De Vrije School biedt onderwijs op alle niveaus (vmbo-t, havo en vwo) in de bovenbouw (klas 7 t/m 12), waarbij de focus ligt op een brede ontwikkeling van hoofd, hart en handen. Het is een vorm van antroposofisch onderwijs dat creativiteit en kunstzinnige vorming integreert in het reguliere curriculum. De Vrije School Den Haag +4
Een vrijeschool heeft een eigen 'niveau' dat zich richt op de ontwikkelingsfasen van het kind, van 0-7 (fysiek), 7-14 (gevoel), tot 14-21 (denken), met een sterke nadruk op creativiteit, kunst en praktische vaardigheden, waarbij de basisschool eindigt in klas 6 en de middelbare school begint in klas 7 met een doorlopend curriculum dat leidt tot reguliere eindexamens (VMBO-tl, HAVO, VWO), en de instroom vaak hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.
Het verschil tussen een vrije school en een normale school zit in de antroposofische grondslag, die de totale ontwikkeling (hoofd, hart, handen) van het kind centraal stelt, wat resulteert in meer creatieve vakken, een vaste leerkracht die met de klas meegaat, minder toetsen, veel aandacht voor ritme en feesten (seizoenen, mythologie), en een warmer, minder gestandaardiseerd klaslokaal, met nadruk op 'doen' en 'beleven' naast leren, in tegenstelling tot het meer prestatie- en boek-georiënteerde 'gewone' onderwijs.
Het vmbo kent vier leerwegen: de Basisberoepsgerichte Leerweg (vmbo-b) voor praktisch werk naar mbo-niveau 2, de Kaderberoepsgerichte Leerweg (vmbo-k) voor meer praktijk en mbo-niveau 3/4, de Gemengde Leerweg (vmbo-gl) met meer theorie en doorstroom naar mbo-4/havo, en de Theoretische Leerweg (vmbo-t/mavo), de meest theoretische route, die ook voorbereidt op mbo-4 of havo. Deze niveaus verschillen in de balans tussen theorie en praktijk en de vervolgopleidingen die ze mogelijk maken.
De vrijeschool staat voor onderwijs dat leerlingen prikkelt in hun creativiteit, originaliteit en eigen inbreng. En stimuleert?/ontwikkelt naast verbeeldingskracht, expressieve vaardigheden ook gevoeligheid voor schoonheid en esthetiek. Daarnaast worden het kunstzinnige toegepast in rekenen, taal en wetenschap.
Een kind is geschikt voor de vrijeschool als ouders zoeken naar een holistische ontwikkeling (hoofd, hart, handen), met nadruk op creativiteit, natuur en persoonlijke groei, en als het kind floreert in een omgeving met veel spel in de kleuterjaren, een vaste jaarleerkracht, en een ritme gebaseerd op leeftijdsfasen, waarbij het leren voortkomt uit imiteren, beelden en later eigen oordelen. Kinderen die baat hebben bij een omgeving met veel kunst, cultuur en beweging, en waarbij motivatie belangrijker is dan vroege prestatiedruk, passen goed.
Het vrijeschoolonderwijs in Nederland omvat scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Vrijescholen spreken zelf van kleuterschool (4 tot 6 jaar), onderbouw (6 tot 12 jaar, klas 1 t/m 6) en bovenbouw (12 tot 18 jaar, klas 7 t/m 12). De klassen 7 en 8 worden ook wel middenbouw genoemd.
Het laagste niveau van het voortgezet onderwijs is het praktijkonderwijs. Dit onderwijs is speciaal voor jongeren die het moeilijk vinden om een diploma te behalen in het 'reguliere' voortgezet onderwijs. Het halen van een diploma op vmbo niveau is voor veel praktijkonderwijs leerlingen te hoog gegrepen.
Het tempo en niveau van het havo is hoger dan van het vmbo. Leerlingen moeten bijvoorbeeld zelfstandiger werken en krijgen meer huiswerk. Bovendien is het onderwijsniveau theoretischer dan vmbo-t. In de onderbouw, de eerste, tweede en derde klas, volgen leerlingen algemene vakken op het havo.
Nee, mavo is niet hetzelfde als vmbo, maar het is wel de hoogste leerweg (vmbo-tl) binnen het vmbo-stelsel; veel scholen en mensen gebruiken de termen door elkaar, omdat mavo een veelgebruikte naam is voor vmbo-theoretische leerweg, dat leerlingen voorbereidt op mbo niveau 4 of de havo.
