7000 jaar geleden (ca. 5000 v.Chr.) vond de Neolithische revolutie plaats, waarbij mensen overgingen van jagen/verzamelen naar een gevestigd bestaan als boer. Ze woonden in permanente nederzettingen, verbouwden gewassen (eenkoorn, vlas), hielden vee (koeien, varkens), maakten aardewerk en woonden in houten hutten. Jeugdbieb +3
7000–1700 v.Chr. Het Neolithicum, ofwel de Nieuwe Steentijd, wordt gekenmerkt door het begin van een gevestigde menselijke levensstijl. Mensen leerden planten te verbouwen en dieren te domesticeren voor voedsel, in plaats van uitsluitend afhankelijk te zijn van jagen en verzamelen .
6000 jaar geleden was de landbouwtechnologie voldoende geavanceerd om grote overschotten te scheppen, boven de directe nood om te overleven. Mensen leerden met vallen en opstaan te leven in steden, bestuurssystemen op te zetten, wetten te maken, ontwikkelden beroepsspecialisaties.
In de prehistorie leefden de mensen in tentenkampen van een aantal tenten bij elkaar of in grotten. Zij waren verzamelaars en jagers. Zo'n driekwart van het voedsel werd verzameld (bessen, noten, zaden, knollen), een kwart was afkomstig van de jacht. Dit deden ze voor het vlees en de huid.
Gedurende millennia werd geaccepteerd dat de menselijke levensduur ongeveer 70 jaar was, dat als we de ziekten, hongersnoden en oorlogen van onze jeugd en middelbare leeftijd overleefden, we gemiddeld een leeftijd van 60-70 jaar konden verwachten en geluk zouden hebben om veel ouder dan 70 te worden.
Ideale seks was seks waarbij de mannen zo snel mogelijk hun punt wisten te maken en liefst zo vaak mogelijk. Dat zouden vrouwen stiekem ook als prettigst ervaren. Gelijke mogelijkheden waren er niet, vrouwen moesten kuis blijven, alleen mannen mochten ervaring hebben.
De oudste persoon van wie de leeftijd onafhankelijk is vastgesteld, is Jeanne Calment (1875-1997) uit Frankrijk, die 122 jaar en 164 dagen oud werd.
Tijdens de eerste periode van de prehistorie in Amerika, het Paleo-tijdperk, dat naar schatting plaatsvond tussen 10.000 en 8.000 v.Chr., waren de inheemse Amerikanen nomaden . Ze leefden in kleine groepen en trokken van plaats naar plaats, in het kielzog van kuddes groot wild zoals mammoeten en mastodonten.
Alles begint zo'n 10 miljoen jaar geleden in Afrika, waar sommige mensapen langzaam op twee benen gaan lopen en de eerste mensachtigen ontstaan. De Australopitheken, oftewel de zuidelijke Mensaap. Ze ontwikkelen zich, hun hersenen groeien, en er ontstaan nieuwe soorten: de Hominidae.
Dankzij evolutie hebben mensen de ijstijd kunnen overleven . De menselijke hersenen werden groter en mensen begonnen rechtop te lopen. Met deze voordelen konden ze beter vooruit plannen en nadenken over hoe ze hun situatie konden overleven. Ze begonnen de bewegingen van kuddes te volgen om voedsel te vinden.
We weten tegenwoordig veel over de ouderdom van de aarde, en over het langzame ontstaan van het leven op aarde. Die zes dagen van Gods scheppingswerk staan in schril contrast met de 4,6 miljard jaar dat de aarde volgens huidige inzichten al bestaat.
Genesis 1:3-31 laat ons zien dat God de aarde in zes dagen opnieuw schiep en vervolgens de zevende dag, de sabbat, instelde door erop te rusten (Gen. 2:2-3). God staat de mens toe zes dagen te werken (zesduizend jaar), gevolgd door de zevende dag rust (een sabbatsrust van duizend jaar).
