Een genetische aandoening is ook niet altijd erfelijk in de zin dat men het van zijn ouders krijgt: soms gaat het om een nieuwe mutatie of chromosoomafwijking die de ouders nog niet hadden, soms ook om een afwijking die het krijgen van nageslacht uitsluit.
Ook bij een genetische aandoening spelen genen een rol. Het kan een erfelijke aandoening zijn, maar niet elke genetische ziekte is het gevolg van het overerven van 'zieke genen' van je ouders, of kun je zelf doorgeven aan je nakomelingen. Syndroom van Down bijvoorbeeld is genetisch, maar meestal niet erfelijk.
Het belangrijkste verschil tussen deze twee termen is dat erfelijke ziekten van generatie op generatie kunnen worden overgedragen, terwijl een genetische ziekte erfelijk kan zijn of niet, maar er altijd een mutatie in het genoom zal optreden.
We erven heel wat zichtbare en minder zichtbare kenmerken van onze ouders, zoals de kleur van huid en ogen, lichaamsbouw en bepaalde karaktertrekjes. Soms erven we ook bepaalde ziektes van hen.
Nee, meestal is ALS niet erfelijk. Bij 5 tot 10 op de 100 mensen (5-10%) is het wel erfelijk. Als het om de erfelijke vorm van ALS gaat, dan gaat de overerving meestal zo: iemand kan de aandoening krijgen als hij of zij van één van de ouders de verandering in het gen krijgt.
ALS komt alleen voor bij volwassenen, iets vaker bij mannen dan bij vrouwen. Jaarlijks krijgen zo'n 500 mensen in Nederland de diagnose ALS te horen, helaas komen er jaarlijks ook zo'n 500 mensen te overlijden. In totaal telt Nederland ongeveer 1500 mensen met ALS.
"Deels is intelligentie erfelijk en deels wordt het bepaald door de opvoeding. Intelligente ouders krijgen dus vaak intelligente kinderen en vice versa.
Met de lengte van de biologische ouders kan de verwachte lengte van een kind worden geschat. Zo krijg je een beeld van hoe lang je kind als volwassene zal zijn. Dit wordt de Target height (streeflengte) genoemd.
PITTSBURGH (KDKA) -- Wetenschappers zeggen dat als het aankomt op intelligentie, het de moeder is die het verschil maakt. Volgens de Independent toont een nieuw onderzoek aan dat de genen van een moeder bepalen hoe slim haar kinderen zijn, maar de vader maakt geen verschil.
Van ieder gen erf je een versie van je moeder en een versie van je vader. In de genen die van je ouders kreeg, zitten weer exemplaren van hun ouders, enzovoort. De exemplaren die jij van je (voor)ouders hebt geërfd, bepalen je eigenschappen, bijvoorbeeld je haarkleur of de kleur van je ogen.
Genen veroorzaken geen gedrag. Het MaoA gen uit het onderzoek van Brunner bijvoorbeeld, regelt de werking van boodschapperstoffen (neurotransmitters) die signalen van de ene hersencel naar de ander overdragen waarna bijvoorbeeld een bepaald gedrag in gang wordt gezet.
De meest voorkomende ernstige aangeboren aandoeningen zijn hartafwijkingen, neuralebuisdefecten en het syndroom van Down. Hoewel aangeboren aandoeningen het gevolg kunnen zijn van een of meer genetische, infectieuze, nutritionele of omgevingsfactoren , is het vaak moeilijk om de exacte oorzaken te identificeren.
Erfelijkheid is de overdracht van genetische kenmerken van ouders op nakomelingen en wordt vaak genetica genoemd. Erfelijkheid beeldt het pad van de genetische kenmerken en hun expressie van de ene op de andere generatie uit.
Vrouwen erven een X-chromosoom van de moeder en een X -chromosoom van de vader. Mannen krijgen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Je moeder en vader geven ieder de helft van hun DNA door. Die halvering zet niet automatisch door naar de generaties daarvoor.
Erfelijke aanleg en andere oorzaken spelen samen een rol bij het ontstaan van obesitas. Oorzaken zijn onder andere: te veel eten, te weinig bewegen of bepaalde medicijnen. Sommige ziektes, zoals een langzaam werkende schildklier of het syndroom van Cushing, kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van overgewicht.
Downsyndroom is meestal niet erfelijk
Bij 96% van de mensen met downsyndroom is het extra chromosoom 21 het gevolg van een fout tijdens de celdeling. Bij de overige 4% is er sprake van een erfelijke vorm van downsyndroom (translocatie).
'Intelligentie hebben kinderen namelijk voornamelijk te dan- ken aan de genen die zij van hun moeder hebben geërfd. ' 'Vrouwen hebben twee X-chromosomen, terwijl mannen een X-Y-paar hebben', zo begint de verklaring. 'Op het X-chromosoom zitten tientallen genen die invloed hebben op intelligentie.
Tijdens de ontwikkeling van een kind zijn de factoren die bijdragen aan intelligentie onder andere de thuissituatie en opvoeding, het onderwijs en de beschikbaarheid van leermiddelen, en de gezondheidszorg en voeding .
Betrokken vaderschap bevordert de algemene ontwikkeling
Wanneer je als vader nauw betrokken bent bij de opvoeding, bevordert dit zowel de emotionele, cognitieve als sociale ontwikkeling van je kind. Ook laat onderzoek zien dat kinderen die veel tijd met hun vader doorbrengen ook beter zijn voorbereid op de basisschool.
Onderzoek heeft aangetoond dat het belangrijkste gen dat met kaalheid in verband wordt gebracht op het X-chromosoom zit. Omdat er vijftig procent kans is dat dit X-chromosoom door je grootvader aan je moeder is doorgeven, is de kaalheid van je opa aan moederszijde een goede voorspeller van jouw toekomstige kaalheid.
Over chromosomen, DNA en genen
Het DNA bevat codes waarin onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Dit zijn de genen. Elk gen beschrijft de code van een kenmerk, die (mee)bepaalt hoe iemand er uit ziet of hoe iemands lichaam werkt. Ieder mens heeft circa 20.000 genen: de erfelijke eigenschappen.
Er zijn verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de lengte van een kind, waaronder de lengte van beide ouders , genen en omgevingsfactoren.
Genen die zowel de structuur als het functioneren van het brein beïnvloedden, vormen een verklaring voor de gemeten IQ-verschillen. Posthuma zegt in haar proefschrift dat verschillen in IQ voor wel tachtig tot negentig procent aan erfelijke factoren liggen.
Belangrijke deelkenmerken van hoogbegaafdheid die je bij hoogbegaafde kinderen kunt herkennen zijn in ieder geval de volgende: nieuwsgierigheid, voorsprong in ontwikkeling, goed geheugen, leergierigheid, creativiteit, asynchrone ontwikkeling, complex denken, hooggevoeligheid en een sterk rechtvaardigheidsgevoel.
“Uit onderzoek weten we dat intelligentie voor zeker vijftig procent erfelijk is bepaald. Als dat zo is, gaat het niet om het opleidingsniveau van de moeder op zich, maar om haar intelligentie”, zegt Plug. “Een intelligente vrouw met een onderwijsachterstand kan ook slimme kinderen krijgen.”