Voor een dag skiën draag je het beste een drielagensysteem voor warmte en comfort: een ademende thermolaag (geen katoen), een isolerende tussenlaag (fleece) en een water-/winddichte ski-jas en skibroek. Essentieel zijn verder: skisokken, waterdichte handschoenen, een skihelm, skibril en een nekwarmer/buff. YouTube +5
Snel advies: wat draag je op wintersport?
Basislaag: Een laag nauwsluitend thermisch ondergoed dat vocht van zweet afvoert. Tussenlaag: Een laag zoals een dun donsjack of een dikke trui die lichaamswarmte vasthoudt en isoleert. Buitenlaag: Een waterdichte jas die bescherming biedt tegen regen, wind en sneeuw.
Voor een optimaal comfort raden we je aan om een technische onderlaag aan te trekken onder je skibroek. Als je buiten de pistes gaat skiën, of als het heel erg koud is, kun je ook een tweede laag aantrekken in dons. Die trek je dan boven je tweede huid aan, en onder je skibroek.
Welke kleding heb je nodig om te skiën? Voor een complete ski-outfit heb je een ski-jas, skibroek, ski-ondergoed, skihandschoenen, een muts of multifunctionele sjaal en skisokken nodig. Een rugbeschermer, skibril en skihelm kunnen je uitrusting ook perfect aanvullen.
Nee, het is niet aan te raden om een spijkerbroek of gewone broek te dragen tijdens het skiën of snowboarden . Dit soort broeken is niet ontworpen om de nodige isolatie, bescherming en bewegingsvrijheid te bieden die vereist zijn voor wintersporten. Spijkerbroeken zijn gemaakt van katoen, dat vocht absorbeert en niet snel droogt, waardoor je nat en koud blijft.
Een warme trui of een dik vest kan al genoeg zijn. Juist vanwege deze laag is het handig om een ski-jas te dragen die relatief ruim valt. Vooral als je het snel koud hebt, kan het best zo zijn dat je meer dan één laag extra kleding tegen de kou draagt. Een trui én een vest bijvoorbeeld.
Het belangrijkste om te vermijden bij basislagen is katoen . Katoen voert vocht niet af, maar zorgt er juist voor dat het vocht op je huid blijft liggen en je het koud krijgt. Kies daarom voor een vochtafvoerende lange onderbroek en een shirt met lange mouwen. Deze hoeven niet dik en warm te zijn, als ze maar vocht afvoeren en comfortabel zitten.
Het lagensysteem is inmiddels helemaal ingeburgerd in de wereld van de skikleding. Dit zogenaamde 3-lagen systeem bestaat uit een goede onderlaag (thermo ondergoed), vervolgens een isolatielaag/midlayer (fleece, dons of andere 'isolatie') en als laatste een beschermende buitenlaag (jas of softshell).
De grootste beginnersfout: het dragen van sportkleding, dikke fleece leggings of katoenen T-shirts onder een ski-jas en -broek. Prima voor korte workouts, maar niet voor een hele dag in een mix van zweet en sneeuw . Deze kleding houdt vocht vast en kan je koud laten voelen. Kies voor een goede basislaag die vocht afvoert en ademt; je lichaam zal je na drie uur dankbaar zijn.
Waterdichte wandelschoenen of sneeuwlaarzen zijn onmisbaar om je voeten warm en droog te houden en goede grip te hebben op ijzige paden. Als je een avondje uit plant, neem dan een paar nette schoenen mee die bestand zijn tegen de sneeuw – laat je hoge hakken thuis.
Je hebt een jas nodig die speciaal ontworpen is voor skiën of snowboarden om je warm en droog te houden op de piste . Er zijn verschillende modellen en de meeste hebben ook speciale eigenschappen. Hier is een kort overzicht om je te helpen bij het kiezen van de juiste jas voor je reis.
De algemene regel bij het dragen van meerdere lagen skikleding is om te beginnen met een basislaag die vocht afvoert, gevolgd door een isolerende tussenlaag en tot slot een waterafstotende buitenlaag . Deze combinatie zorgt ervoor dat je tijdens je skisessie droog en warm blijft.
Nee. Normale kleding is niet ontworpen om zweet af te voeren of goed te isoleren in koude, natte omstandigheden . Katoen absorbeert vocht, waardoor je het koud en oncomfortabel krijgt. Draag in plaats daarvan technische basislagen, isolerende tussenlagen en een waterdichte buitenlaag.
Een bivakmuts is als muts onder skihelm, maar natuurlijk ook motorhelm te dragen.
De volgende spieren worden het meest gebruikt tijdens wintersporten: bovenbenen, kuiten, rug (vooral onderrug), buik, schouder en armspieren. Vooral de beenspieren worden veel belast tijdens skiën en snowboarden.
Gebruik deze lijst om ervoor te zorgen dat je de juiste kleding meeneemt voor op de piste.
Uitrusting auto
Dus samengevat: onder de juiste omstandigheden kun je prima skiën met alleen een gewone jas (of zelfs een hoodie).
Het sleutelwoord is 'laagjes'. Neem thermisch ondergoed mee als basislaag en voeg daar isolerende kleding, zoals fleecetruien, aan toe. Vergeet niet je waterdichte ski-jas en -broek. Neem voldoende sokken mee en investeer in goede skisokken.
Ik raad wollen onderlagen aan (Smartwool Intracaknit is echt goed, maar er zijn ook tal van andere opties). Als je geld wilt besparen, zijn synthetische en polyester materialen ook prima; alles is beter dan katoen, dat zweet en vocht absorbeert, wat juist het tegenovergestelde is van waar een onderlaag voor bedoeld is.
Een dunne muts onder je helm kan ook helpen, en een sjaal of nekwarmer van fleece, imitatiebont of ander warm materiaal maakt een groot verschil. Let er wel op dat je geen sjaal draagt die los kan raken tijdens het skiën of die in een skilift verstrikt kan raken .
Onder een skibroek draag je in de meeste gevallen een thermobroek. Dit is dé basislaag die je warm en droog houdt. Een goede thermobroek voert vocht af terwijl het warmte vasthoudt. Zo blijft je lichaam op temperatuur, zelfs tijdens intensief skiën.
A: Normaal gesproken draag je drie lagen : een basislaag, een tussenlaag en een buitenlaag. De basislaag houdt je droog en warm, de tussenlaag zorgt voor isolatie en de buitenlaag beschermt tegen wind en vocht.
Basislaag: Je lange onderbroek voert zweet af van je lichaam om je huid zo droog mogelijk te houden. Tussenlaag: De tweede laag, of het nu een fleecevest of een gewatteerde jas is, houdt zoveel mogelijk lichaamswarmte vast en beschermt je tegen de kou. Buitenlaag: Je jas moet je beschermen tegen regen en wind.