De voorouders van de mens zijn diverse mensachtigen (hominiden) die zich in Afrika ontwikkelden uit gedeelde aapachtige voorouders met chimpansees, zoals de Australopithecus (eerste rechtoplopende mensachtige, bv. Lucy), gevolgd door de vroege Homo-soorten zoals Homo habilis en Homo erectus, en later de Homo heidelbergensis, die een directe voorouder is van zowel de Neanderthaler als de moderne mens (Homo sapiens). Deze evolutionaire lijn omvat verschillende soorten die zich geleidelijk aanpasten en verspreidden, wat uiteindelijk leidde tot de huidige mens.
Onze prehistorische voorouders aten vroeger veel groenten en fruit, noten en zaden en vlees en vis. Dit 'oervoer' was rijk aan eiwitten en vezels en bevatte amper koolhydraten en verzadigde vetten. Het voedsel was puur en onbewerkt en volgens wetenschappers aten onze voorouders erg gezond.
Honderd jaar geleden waren er naar schatting zo'n 1,86 miljard mensen op deze aarde. Dat betekent dat tussen 1920 en 2020 de wereldbevolking iets meer dan twee keer is verdubbeld (van 1,86 naar 3,72 miljard en van 3,72 naar 7,44 miljard). Als dat in 100 jaar kan gebeuren, wat zegt dit dan over de periode ervoor?
Tussen ongeveer 250.000 en 40.000 jaar geleden kwamen enkele duizenden van hen in contact met anatomisch moderne mensen.
Zullen de meeste wetenschappers zeer kort en duidelijk kunnen antwoorden: Dat kan niet. Iets kan niet ontstaan uit niets. Er is altijd wel 'iets' dat verandert in iets anders.
Nederlanders stammen af van een mix van vroege Europese jagers-verzamelaars, landbouwers die vanuit het zuidoosten kwamen, en later Germaanse stammen zoals de Friezen, Saksen en Bataven, aangevuld met invloeden van Kelten en Romeinen, wat resulteerde in een unieke mix van volkeren en culturen in de Lage Landen, met de huidige bevolking als resultaat van duizenden jaren van migratie en vermenging.
De voorouders van de mens zijn diverse mensachtigen (hominiden) die zich in Afrika ontwikkelden uit gedeelde aapachtige voorouders met chimpansees, zoals de Australopithecus (eerste rechtoplopende mensachtige, bv. Lucy), gevolgd door de vroege Homo-soorten zoals Homo habilis en Homo erectus, en later de Homo heidelbergensis, die een directe voorouder is van zowel de Neanderthaler als de moderne mens (Homo sapiens). Deze evolutionaire lijn omvat verschillende soorten die zich geleidelijk aanpasten en verspreidden, wat uiteindelijk leidde tot de huidige mens.
De Aarde heeft een ouderdom van ongeveer 4,54 miljard jaar, en het vroegste bewijs van leven dateert van 3,8 miljard jaar geleden van gesteentes uit West-Australië.
Rond 10.000 jaar geleden was de aarde al een stuk warmer, ook al was de ijstijd toen 'pas' zo'n 1700 jaar voorbij. De permafrost smolt langzaam maar zeker, waardoor deze alleen in noordelijke gebieden aanwezig bleef.
In de middeleeuwen zagen we een lichte verbetering van de levensverwachting, hoewel deze nog steeds laag was in vergelijking met de moderne tijd. Gemiddeld werden mensen in deze periode tussen de 30 en 40 jaar oud, met uitschieters die 60 jaar of ouder werden.
De belangrijkste ontwikkelingen in het Trendscenario
Vraag 1: Wat is onze levensverwachting in de toekomst? De levensverwachting stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040. De kans om heel oud te worden neemt flink toe. Het aantal mensen van 100 jaar en ouder zal tussen nu en 2040 bijna verviervoudigen.
Kane Tanaka is vandaag 119 jaar en 97 dagen oud en daarmee is de Japanse vrouw exact even oud als de Amerikaanse Sarah Knauss op haar sterfdag in 1999. Alleen de in 1997 overleden Française Jeanne Calment (122 jaar en 164 dagen) is ooit nóg ouder geworden.
Tegelijk is in verschillende landen de leeftijd van de oudste overledene in een gegeven jaar gestegen. Voor sommige wetenschappers is dat een teken dat er wel wat rek zit op onze levensverwachting. Volgens de excentrieke Britse gerontoloog Aubrey de Grey kan de mens zelfs 1000 jaar worden.