Kenmerken van tekst die makkelijk leestalledaagse woorden, dus 'moeten' liever dan 'dienen'zo min mogelijk figuurlijk taalgebruik en uitdrukkingen, dus liever 'weten' dan 'op de hoogte zijn'veel korte zinnen.
Minder moeilijke woorden
Want als íéts een tekst moeilijk maakt, zijn dat natuurlijk moeilijke woorden. Het gaat vaak om vreemde woorden: woorden die aan andere talen ontleend zijn, zoals indicatie, fluctuatie, complex, intentie, urgent. Als de lezer moeite met zulke woorden kan hebben, moeten ze niet gebruikt worden.
Een goede tekst moet volgens taalbeheersers aan vier criteria voldoen: hij moet helder, aantrekkelijk, gepast en correct zijn.
Een tekst heeft bepaalde kenmerken: een inhoud (thema), een vorm (taalgebruik en structuur) en een bedoeling (doel).
Rijke literaire teksten (fictie, non-fictie en poëzie) bevatten wisselingen in vertelperspectief en chronologie. Er is sprake van gelaagdheid, verschillende stijlen en verhaallijnen, variatie in taalregisters en afwisseling in beschrijving en dialoog.
De hoofdgedachte van een tekst is de belangrijkste gedachte die de schrijver over het onderwerp heeft. Een hoofdgedachte bestaat uit één of twee zinnen. Het kunnen vinden van de hoofdgedachte van een tekst is belangrijk bij het oefenen van begrijpend lezen.
De kernzin bevat de belangrijkste informatie, de kern van wat je wilt zeggen in die alinea. Het beste kun je de kernzin als eerste, tweede of laatste zin opnemen. Lezers kijken bij voorkeur op die plaatsen om een snel overzicht te krijgen van de inhoud.
Kenmerken van literaire tekst omvatten personages, setting, plot (probleem/oplossing) en volgorde . Deze kenmerken helpen de lezer te begrijpen wie er in het verhaal voorkomen, waar en wanneer het verhaal zich afspeelt, wat er in het verhaal gebeurt en hoe de gebeurtenissen plaatsvinden, etc.
Tekstdoelen geven aan wat jij als schrijver wilt bereiken met jouw tekst. De 7 tekstdoelen zijn: informeren, instrueren, adviseren, overtuigen, activeren, emotioneren en inspireren.
Personages moeten op de een of andere manier herkenbaar voor ons zijn, zelfs als we ze niet leuk vinden. Is de plot of inhoud interessant voor mijn studenten? Niemand wil zich bezighouden met een tekst die niet interessant is. Een kwaliteitstekst moet een drijvende plot of inhoud hebben die de lezer boeit en zijn nieuwsgierigheid wekt .
zijn: Organisatie, Coherentie en Cohesie, Eenheid, Taalgebruik en Mechanica . De eerste regel van een alinea is meestal ingesprongen. Deze inspringing van een alinea geeft aan waar de alinea begint.
Een betrouwbare bron moet objectief zijn. Een reclametekst zal je over het algemeen eenzijdige informatie geven om het product in een goed daglicht te stellen. Is de bron actueel? Kijk wanneer de tekst geschreven is en of (en zo ja wanneer) die is bijgewerkt.
Volgens de normen wordt complexiteit gedefinieerd aan de hand van drie dimensies: Kwantitatieve elementen van een tekst, zoals woordlengte, woordfrequentie en zinslengte; Kwalitatieve factoren van een tekst, zoals de betekenis of het doel van de tekst, de structuur van de tekst, taalconventies en duidelijkheid; en.
Jazeker. Lezers van eenvoudige teksten ervaren een gevoel van trots. Zo van: “Hey, ik ben mee in het verhaal”. Dat gevoel slaat ook over op de auteur.
'me-te-o-ro-lo-gisch', is het moeilijkst! Het moeilijkst uitspreekbare woord uit de Nederlandse taal is blijkbaar afkomstig uit de weerkundige hoek. Uit een enquête van Onze Taal blijkt dat we het vaakst onze tong breken over 'me-te-o-ro-lo-gisch. '
Volgens Jorgensen en Phillips zijn de kwaliteiten van een tekst: samenhang (de delen zijn met elkaar verbonden), coherentie (de tekst als geheel heeft betekenis), intentionaliteit (de houding en het doel van de schrijver kunnen worden onderscheiden), aanvaardbaarheid (de tekst wordt herkend), informativiteit (er is een hoeveelheid nieuwe of verwachte informatie), ...
Zorg voor een logische opbouw
Enkele aandachtspunten daarbij: Start met het introduceren van het onderwerp en maak duidelijk waarom het belangrijk is voor de lezer. Licht het belang verder toe en geef achtergrondinformatie over het onderwerp. Maak het praktisch, geef aan welke stappen de lezer zelf moet ondernemen.
Wat zijn tekstsoorten? Onder een tekstsoort vallen alle teksten die samen gemeenschappelijke kenmerken hebben. Je kunt dan denken aan de vorm van de tekst, de inhoud van de tekst en de bedoeling van de tekst. De tekstsoort is dus het soort tekst waaronder je de tekst kan scharen.
In de beschrijvende tekst zijn voorbeelden genoemd die passen bij een of meer kenmerkende aspecten. Deze voorbeelden adstrueren wat er in de tekst aan ontwikkeling beschreven staat. De kandidaten moeten deze voorbeelden kennen en kunnen toepassen.
Het belangrijkste woord in elke (goed gevormde) zin is het Onderwerp . De rest van de zin wordt het Predikaat genoemd. Het Predikaat maakt een gedachte over het Onderwerp compleet (door een betekenisvolle en grammaticale zin te maken).
Wat is een normale zin? Een normale zin is een zin die begint met het onderwerp. Na het onderwerp volgt de persoonsvorm en daarna 'de rest van de zin'. Soms volgt er naast 'de rest van de zin' nog één of meer werkwoorden, maar dit hoeft niet.
Een alinea is een stuk tekst van meerdere zinnen. Alinea's beginnen altijd op een nieuwe regel. In de basis heeft elke alinea één kerngedachte. Dit is de belangrijkste informatie in de alinea: een soort hoofdonderwerp.