Assimilatieverschijnselen in Nederlandse woorden treden op wanneer medeklinkers zich aanpassen aan omliggende klanken, vaak in uitspraak (stemhebbend/stemloos) of plaats. Veelvoorkomende voorbeelden zijn vaatdoek ([vaadoek]), zakdoek ([zadoek]), ontvangen ([onfangə(n)]), onweer ([omweer]) en opdracht ([obdracht]). Taaladvies.net +1
Historische voorbeelden zijn pollepel (ontstaan uit potlepel) en litteken (ontstaan uit likteken; lik/lijk = 'lichaam'). Ook de vorm van veel aan het Latijn ontleende woorden zijn het resultaat van assimilatie: suffix (van sub + fix), irrealis (van in + realis), impuls (van in + pulsus).
Samenstellingen
Dit zijn de zotste woorden uit de Van Dale
Als twee (of meer) woorden samen één nieuw woord vormen, heet dat een samenstelling. Zo kun je met rug en zak de samenstelling rugzak vormen. In het Nederlands kun je ontelbaar veel en in principe oneindig lange samenstellingen maken.
Samengestelde woorden ontstaan wanneer twee of meer woorden samen één woord vormen, of een woordgroep die als één woord fungeert. Bekende voorbeelden van samengestelde woorden zijn ijs, brandweerman en actueel .
De 12 woordsoorten in het Nederlands zijn: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, bijwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, telwoord, tussenwerpsel, en vaak worden ook de hulpwerkwoorden en koppelwerkwoorden apart genoemd, of worden de voornaamwoorden (persoonlijk, bezittelijk, vragend, etc.) en werkwoorden (zelfstandig, hulp-, koppel-) verder uitgesplitst, wat tot ongeveer 12 of meer categorieën kan leiden.
Het "raarste" woord is subjectief, maar populaire kandidaten zijn het onvertaalbare mamihlapinatapai (Yaghan-oorsprong voor een blik van wederzijdse, niet-geïnitieerde verlangen) en het Nederlandse oelewapper (sukkel/idioot) of droeftoeter (sneue persoon), vaak gekozen in verkiezingen voor grappigste of lelijkste woorden, naast vreemde samenstellingen zoals 'pindakaas' (peanut cheese) of 'stofzuiger' (dustsucker).
Dit woord telt liefst 35 letters. Dit is als een ontzettend lang woord, maar toch kan het nog langer. De Engelse taal kent namelijk een woord dat liefst 45 letters telt, namelijk pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis.
Middelengels wedlok, "instituut van het huwelijk; staat of toestand van het getrouwd zijn," van Oudengels wedlac "belofte afleggen, huwelijksgelofte," van wed + -lac, een zelfstandig naamwoordsachtervoegsel dat "handelingen of procedures, praktijk" betekent. Het element is terug te vinden in ongeveer een dozijn Oudengelse samenstellingen (zoals feohtlac "oorlogvoering"), maar dit ...
Lijst van koppelwerkwoorden
De grappigste Nederlandse woorden zijn vaak die met een dubbele betekenis, zoals 'pindakaas' (peanut cheese) of 'spiegelei' (mirror egg), en de grappige samenstellingen zoals 'eikendepressierups' (een rups die niet blij kijkt) of 'clownstrofobie' (angst voor clowns), terwijl Afrikaans ook pareltjes heeft zoals 'plasdammetjie' (babyzwembadje). Deze woorden zijn leuk vanwege hun letterlijke vertalingen of onverwachte betekenissen.
En als je dan zegt 'ha wat fijn, al die witte sneeuw', dan gebruik je een PLEONASME, en daar moet je mee uitkijken want sommige mensen -zoals je buurman- kunnen daar niet tegen en worden er witheet van. En dan smelt al die witte sneeuw en blijf je achter met een flinke poel nat water. O, sorry!
Assimilatie vindt het meest plaats tussen direct naast elkaar liggende klanken, maar kan ook voorkomen tussen klanken die door andere klanken gescheiden zijn. In "handbag" wordt de [d] bijvoorbeeld soms weggelaten, waardoor de [n] assimileert tot [m] vóór de [b] .
Een ander (en heel belangrijk) voorbeeld van assimilatie is fotosynthese. Hierbij wordt water en koolstofdioxide gebruikt om suiker (glucose) en zuurstof te maken. Dit kunnen alleen planten, en een aantal bacteriën doen, maar is noodzakelijk voor het dierlijk leven.
Volgens Hirschman (1983) ligt de potentiële waarde van Gordons (1964) theorie vooral in zijn onderscheid van zeven mogelijke dimensies of typen assimilatie: cultureel of gedragsmatig, structureel, huwelijksgerelateerd, identificatiegerelateerd, attitude-gerelateerd, gedragsgerelateerd en burgerlijk .
Het moeilijkste woord is het Congolese Ilunga (betekenis: 'iemand die een eerste incident kan vergeven, een tweede kan verdragen, maar een derde niet meer tolereert'), gevolgd door shlimazl (Jiddisch voor 'een chronisch pechvogel') en naa (wordt in een Japans dialect gebruikt om woorden kracht bij te zetten en om ...
Fries en Engels: wat hebben ze gemeen? Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het Fries lijkt taalkundig gezien het meeste op het Engels. Geen wonder dat wij Nederlanders deze taal zo goed beheersen! Het is namelijk zo dat beide talen tot de West-Germaanse talen behoren.
Het langste woord ter wereld, dat drie uur duurt om uit te spreken, is de chemische naam voor het eiwit "titine". Dit woord telt 189.819 letters.
Het woord liefde bleek voor veruit de meeste inzenders het mooiste woord. Liefde is blijkbaar het mooiste woord ter wereld - in Nederland en België.
Volgens Simon Winchester, taalkundige bij het Oxford Dictionary, is het Engelse woord " run " het meest complexe woord, met bijna 645 definities.
Het langste Engelse woord is ook het langste woord ter wereld, met bijna 190.000 letters. Het is de scheikundige naam voor titine, het grootst bekende eiwit. Het langste woord in het Engels woordenboek is echter het 45-letterwoord "pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis", waarmee een longziekte wordt aangeduid.
Het is vind jij in een vraagzin omdat het onderwerp ('jij') achter de persoonsvorm ('vind') staat; 'vindt jij' is fout, net zoals 'vind je' correct is en 'vindt je' niet. Het ezelsbruggetje is: staat 'jij' (of 'je') achter het werkwoord, dan vervalt de 't' (stam + geen t), staat het ervoor (bv. 'jij vindt'), dan blijft de 't' staan (stam + t).
Overzicht van de Engelse woordsoorten
Het Engels kent in totaal 9 verschillende woordsoorten: zelfstandige naamwoorden, voornaamwoorden, werkwoorden, bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voorzetsels, voegwoorden, tussenwerpsels en lidwoorden (of determinanten) .
gisteren = bijwoord (van tijd) op = voorzetsel. de = lidwoord. markt = zelfstandig naamwoord.