom hebben van minder dan 0,75 mA om als veilig te worden beschouwd.
Knaagschade aan leidingen en kabels in de agrarische sector verhoogt het risico op brand aanzienlijk. Vooral in ruimtes met verhoogd brandrisico, zoals stallen en opslagplaatsen voor voer, kan een 300mA aardlekschakelaar helpen bij het vroegtijdig detecteren van lekstromen en zo het risico op brand verminderen.
- Type A: De aardlekschakelaar met type A biedt bescherming tegen zowel sinusvormige- als aangesneden wisselstromen en pulserende gelijkstromen. - Type B: Naast detectie van lekstroomgolfvormen (zoals bij type A), worden type B-aardlekschakelaars ook gebruikt om vlakke DC-lekstromen te detecteren.
De 3 fase aardlekautomaat is een component geschikt voor elektrische installaties in industriële en grote commerciële toepassingen. Deze apparaten garanderen betrouwbare bescherming tegen zowel overstroom (kortsluiting en overbelasting) als aardfouten (lekstromen naar aarde).
Sinds 1 juli 2016 mogen geen 3 fase groepenkasten meer verkocht en geïnstalleerd worden waarbij installatieautomaten (groepen) aangesloten worden op een 4-polige aardlekschakelaar. Een 4-polige aardlekschakelaar is een 3 fase aardlekschakelaar. Na ingang van de NEN 1010:2015 is dit niet meer toegestaan.
Houd altijd als vuistregel aan dat er maximaal 3500 Watt aan stroom door een groep mag lopen.
Wat bij de huidige netspanning van 230 Volt dan 2300 VoltAmpère(VA) aan vermogen mogelijk maakt. Tot ruwweg 2000 Watt/VA is er dus met de wandcontactdozen en stekers geen direct probleem te verwachten.
Alle eindgroepen in de groepenkast moeten bij installaties van na 1996 verdeeld zijn achter twee aardlekschakelaars van 30mA. Deze verplichting geldt overigens ook bij het wijzigen van de bestaande groepenkast. Aardlekschakelaars van 500 mA of van het type AC mogen tegenwoordig niet meer gebruikt worden.
De onderstaande tabel toont de stroomdraagcapaciteit van 6mm twin en aardekabel. Deze kabel wordt voornamelijk gebruikt voor huishoudelijke kook- en douchecircuits met een vermogen van 40A AMP .
Waarom valt een aardlekschakelaar uit? Een aardlekschakelaar valt uit om verschillende redenen. Dit kan variëren van een doorgeslagen stop, een algemene stroomstoring, tot specifieke problemen met de elektrische apparaten die op uw netwerk zijn aangesloten.
Aardlekschakelaars moeten werken tussen de 50% en 100% van de verschilstroomwaarde. Stel het is een 30mA aardlekschakelaar, dan moet deze afschakelen tussen de 15 en 30mA. Als het hoger is dan 30mA dan is de aardlekschakelaar afgekeurd.
Je meterkast vervangen voor een 3 fase aansluiting kan variëren in kosten. Dit is afhankelijk van de specifieke situatie, de staat van je huidige meterkast, het type meterkast en hoeveel groepen er nodig zijn. Gemiddeld liggen de eenmalige kosten voor een nieuwe aansluiting tussen de €200 en €1500.
531, Gebruik 4-polige aardlekschakelaars
Het wordt bijvoorbeeld afgeraden omdat bij het aansluiten van meerdere toestellen de optelsom van (HF-)lekstromen een zodanige waarde kan bereiken dat de aardlekschakelaar onbedoeld kan aanspreken. Als er meerdere 1-fase-eindgroepen achter een aardlekschakelaar Ι.
Elk type aardlekschakelaar detecteert de sinusvormige foutstroom in sinusvormige wisselstromen (AC). In een nieuwe elektrotechnische installatie pas je het type AC niet meer toe. In huishoudelijke installaties komt het type A het vaakst voor.
Het is niet verstandig om alle groepen achter één aardlekschakelaar te plaatsen. Dit, omdat dan de gehele installatie spanningloos raakt bij een aardlek. Het beste is dan ook om minimaal twee aardlekschakelaars toe te passen. Het is aan te raden om de groepen per verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
Plaats deze aardlekschakelaarbeveiliging 40A (remautomaat) om te voorkomen dat de maximale stroom van de hoofdzekering, plus de maximale stroom van de omvormer, samen groter zijn dan 40A.
Stel vervolgens de multimeter in op de ohmmeterfunctie en selecteer het hoogste weerstandsbereik. Sluit daarna één sonde aan op het metalen frame of de behuizing van de apparatuur en de andere sonde op de aarddraad of de pin van de stekker. Controleer de meting op de multimeter. Als deze dicht bij nul ligt, betekent dit dat er een aardfout is.
Om de lekstroom te meten kan je een ampere meter (multimeter) tussen je aarde draad plaatsen. Je meet dan de stroom die dus via je je apparaten lekt naar de aarde. Je kan heel makkelijk meten welke apparaten er lekken door ze in of uit te schakelen.
Als uw aardlekschakelaar herhaaldelijk wordt geactiveerd zonder dat er sprake is van een lekstroom, kan dit wijzen op een defect. Controleer uw aardlekschakelaar op tekenen van fysieke schade, zoals barsten, verkleuringen of losse bedrading. Dit kan ook duiden op een defect.