Voltooid deelwoord (participium) Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die gebruikt wordt in combinatie met een hulpwerkwoord en die aangeeft dat een handeling voltooid is. Voorbeelden van voltooide deelwoorden zijn gewerkt, gelopen, onthouden, verkocht en beloofd.
Het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden wordt meestal gevormd door het prefix ge-, ver- of be- aan het werkwoord toe te voegen en door een –d of een –t aan het einde van het werkwoord te plakken, zoals bij ge-werk-t of be-antwoor-d. Ook staat er een hulpwerkwoord in de zin (een vorm van “hebben” of “zijn”).
Het deelwoord of participium is een onbepaalde werkwoordsvorm. Het woord deelwoord duidt aan dat het woord eigenschappen deelt van zowel werkwoorden als naamwoorden.
Om te bepalen of het voltooid deelwoord of de persoonsvorm verleden tijd een d of t krijgt, neemt je kind eerst de stam (= hele werkwoord -en) van het werkwoord. Als deze op een medeklinker uit 't kofschip eindigt, krijgt het woord een -t. Wanneer de laatste letter van de stam er niet in zit, schrijft je kind een -d.
Maak de zin vragend (ja/nee-vraag) -> de persoonsvorm komt vooraan in de zin te staan. Probeer de zin in een andere tijd te zetten -> het woord dat nu verandert, is de persoonsvorm. Zet het onderwerp van de zin in enkelvoud/meervoud -> het werkwoord dat mee verandert, is de persoonsvorm.
Er zijn drie soorten deelwoorden in het Engels: tegenwoordig deelwoord, voltooid deelwoord en voltooid deelwoord . De eerste twee ken je waarschijnlijk van bepaalde tijden en adjectiefvormen.
Een hulpwerkwoord is een werkwoord dat als 'hulp' bij het hoofdwerkwoord van de zin staat. In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een hulpwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een ander werkwoord (een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord).
Werkwoorden zijn de belangrijkste onderdelen van een zin. Er bestaan drie werkwoordsvormen: de persoonsvorm (pv), het infinitief (inf) en het voltooid deelwoord (vdw).
Werkwoorden worden gecategoriseerd in drie verschillende typen, namelijk actiewerkwoorden, hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden. 2. Wat is het verschil tussen een werkwoord en een bijwoord? Een werkwoord kan worden beschreven als een woord dat de actie van het onderwerp vertegenwoordigt.
De infinitief (of: onbepaalde wijs) is een vormcategorie van het werkwoord. De infinitief wordt ook wel 'het hele werkwoord' genoemd en het is in deze 'standaardvorm' dat werkwoorden in woordenboeken zijn opgenomen. De vorm van de infinitief is onbepaald wat persoon, getal, tijd en wijs betreft.
Een voltooid deelwoord is de vorm van een werkwoord die de werking als geschied voorstelt, bijvoorbeeld "gebroken" in "zijn been was gebroken". Dit artikel valt onder het portaal Woordenschat.
Ja, het is correct om "was" plus het voltooid deelwoord te gebruiken in bepaalde grammaticale constructies . Dit staat bekend als de voltooid lijdende vorm. Bijvoorbeeld: - De taart werd gebakken door mijn zus.
Let goed op, want reizen is een zwak werkwoord. We zien hier in het hele werkwoord dat het met een z wordt geschreven maar in ons voorbeeld schrijf je het met een s, dus dan krijgen we gereisd met een d.
De regel van 't kofschip (x)
Als de laatste letter van de stam wel in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -t. Als de laatste letter van de stam niet in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -d.
Samenvatting van de les
Een voltooid deelwoord is een werkwoord dat een actie aangeeft die in het verleden is voltooid . Een deelwoord lijkt op een werkwoord, maar kan ook andere rollen in een zin aannemen. Om actie in een werkwoordzin over te brengen, kunnen voltooide deelwoorden in passieve vorm worden gebruikt, waarin actie wordt uitgevoerd op het onderwerp van een zin.
De vervoeging van het werkwoord typen is: tegenwoordige tijd: ik typ, jij/u typt, hij/zij typt, wij/jullie/zij typen. verleden tijd: ik/jij/u/hij/zij typte, wij/jullie/zij typten. voltooid deelwoord: (ik heb) getypt, een getypte brief.
V1, V2, V3, V4 en V5 verwijzen naar de vijf verschillende werkwoordsvormen. V1 is de basisvorm van het werkwoord; V2 is de simple past form; V3 is de past partial form; V4 is de third-person enkelvoud present form; en V5 is de present partial form.
De vorming van de imperatief is voor het enkelvoud gewoon de stam en voor het meervoud de stam "+te".
Na een voorzetsel volgt altijd een niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord. Onderwerpsvormen zijn ik, jij/je, hij, zij/ze, het, wij/we, jullie en zij/ze.
Betekenis van 'voltooid deelwoord'
De term 'voltooid deelwoord' bestaat uit twee delen: 'voltooid' en 'deelwoord'. De betekenis van het eerste deel is het belangrijkste. 'Voltooid' betekent dat iets al gebeurd is in het verleden en dat de activiteit nu klaar is. Ik heb vorige week gevoetbald.
Sommige werkwoorden zijn 'half onregelmatig': ze hebben gedeeltelijk een zwakke en gedeeltelijk een sterke vervoeging: bakken - bakte - gebakken. lachen - lachte - gelachen.
Voorbeeld: stelen
In de tegenwoordige tijd is het 'ik steel', maar in de verleden tijd is het 'ik stal'. De klank verandert, waardoor het een een sterk werkwoord is. Dit gebeurt ook bij het voltooid deelwoord. 'Gestolen' is namelijk het voltooid deelwoord van stelen.