Wanneer we met een bepaalde kracht aan een voorwerp trekken zal het voorwerp vervormen. In plaats van de kracht is een betere maat de voor de vervorming de spanning, ook wel mechanische spanning genoemd. De spanning is de kracht gedeeld door het oppervlak van een voorwerp.
Twee of meer fysieke objecten die in contact zijn, oefenen krachten op elkaar uit. Op basis van de objecten in contact geven we deze contactkrachten verschillende namen. Als een van deze objecten in contact toevallig een touw, koord, kabel of veer is, noemen we de kracht spanning.
Spanning is de druk die de voedingsbron van een stroomkring uitoefent om geladen elektronen (stroom) door een geleidende lus te duwen, waardoor deze bijvoorbeeld een lamp kunnen laten branden. In het kort, spanning = druk en deze wordt gemeten in volt (V).
De hoeveelheid energie die wordt meegegeven aan de elektrische lading is de spanning (U). De eenheid van spanning wordt gemeten in volt (V). Een andere veelgebruikte benaming hiervoor is voltage. De elektrische energie wordt afgegeven binnen de stroomkring en eenmaal terug bij de bron is de lading alle energie kwijt.
De spanning daarentegen is de mate van kracht per oppervlak waaronder een constructie of onderdeel op zeker moment is belast. En dat zich vertaalt naar een spanning volgens σ = F/A. De spanning is het gevolg van de op het voorwerp uitgeoefende kracht verdeeld over een oppervlak.
Spanning is de 'kracht' waarmee dit gebeurt. Spanning is te vergelijken met het hoogteverschil in een rivier. Als er een groot hoogteverschil is tussen het begin en eind van een stuk rivier zal er meer water stromen dan bij een klein hoogteverschil.
Een kracht wordt aangegeven met het symbool: F De eenheid van kracht is Newton, symbool: N Voor alle krachten geldt dat je de grootte van die kracht kunt berekenen uit de massa en de versnelling die een voorwerp (of massa) ondergaat, in formule: F = m • a (dit is de tweede wet van Newton) F = kracht m = massa a = ...
Je hebt verschillende soorten spanning: wisselspanning en gelijkspanning.
1 volt staat gelijk aan 1 joule per coulomb. Als we de kraan opendraaien, begint het water te stromen. De waterstroom is te vergelijken met elektrische 'stroom'. Dat drukken we uit in ampères.
Een *verandering* in voltage creëert de mogelijkheid van een kracht, maar dat is iets anders dan het voltage zelf. Energie wordt gemeten in joules. Er is een vaste hoeveelheid in het universum. Voltage is geen energie , het is energie per lading, gemeten in joules/coulomb, oftewel volt.
Druk is kracht per eenheid oppervlakte, terwijl oppervlaktespanning kracht per eenheid lengte is . Druk vertegenwoordigt een kracht die loodrecht op het oppervlak wordt uitgeoefend, verdeeld over het oppervlak. Oppervlaktespanning is minder bekend. Het vertegenwoordigt een kracht evenwijdig aan het oppervlak.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: spanning (zn) : onzekerheid, opwinding, druk, stress, onrust, angst, geestdrift, nervositeit, pressie, agitatie, zenuwachtigheid, opgewondenheid, geladenheid, geestvervoering, tensie.
Om een elektrische stroom langs een punt op te wekken heb je een spanningsverschil tussen twee punten nodig. Elektrische stroom stroomt altijd van de plus naar de min kant van een spanningsbron. Dit is dus tegengesteld aan de elektronen die door een draad stromen, die gaan van min naar plus!
Spanning verwijst naar de kracht die wordt overgebracht door een touw, koord, draad of ander soortgelijk object wanneer het strak wordt getrokken , in een poging om het object terug te brengen naar zijn oorspronkelijke, niet-uitgerekte lengte. Leer hoe u de sterkte van een trekkracht kunt berekenen met behulp van Newtons tweede wet van beweging.
Spanning is een maat voor de hoeveelheid elektrische energie per eenheid lading. Dit blijkt ook uit de eenheid: Volt betekent eigenlijk Joule per Coulomb. (V= J/C).
naamw. (v.) Uitspraak: [ ˈspɑnɪŋ ] Afbreekpatroon: span·ning Verbuigingen: spanningen (meerv.) 1) toestand dat jij of andere mensen onrustig of zenuwachtig zijn over iets Voorbeelden: 'in spanning zitten over de uitslag van een examen' , 'De spanningen in de wereld zijn hoog opgelopen.
Antwoord.
Eén Volt is gelijk aan 1 Joule/Coulomb . Er zijn veel verschillende definities voor de Volt, maar de meest voorkomende is gelijk aan 1 Joule/Coulomb. Een volt is een eenheid van elektromotorische kracht die het potentiaalverschil in elektrisch potentieel tussen twee punten meet. Het staat ook bekend als een spanning gemeten in volt (V).
Volt geeft de hoeveelheid spanning aan. Een batterij geeft bijvoorbeeld 1,5 Volt en uit het stopcontact komt 230 Volt in Nederland. De naam Volt komt van Allessandro Volta, een Italiaanse natuurkundige die de eerste batterij uitvond. Een enkele Volt is als een stroom van één Ampère één Watt aan energie in warmte omzet.
Stroom doet één ding: energie geven aan een ander
Als de geladen deeltjes voor het eerst door de lamp gaan, ondervinden ze weerstand in de gloeidraad en wordt energie verplaatst naar de thermische opslag van de gloeidraad terwijl deze opwarmt en begint te gloeien. De geladen deeltjes blijven rond het circuit.
Het verschil tussen gelijkstroom en wisselstroom. Bij gelijkstroom is de spanning constant, bij wisselstroom wisselt de spanning 50 keer per seconde tussen positieve spanning en negatieve spanning. Batterijen en accu's leveren een gelijkspanning.
Gemiddeld staat er een spanning van 230 volt op elke fase van uw aansluiting. Huishoudens hebben steeds vaker 3 fasen op hun aansluiting. Dit is meestal een 3x25 Ampère aansluiting. Een grotere aansluiting is vaak nodig bij een warmtepomp of zonnepanelen.
Gelijkstroom - of gelijkspanning - is een elektrische stroom met continu dezelfde richting. Het wordt aangeduid met DC, de afkorting van Direct Current.
Bij deze wet hoort ook een formule: F = m x a. F staat voor kracht (van het Engelse Force), m staat voor massa (niet te verwarren met gewicht) en a voor de versnelling.
Kracht wordt verdeeld in twee hoofdtypen , contactkrachten en niet-contactkrachten. Kracht is een vectorgrootheid en heeft daarom zowel grootte als richting. Krachten kunnen ook langeafstandskrachten of korteafstandskrachten zijn. Langeafstandskrachten zijn zwaartekracht of elektrostatische krachten, terwijl korteafstandskrachten atomaire of nucleaire krachten zijn.
Samengevat. Kracht is een grootheid die beschrijft op welke manier er wordt geduwd tegen of getrokken aan een voorwerp. Wanneer een kracht inwerkt op een voorwerp, kan de kracht een verandering van de snelheid en/of een vervorming van dat voorwerp tot gevolg hebben.