Het hele werkwoord (de infinitief) van "gaat" is gaan. Ensie - encyclopedie +1
Wat is het hele werkwoord (de infinitief)?
De hele werkwoorden staan in de tegenwoordige tijd in het meervoud. Ze eindigen meestal op en en soms op n. Voor het hele werkwoord kun je bijna altijd Ik kan zetten. Ik kan fietsen.
Het werkwoord 'go' is een onregelmatig werkwoord in de Engelse taal (zie Engelse onregelmatige werkwoorden). Het heeft een breed scala aan toepassingen; de basisbetekenis is "zich van de ene plaats naar de andere verplaatsen".
Een werkwoord is een woord dat aangeeft welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat. Voorbeelden van werkwoorden zijn gaan, slapen, blijken, zijn en veranderen. Werkwoorden geven aan in welke tijd de zin staat: de verleden tijd, de tegenwoordige tijd of de toekomende tijd.
Daarbij hoort de werkwoordsvorm zou: het is zou u, net als zou hij/zij en zou jij. Dat zoudt u nog geregeld voorkomt, heeft waarschijnlijk met de uitspraak te maken. De [t]-klank tussen de ou van zou en het onderwerp u vergemakkelijkt namelijk de uitspraak.
Als je iemand het beste toewenst, gebruik je dus de aanvoegende wijs: het ga je goed. Je kunt ook wel zeggen 'het gaat je goed', maar dat betekent iets anders. Het is een constatering van een feitelijke toestand: 'Je ziet er gezond uit. Het gaat je blijkbaar goed.
Het wordt in veel zinsconstructies gebruikt, waaronder modale werkwoorden, vraagvormen en de onvoltooid tegenwoordige tijd. "Goes" is de onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord en is alleen nodig bij onderwerpen als "hij/zij/het" . "Going" is de onvoltooid tegenwoordige tijd van het werkwoord. Het wordt gebruikt als gerundium en in de onvoltooid tegenwoordige tijd.
V1 is de basisvorm van het werkwoord; V2 is de verleden tijd; V3 is het voltooid deelwoord; V4 is de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd; en V5 is het onvoltooid deelwoord . In het volgende gedeelte vindt u een lijst met regelmatige en onregelmatige werkwoorden in hun verschillende vormen.
De infinitief (of: onbepaalde wijs) is een vormcategorie van het werkwoord. De infinitief wordt ook wel 'het hele werkwoord' genoemd en het is in deze 'standaardvorm' dat werkwoorden in woordenboeken zijn opgenomen. De vorm van de infinitief is onbepaald wat persoon, getal, tijd en wijs betreft.
Om dt-fouten te vermijden, gebruik je ezelsbruggetjes zoals het 'smurfen' of 'lopen'-principe: vervang het werkwoord door 'smurfen' (smurft) of 'lopen' (loopt) om te horen of er een 't' bij hoort (bv. 'hij smurft', 'hij loopt' -> dus 'hij werkt'). Voor voltooid deelwoorden gebruik je het 't kofschip'-principe (stam + t/d) of verleng je het woord (bv. 'het gestrande schip').
Werkwoorden geven altijd de tijd (ook wel de tijdsvorm genoemd) van een zin aan. De gemakkelijkste manier om een werkwoord in een zin te vinden, is door de tijdsvorm van de zin te veranderen en het woord te zoeken dat daardoor verandert .
Er zijn drie verschillende soorten werkwoorden.
Werkwoorden "gehen"
In Nederland komt gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd vooral voor in spreektaal, in België is het gebruik algemener. Als gaan niet mogelijk is, gebruiken we in de standaardtaal zullen of de tegenwoordige tijd om naar de toekomst te verwijzen.
❗ Rode uitroepteken-emoji .
werkwoord . 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd indicatief van gaan.
De werkwoordsvorm ga is hier een aanvoegende wijs. De aanvoegende wijs heeft in de derde persoon enkelvoud geen -t als uitgang. Het gaat je goed is eveneens een correcte zin, maar het is niet meer dan een constatering, met de betekenis 'Ik zie dat het je goed gaat'.
De persoonsvorm is is hulpwerkwoord van tijd; gaan is ook een hulpwerkwoord. Als een hoofdwerkwoord samengaat met een hulpwerkwoord van tijd en nog minstens één ander hulpwerkwoord, vervoeg je alleen de persoonsvorm. Zinnen als 'Ze is gaan fietsen' zijn voor mensen die op latere leeftijd Nederlands leren lastig.
Iemand zou ook "Ga er maar in!" kunnen zeggen, bijvoorbeeld bij het tillen van een klein kind in een stoeltje of bad, als een vriendelijke opmerking over wat het kind aan het doen is. "Hier, alsjeblieft" en "Daar, alsjeblieft" (of "Zo, alsjeblieft") zijn gewoon uitdrukkingen die je gebruikt om iets aan iemand te geven . Het gedeelte "ga maar" heeft geen duidelijke betekenis.
'Het ga je goed' is de juiste vorm, als de zin als wens bedoeld is ('ik wens dat het je goed zal gaan'). Ga in 'Het ga je goed!
Je zult en je zal zijn allebei correct.
Er zijn in totaal negen koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen. Een ander kenmerk van koppelwerkwoorden is dat ze vervangen kunnen worden door een ander koppelwerkwoord uit het rijtje.
"Vult" is de correcte vorm in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het vult, jij vult), terwijl "vuld" een verouderde vorm is, en "gevuld" het voltooid deelwoord is (bv. "heeft gevuld"). Je gebruikt "vult" voor het actieve werkwoord in het nu, en "gevuld" om een toestand aan te geven die voltooid is (bv. "de emmer is gevuld").