De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat kernbeginselen voor een fatsoenlijke overheid, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2), het motiveringsbeginsel (art. 3:46), het verbod op détournement de pouvoir (misbruik van bevoegdheid, art. 3:3) en het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2). Deze regels voorkomen willekeur en garanderen een eerlijke procedure. Studeersnel +1
Als belangrijkste algemene beginselen van behoorlijk bestuur kunnen worden genoemd: het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, het fair play beginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
In het bestuursrecht is sprake van een algemene set geschreven en ongeschreven spelregels waaraan de overheid geacht wordt zich te houden. Deze spelregels worden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur genoemd.
Artikel 10:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) regelt dat delegatie van bevoegdheden niet is toegestaan aan een ondergeschikte; de wet verbiedt dit om de ministeriële verantwoordelijkheid te waarborgen, hoewel er uitzonderingen en vormen van mandaat (opdracht) bestaan die wel mogelijk zijn. Dit betekent dat een bevoegd orgaan een taak niet zomaar kan doorgeven aan een lagergeplaatste, maar het kan wel via mandaat een opdracht geven, waarbij de oorspronkelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid bij het hogere orgaan blijft.
Algemeen. Art. 5:17 verschaft aan toezichthouders de bevoegdheid om inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden en daarvan kopieën te maken.
Artikel 4:124 [Open systeem]
Het bestuursorgaan beschikt ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft.
De beginselen van behoorlijk bestuur zijn algemene rechtsbeginselen die door het bestuur, lees de fiscale administratie, moeten nageleefd worden. Deze beginselen kunnen in bepaalde gevallen een belangrijke reddingsboei zijn voor de belastingplichtige die wordt geconfronteerd met een onbehoorlijk handelen van de fiscus.
De drie kernbegrippen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn bestuursorgaan, belanghebbende en besluit, vaak de "drie B's" genoemd, die de basis vormen voor de verhouding tussen burger en overheid: wie beslist (bestuursorgaan), wie kan bezwaar maken (belanghebbende) en wat is de handeling (besluit).
Formele beginselen: beginselen die betrekking hebben op voorbereiding van besluiten en op de inrichting van de besluiten, vormgeving en bekendmaking. Materiele beginselen: beginselen die betrekking hebben op de inhoud van besluiten.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur die in artikel 2:4 Awb en hoofdstuk 3 van de Awb zijn gecodificeerd, zijn het verbod van vooringenomenheid (artikel 2:4 Awb), het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb), het verbod van détournement de pouvoir (artikel 3:3 Awb), het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb ...
De vijf beginselen van behoorlijke rechtspraak die worden gebruikt als kader voor het onderzoek zijn: – toegankelijkheid van rechtspraak; – openbaarheid van rechtspraak; – berechting binnen redelijke termijn; – onafhankelijkheid en onpartijdigheid; – een eerlijke behandeling.
Algemene beginselen
De Awb bevat algemene regels over de verhouding tussen bestuursorganen en belanghebbenden bij het voorbereiden, nemen en toepassen van besluiten. De Awb is daarom ook voor de toepassing van de Archiefwet 1995 van belang.
Nederland is een rechtsstaat. Dit betekent dat de overheid gebaseerd is op het recht, en gebonden is áán het recht. Elk overheidshandelen moet zijn gebaseerd op de wet en plaatsvinden in overeenstemming met de wet en het (ongeschreven) recht. Dit wordt ook wel het legaliteitsbeginsel genoemd.
In het strafrecht kennen we de volgende beginselen van goede procesorde;
Welke algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn er
Een bestuursorgaan moet een beslissing nemen zonder vooringenomenheid. Er mag dus geen sprake zijn van partijdigheid. Daarnaast moet het orgaan elke schijn van partijdigheid vermijden. Besluiten moeten goed worden uitgelegd.
In de podcast belicht Barkhuysen de drie kernprincipes van het bestuursrecht, ook wel de drie B's genoemd: Bestuursorgaan, Belanghebbende en Besluit. De hoogleraar betoogt dat de bestuursrechtjurist deze drie B's 'goed in de vingers moet hebben, wil je het vakgebied goed kunnen uitoefenen.
Binnen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt een onderscheid gemaakt in formele en materiële beginselen. De formele beginselen hebben betrekking op de formele kant van de besluitvorming en het overheidshandelen. Voorbeelden van formele abbb zijn het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
Goed bestuur kent acht (8) belangrijke kenmerken/principes. Het is participatief, consensusgericht, verantwoordelijk, transparant, responsief, effectief en efficiënt, rechtvaardig en inclusief en volgt de rechtsstaat .
Dit artikel geeft het bestuursorgaan in een aantal gevallen de bevoegdheid een aanvraag niet in te willigen, zonder dat de normaal geldende procedurele eisen nageleefd behoeven te worden. Daarbij is met name te denken aan eisen op het punt van het horen en de motivering.
Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.
Algemeen. Art. 5:19 verschaft aan toezichthouders de bevoegdheid om vervoermiddelen en lading te onderzoeken en inzage te vorderen van vervoersbescheiden. Ook geeft het artikel de bevoegdheid om met het oog daarop een vordering te doen tot stilhouding van het voertuig en overbrenging naar een aangewezen plaats.
Art. 7:9 B.W. de verkoper is verplicht tot de overdracht van de eigendom en aflevering van de verkochte zaak, met toebehoren. Aflevering wil zeggen het bezit verschaffen (zie pagina bezit). Bij koop onder eigendomsvoorbehoud betekent aflevering dat de zaak in de macht van de koper gebracht wordt (lid 3).
1. Indien het bezwaar of beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, is het niet aan een termijn gebonden. 2. Het bezwaar- of beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.