Laaggeletterdheid uit zich in moeite met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden, vaak verborgen achter smoezen zoals "bril vergeten". Kenmerkende signalen zijn het niet invullen van formulieren, moeite met afspraken (vergeten/verkeerde tijdstip), uitstellen van leestaken, en moeite met het begrijpen van eenvoudige (digitale) informatie. Stichting Lezen en Schrijven +4
Hoe kunt u laaggeletterdheid herkennen?
Personen met een lage gezondheidsgeletterdheid hebben meer moeite met het begrijpen van schriftelijke en mondelinge instructies van zorgverleners, het opvolgen van aanwijzingen zoals recepten of afspraken, en het voldoende begrijpen van het zorgsysteem om de benodigde zorg te verkrijgen.
Laaggeletterdheid heeft flinke gevolgen. Zo kan het tot schaamte en onzekerheid leiden, en afhankelijkheid veroorzaken. Laaggeletterde mensen hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid en minder goede kansen op de arbeidsmarkt.
Mensen kunnen dan minder goed zijn in:
Kenmerken van hoogbegaafdheid bij kinderen
Tekenen van hoogbegaafdheid bij kinderen zijn onder andere:
Het vermogen om snel complexe informatie te leren en te verwerken . De behoefte om onderwerpen tot in de diepgang te onderzoeken. Een onverzadigbare nieuwsgierigheid, zoals blijkt uit eindeloze vragen en onderzoeken. Het vermogen om lesmateriaal te begrijpen dat meerdere leerjaren boven het niveau van leeftijdsgenoten ligt.
Laaggeletterden hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Een groot deel van deze groep heeft ook beperkte digitale vaardigheden. Omdat dit essentiële basisvaardigheden zijn, hebben laaggeletterden regelmatig ook problemen met geldzaken, gezondheid en werk.
De tekst luidt: Soorten geletterdheid, Basisgeletterdheid, Informatiegeletterdheid, Kritische informatiegeletterdheid, Mediageletterdheid, Nieuwsgeletterdheid, Computergeletterdheid versus digitale geletterdheid en Burgerlijke en ethische geletterdheid .
Laaggeletterden hebben vaak moeite met alledaagse dingen, zoals het lezen van (eenvoudige) informatiefolders of brieven. Maar ook het invullen van papieren is lastig. Voorlezen gebeurt nauwelijks. Terwijl voorlezen er juist voor zorgt dat kinderen hun woordenschat enorm uitbreiden.
Veelvoorkomende waarschuwingssignalen
Onvolledige of onjuiste inschrijfformulieren en andere documenten . Regelmatig gemiste afspraken. Niet-naleving van medicatievoorschriften of voorgeschreven behandelprogramma's. Onvermogen om de medicijnen te benoemen of uit te leggen waarom ze de medicijnen gebruiken.
In het dagelijks leven hebben mensen die minder gezondheidsvaardig zijn onder andere moeite met:
Factoren zoals onze woonplaats, de staat van ons milieu, genetica, ons inkomen en opleidingsniveau, en onze relaties met vrienden en familie hebben in grote mate een aanzienlijke invloed op onze gezondheid, terwijl de meer algemeen beschouwde factoren zoals toegang tot en gebruik van gezondheidszorgdiensten vaak een kleinere rol spelen...
Je bent als volwassene laaggeletterd, als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden. Dan vind je bijvoorbeeld omgaan met een computer of een smartphone lastig. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen.
Signaleren van een LVB
Iemand die bijvoorbeeld moeilijk meekomt op school, met een beperkt sociaal netwerk, moeite met het vinden en behouden van een bijbaan of foute vrienden. Je krijgt je vinger er niet precies achter. Mogelijk is er dan sprake van een LVB.
Laaggeletterdheid kan verschillende oorzaken hebben. Een belangrijke factor is het gebrek aan goede scholing op jonge leeftijd. Kinderen die niet voldoende worden gestimuleerd in hun taalontwikkeling, bijvoorbeeld doordat ze in een taalarm gezin wonen, lopen een verhoogd risico om later zelf laaggeletterd te worden.
Geletterdheid wordt gedefinieerd als iemands kennis van of competentie op een bepaald gebied. Binnen het kader van de 21e-eeuwse vaardigheden zijn er drie geletterdheidsvaardigheden: informatiegeletterdheid, mediageletterdheid en technologiegeletterdheid .
Beginnende geletterdheid. Dit is het groeiende inzicht in de functies van geschreven taal, inzicht in het alfabetisch schrift en het verband tussen gesproken en geschreven taal. Een kind in deze fase leert eenvoudige woorden te verklanken, betekenis te verlenen aan geschreven taal en om woordjes te schrijven.
Halfgeletterd. Kan lezen, maar niet schrijven.
SIGNALEN van laaggeletterdheid De patiënt: o Vermijdt duidelijk lees- en schrijfsituaties. o Leest niet mee bij uitleg van een folder of tekst op een scherm. o Is ongemakkelijk bij de vraag iets op te schrijven of te lezen. o Gebruikt of begrijpt het nummerapparaat niet. o Heeft meerdere papieren maar weet niet wat wat ...
Engels. Het zal je niet verbazen dat Engels over het algemeen gezien wordt als de makkelijkst te leren taal. Dit komt voornamelijk doordat vrijwel alle films, series en muziek die we zien en luisteren, in het Engels zijn. Hierdoor pikken de meeste mensen heel snel deze taal op.
Een lage gezondheidsgeletterdheid komt vaker voor bij oudere patiënten, patiënten met een beperkte opleiding, een lager inkomen, chronische aandoeningen en bij patiënten die geen Engels als moedertaal hebben .
Complex en divergent denken
Hoogbegaafden hebben een andere manier van denken en een voorkeur voor ingewikkelde en complexe taken. Ze denken vaak moeilijker dan nodig waardoor ze moeite kunnen hebben met simpele taken, vragen en opdrachten.
De meest begaafde kinderen kunnen vaak tellen en sorteren op hoeveelheid, kennen veel kleuren en tinten, en kennen het alfabet in de juiste volgorde of afzonderlijk . Dit doen ze uit eigen initiatief, niet door hun ouders aangeleerd. Ze zijn geïnteresseerd in activiteiten, machines en instrumenten die complex en misschien kwetsbaar zijn, zoals een cd-speler of computer.
Deze kinderen hebben onder meer behoefte aan autonomie, gelijkwaardigheid, begrip en respect, zelfredzaamheid, ruimte en verantwoordelijkheid. Daardoor zal je als vader en moeder soms anders met situaties omgaan dan andere ouders. Want ook werkt een aanpak vanuit autoriteit vaak niet bij hoog- of meerbegaafde kinderen.