Alles wat 1 of groter is, staat voor de komma.Alles wat kleiner is dan 1, staat achter de komma. Neem bijvoorbeeld een reep van 10 stukjes. Elk stukje is een tiende deel, Als je dat als kommagetal schrijft, schrijf je 0,10.
De cijfers achter de komma noem je decimalen. 7,21 is een getal met 2 cijfers achter de komma, dit is dus een getal met 2 decimalen. De getallen achter de komma hebben ook een waarde. Het getal 2,1 is hetzelfde als 2,10 en 2,100 enz.
Het percentage dat bij het kommagetal 0,375 hoort is dus 37,5%. . Je kunt deze breuk eenvoudiger opschrijven. Je kunt de teller en de noemer namelijk allebei delen door 4.
Bij kommagetallen staat achter de komma eerst: 1/10 als kommagetal 0,1. daarna volgt: 1/100 als kommagetal 0,01. dan volgt: 1/1000 als kommagetal 0,001.
De gehele getallen tel je eerst op en vervolgens de cijfers achter de komma van de getallen die je bij elkaar optelt: de tienden van het ene getal bij de tienden van het andere, honderdsten bij honderdsten, enzovoort. In antwoorden laat je de laatste nul(len) weg (in dit geval heeft 0 honderdste geen waarde).
1) Lijn de decimalen verticaal uit. Vul waar nodig nullen in. 2) Tel de getallen op of trek ze af alsof het hele getallen zijn. 3) Plaats de decimale punt in de som of het verschil zodat deze verticaal uitgelijnd is met de getallen die worden opgeteld of afgetrokken.
Wanneer er gevraagd wordt naar de decimale vorm van het getal 10, blijft het gewoon '10' omdat het al in de decimale vorm staat.
2/5 deel is 40% en is ook 0,40. (De nullen achteraan een kommagetal mag je weglaten. Je kunt de 0,10 en 0,40 dus ook veranderen in 0,1 en 0,4.
De breuk 1/10 zou worden geschreven als het decimaal 0,1. Om dit uit te rekenen, hoeft u alleen de plaatswaarde te weten. Rechts van de komma staan de plaatsen tienden, honderdsten, duizendsten, tienduizendsten, enzovoort. Omdat u één tiende (1/10) hebt, zet u een 1 op de plaats van de tienden, wat u 0,1 oplevert.
= 3 : 4 = 0,75.
Antwoord: 0,375 kan worden geschreven als 3/8 in breuk.
Met behulp van de decimale formule is het aantal decimalen in het antwoord gelijk aan het aantal nullen in het veelvoud van 10 in de noemer . Een decimaal kan worden omgezet in een geheel getal door het te vermenigvuldigen met 10 of een hogere macht van 10, wat gelijk is aan het aantal decimale cijfers.
Elk stukje van 0,1 is een tiende en staan op de eerste plek achter de komma. Een tiende kun je ook weer in tien stukjes verdelen. Elk stukje van 0,01 is een honderdste en staan op de tweede plek achter de komma. Een honderdste zoals dat van 0,01 naar 0,02 kun je ook weer in 10 stukjes verdelen.
Wanneer het eerste getal achter de komma een vier of lager is, wordt het cijfer naar beneden afgerond. Wanneer het eerste getal achter de komma een vijf of hoger is, wordt het cijfer naar boven afgerond.
Antwoord: 5/2 als decimaal is 2,5
Laten we begrijpen hoe we 5/2 als decimaal kunnen schrijven met behulp van de volgende uitleg. Om een breuk om te zetten naar decimale vorm, hoeven we alleen de teller te delen door de noemer .
In een kommagetal staan achter de komma eerst de tienden, dan de honderdsten dan de duizendsten enzovoort. 8,6 betekent dus 8 helen en 6 tienden. We zeggen: acht komma zes of acht zes tienden. 4,28 betekent dus 4 helen, 2 tienden, en 8 honderdsten.
We veranderen niet de waarde van de breuk omdat we zowel de teller als de noemer door hetzelfde delen. 8 gedeeld door 2 is 4, 10 gedeeld door 2 is 5. En we zijn klaar. 0.8 is hetzelfde als 8 tienden, welke hetzelfde is als 4 vijfden.
Het omzetten van een geheel getal naar een decimaal is een eenvoudig proces dat kan worden uitgevoerd door simpelweg een decimaal punt gevolgd door nullen toe te voegen aan het getal . Bijvoorbeeld, het gehele getal 5 kan worden uitgedrukt als 5,0 of 5,00.
Getallen in het decimale stelsel worden genoteerd met behulp van de tien cijfers: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9.
Wat zijn decimale getallen? Decimalen worden gebruikt om een getal te schrijven dat niet geheel is . Decimale getallen zijn getallen die tussen gehele getallen liggen. Een voorbeeld hiervan is 12,5, een decimaal getal dat tussen 12 en 13 ligt.
Wanneer de getallen in een optelbewerking eenvoudiger zijn, kunnen we de getallenlijnmethode gebruiken voor optellen. De tientallen (10 + 30) werden eerst opgeteld, gevolgd door de eenheden (3 + 2). De getallenlijn begint bij 10 (de tientallen van het eerste getal) en gaat door tot 40 door de drie tientallen van het tweede getal op te tellen.
Het bleek dat er verschillende opvattingen waren. De regel: Meneer van Dalen... is een overblijfsel uit vroeger tijden, waarvoor tegenwoordig geen plaats meer is. De volgorde van bewerkingen wordt bij toepassingen door de context en door de gebruikte rekenapparatuur bepaald. Bij twijfel plaats je haakjes.