Voordelen en nadelen van de vrijeschool
Voordelen: Brede ontwikkeling: kinderen leren niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun hart en handen. Veel creativiteit: er is veel aandacht voor kunst en muziek en praktische vaardigheden. Rust en ritme: vaste structuur geeft duidelijkheid, overzicht en veiligheid.
Groep 7 wordt vaak gezien als de moeilijkste groep van de basisschool vanwege de toename in complexiteit, vooral in rekenen (breuken, procenten) en taal, en de grotere nadruk op zelfstandig inzicht, maar ook groep 8 is uitdagend met de voorbereiding op de middelbare school en de Cito-toets, terwijl groep 5 een overgang is met veel nieuwe vakken, wat het ook pittig kan maken. De moeilijkheid is subjectief en hangt af van het kind, maar de didactische zwaarte neemt toe naarmate de basisschool vordert.
Op de vrijeschool zitten kinderen uit dezelfde leeftijdscategorie bij elkaar in de klas. Deze kinderen blijven hun gehele lagere schoolperiode bij elkaar in de klas. Het gebeurt vrijwel nooit dat een kind blijft zitten. Een leerkracht blijft in principe de gehele lagere schoolperiode bij dezelfde groep kinderen.
Het onderwijs in Nederland is enerzijds verdeeld over scholen voor verschillende leeftijdsgroepen (basisonderwijs en middelbaar onderwijs) en vervolgens weer onderverdeeld op basis van verschillende onderwijsniveaus (algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs).
Wat is het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs? In Nederland hebben we openbare scholen en bijzondere scholen. Een school die uitgaat van een bepaalde levensbeschouwing of godsdienst noemen we een bijzondere school. Het openbare onderwijs is niet gebaseerd op een godsdienst of levensovertuiging.
Ze heten Waldorfscholen, Steinerscholen of, alleen in Nederland: Vrijescholen. Al deze scholen hebben zich in de afgelopen 100 jaren ontwikkeld en veranderd, mede afhankelijk van de hun omgevende factoren zoals cultuur en mentaliteit, populatie- en maatschappijverandering en (inter)nationale wetgeving.
Mavo is dus zeker geen 'laag' niveau. Het is een stevige theoretische basis voor leerlingen die later bijvoorbeeld mbo niveau 4 willen volgen, of via een omweg naar het hbo willen. Steeds meer scholen bieden ook mavo+ aan: een programma met extra uitdaging of een praktische component.
Vwo is een stuk moeilijker dan havo, vooral omdat de lesstof dieper gaat en meer abstract denken vraagt. Leerlingen krijgen niet alleen meer huiswerk, maar moeten ook zelfstandiger werken en complexere verbanden leggen.
Met je havodiploma naar het mbo
En een groot voordeel: met een havodiploma kun je versneld een mbo niveau 4 opleiding afronden. Dan heb je met je havodiploma binnen 2 jaar een waardevol mbo-diploma.
De mavo is namelijk sinds 1999 opgenomen in het vmbo. De oude mavo is nu de theoretische leerweg binnen het vmbo, ook wel aangeduid als vmbo-TL. Toch gebruiken veel scholen, ouders én leerlingen de term 'mavo' nog steeds. Sommige scholen noemen zichzelf ook nog mavo-school of mavo-afdeling.
Wat is het havo? Havo is de afkorting van hoger algemeen voortgezet onderwijs.
100 is het gemiddelde dat overeenkomt met mavo/vmbo-denkniveau. Vanaf een score van 130 spreekt men van hoogbegaafdheid. Met een IQ score tussen de 120 en 130, wordt vaak gesproken over 'meerbegaafd'.
Op een vrijeschool draait het om wie jij bent. Als leerling op een vrijeschool kun je je in alles ontwikkelen, je hele persoonlijkheid en in alles waar jij je goed bij voelt. Naast gewone leervakken kun je ook veel dingen doen, zoals tekenen, schilderen, muziek maken.
De rijksoverheid betaalt het leeuwendeel van de schoolkosten van een leerling op de middelbare school. Dan moet je denken aan ongeveer 7.300 euro per jaar wat door de overheid wordt gefinancierd. Dat is inclusief de kosten van schoolboeken en ander (digitaal) lesmateriaal.
vrijeschoolonderwijs is gebaseerd op de antroposofie. Binnen deze filosofie wordt de mens gezien als geheel. Het gaat niet alleen om je denkvermogen, maar ook om je creativiteit, sociale ontwikkeling en lichamelijke vorming. Deze blijf je voortdurend ontwikkelen.