Het verkleinwoord van rekening is rekeningetje. WikiWoordenboek +2
Een verkleinwoord is de kleine variant van een zelfstandig naamwoord, zoals “bootje” voor “boot”. Meestal vorm je het verkleinwoord door -tje, -je, -pje, -kje of -etje achter het basiswoord (grondwoord) te plakken.
Bijvoorbeeld: 'pony' wordt 'pony'tje'. Dit geldt ook bij het verkleinen van cijfer- of letterwoorden, zoals: 'A4'wordt 'A4'tje'.
baby: baby'tje / babytje* / babietje* De correct gespelde vorm voor het verkleinwoord is baby'tje.
De verkleinvorm van oma is omaatje, met dubbel a. Er komt geen apostrof.
Broodje. Een broodje (het verkleinwoord van brood) is veelal een klein, apart gebakken brood of, in de noordelijke Nederlandse provincies, een snee brood, veelal kant-en-klaar belegd.
Let op: als een grondwoord eindigt op 'é' verdwijnt het accent en krijgt het verkleinwoord 'ee'. Hieronder een aantal voorbeelden om dit te verduidelijken: cola – colaatje.
Let op bij woorden die op één lange klinker eindigen: pyjama – pyjamaatje; café – cafeetje; auto – autootje; paraplu – parapluutje; tosti – tostietje; baby – baby'tje.
In de betekenis 'een kleine bloem' is zowel bloempje als bloemetje juist. Het sneeuwklokje is mijn favoriete bloempje / bloemetje.
Voor de verkleinvorm van zulke woorden ga je in principe uit van de korte vorm, met de uitgang -tje: chocola – chocolaatje. kou – koutje. la – laatje.
Als een woord meer dan één lettergreep heeft, eindigt op -ing én de hoofdklemtoon ligt op de lettergreep vóór -ing, wordt -kje toegevoegd. De g valt dan weg.
Het symbool van de ananas, die heerlijk sappige vrucht, wordt tegenwoordig gebruikt om aan te geven dat een koppel geïnteresseerd is in 'swingen'. En dan niet in de betekenis die dat in de jaren zeventig en tachtig had, dansen op discomuziek, maar het delen van elkaars partner in bed.
Ananas is een gele vrucht, met een grote kroon en een geschubde schil. De vorm lijkt op die van een grote dennenappel, omdat een ananas bestaat uit een heleboel samengegroeide bessen.
Het verkleinwoord koekje wordt gebruikt voor allerlei klein "gebak" voor bij de koffie. Koek wordt ook wel eens gebruikt voor iets wat in een koekenpan wordt gebakken, zoals rijstekoekjes of viskoekjes.