Zo'n 13.8 miljard geleden is niet alleen ons heelal, maar ook tijd, ontstaan uit de oerknal of het grote begin. In een flits spatte een meer dan duizelingwekkende hoeveelheid energie uiteen en vormde het universum. Slechts een fractie van dit universum werd omgezet tot wat wij materie noemen.
De oerknal: het begin van de tijd en het heelal. Ongeveer honderd jaar geleden kwamen wetenschappers tot de conclusie dat de oerknal aan de basis stond van het heelal. Deze theorie beantwoordde veel vragen over het begin van tijd en de ruimte, maar roept net zo veel nieuwe vragen op.
De 'kosmische ruimte' begint ongeveer 100 km boven de Aarde, waar de lucht rond onze planeet ophoudt. Omdat het zonlicht er niet wordt verspreid tot een blauwe hemel, ziet de ruimte eruit als een zwarte deken bezaaid met sterren. De ruimte wordt gewoonlijk gezien als helemaal leeg.
Zo'n 380.000 jaar na de oerknal is het heelal zo ver afgekoeld dat elektronen en protonen samen waterstof atomen kunnen vormen. Hierdoor wordt het heelal doorzichtig. Later vormt ook helium . Gaswolken van met name waterstof en helium klonteren samen en storten in, waardoor de eerste sterren (oersterren) ontstaan.
Voor zover onderzoekers nu weten is er geen einde aan het heelal. Er is dus geen rand waar de ruimte stopt. Sterker nog: het heelal blijft groeien.Sterren en planeten bewegen steeds verder van elkaar af.
Nee, het heelal is onbegrensd en waarschijnlijk zelfs oneindig uitgestrekt. Langer antwoord: De nieuwste sterrenkundige waarnemingen doen vermoeden dat het heelal oneindig uitgestrekt is. Dat betekent dat het zeker geen rand heeft.
Misschien is het de rand van het universum. Sommige mensen denken dat het universum oneindig is – wat betekent dat het voor altijd doorgaat, in elke richting. In dit geval is er niets na de ruimte, omdat de ruimte alles is. Maar zelfs als het universum een einde zou hebben, zou het voor ons heel moeilijk kunnen zijn om erachter te komen waar de rand is.
Er bestaat geen 'buiten het heelal'. Het heelal is alles wat er is. Door dat gegeven zit er ook geen maximum aan de grootte van het heelal. Zelfs als het oneindig groot is, kan het alsnog groeien.
De oerknal is nog nooit waargenomen, maar is beredeneerd met de theorie van het uitdijende heelal.
Het waarneembare heelal is dus een bol met een diameter van ongeveer 28,5 gigaparsec (93 miljard lichtjaar of 8,8×10 26 m).
Het menselijk oor kan in de ruimte geen geluiden waarnemen omdat er een bijna perfect vacuüm is.
Voor het uiteindelijke lot van het heelal zijn er drie gangbare theorieën: Big Rip, Big Chill en minder waarschijnlijk Big Crunch of nog Warmtedood.
Als het ISS in de schaduw van de aarde zweeft, is het in de ruimte ongeveer -150 graden Celsius. Verschrikkelijk koud, maar toch ruim honderd graden boven het absolute nulpunt van -273 graden Celsius (kouder bestaat niet).
Men denkt dat het heelal ongeveer 13,8 miljard jaar geleden is ontstaan uit een enorme explosie. Deze explosie noemen we ook wel de Grote Knal, of de Big Bang. Voor de Big Bang zat al het materiaal en alle energie in één klein gebiedje (een punt). Door deze explosie werd al het materiaal de ruimte ingeslingerd.
Grondlegger van de oerknaltheorie is de Leuvense hoogleraar en priester dr.Georges Lemaître. De term 'big bang' werd voor het eerst door Fred Hoyle in 1950 gebruikt als een denigrerende aanduiding om zijn afkeer van de theorie tot uitdrukking te brengen.
Kort na de oerknal bestond het heelal uit vrijwel louter waterstof- en heliumatomen, en was er van leven geen sprake. Nu is dat er wel. Ook al weten we niet precies hoe het leven op aarde ontstond, we weten in elk geval wel dat het is ontstaan.
Zo'n 13.8 miljard geleden is niet alleen ons heelal, maar ook tijd, ontstaan uit de oerknal of het grote begin. In een flits spatte een meer dan duizelingwekkende hoeveelheid energie uiteen en vormde het universum. Slechts een fractie van dit universum werd omgezet tot wat wij materie noemen.
Wat weten we niet? Om met de deur in huis te vallen: van alles wat er in het heelal zit, zien we tot nu toe maar zo'n 4 (!)procent. Van 96 procent van het heelal weten we niet waaruit het bestaat.
Tijdens en net na de oerknal zijn er zijn er allerlei elementaire deeltjes ontstaan. Uit die deeltjes ontstond alles: elementen en materie, de vier fundamentele natuurkrachten en ook licht en andere soorten straling. Ook het concept ruimte en de tijd ontstonden.
Gegeven dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is, betekent dit dat de leeftijd van dit zwarte gat 13,2 miljard jaar is. Nog verbazingwekkender voor wetenschappers is dat dit zwarte gat een enorme gigant is — 10 keer groter dan het zwarte gat in onze eigen Melkweg.
'Nog minimaal 16,7 miljard jaar tot heelal vergaat'
De geschiedenis van de Aarde schetst het ontstaan en de ontwikkeling van de planeet waarop de mensheid leeft. Volgens gangbare wetenschappelijke inzichten is de Aarde ongeveer 4,56 miljard jaar (4,56·109 jaar = 4.560.000.000 jaar = 4,56 Ga) geleden gevormd door accretie van materiaal uit de zonnenevel.
Zoals we weten, versnelt het heelal in zijn expansie . Als het blijft expanderen met deze steeds toenemende snelheid, kan het zo snel expanderen dat de zwaartekracht niets meer bij elkaar kan houden. De Big Rip zal plaatsvinden en alles, van sterrenstelsels tot atomen, zal uit elkaar worden gerukt.
Momenteel zijn er nog 48 astronauten actief. Maar daar zijn er dus meer van nodig, zeker nu de ruimtevaartorganisatie zich heeft voorgenomen om de eerste man én vrouw in 2024 naar de maan te laten gaan.
Dankzij de uitdijing van de ruimte bedraagt deze zogenaamde co-bewegende afstand ongeveer 45 miljard lichtjaar . Alles wat verder weg ligt, kunnen we niet waarnemen, omdat er sinds het ontstaan van het heelal nog niet genoeg tijd is verstreken om het licht uit deze afgelegen gebieden onze telescopen te laten bereiken.