Een zwak (regelmatig) werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd niet van klinker verandert en wordt vervoegd met vaste uitgangen, vaak -de(n) of -te(n). Het voltooid deelwoord eindigt meestal op -d of -t. Voorbeelden zijn werken-werkte-gewerkt en spelen-speelde-gespeeld. Onze Taal +4
Bij de zwakke werkwoorden (ook wel 'regelmatige werkwoorden' genoemd) wordt achter de stam van het werkwoord (het hele werkwoord zonder de uitgang -en) in de verleden tijd de uitgang -de of -te geplaatst: werken - werkte - gewerkt. kleien - kleide - gekleid. reizen - reisde - gereisd.
Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die niet van klank veranderen als je ze in een andere tijd zet. In het geval van zwakke werkwoorden – ook wel regelmatige werkwoorden genoemd – wordt de verleden tijd vaak gevormd door -de(n) of -te(n) achter de stam te plakken.
Een regelmatig werkwoord is een werkwoord dat volgens de regels wordt vervoegd. Op deze werkwoorden kun je dus grammaticale regels toepassen. Een regelmatig werkwoord is het omgekeerde van een onregelmatig werkwoord.
Een zwak of regelmatig werkwoord is een werkwoord waarbij de klinker gelijk blijft in de verleden tijd. (De klinker is als het ware te 'zwak' om te veranderen.)
Zwakke werkwoorden in het Engels zijn werkwoorden die hun verleden tijd vormen door "-ed", "-d" of "-t" aan de stam toe te voegen, zonder de hoofdklinker te veranderen . Ze worden soms "regelmatige werkwoorden" genoemd, maar deze groep omvat ook enkele onregelmatige werkwoorden. Zo wordt "play" "played" en "love" "loved".
Zwak definities
naamw. Uitspraak: [ zwɑk ] met weinig kracht Voorbeelden: 'een zwakke tegenstander' , 'een zwak signaal opvangen' Antoniem: sterk Synoniem: slap Synoniemen: aanvechtbaar arm bleekjes breekbaar broo...
Gepubliceerd op 17 september 2023 door Eoghan Ryan. Een regelmatig werkwoord is een werkwoord waarvan de onvoltooid verleden tijd en het voltooid deelwoord worden gevormd door het achtervoegsel "-ed" toe te voegen (bijvoorbeeld "lopen" wordt "liep").
Een zwak werkwoord is te zwak om van klank te veranderen. Een sterk werkwoord is sterk genoeg om van klank te veranderen.
Een onregelmatig werkwoord heeft in de vervoegingen of in een andere tijd een klinkerwisseling. Bij regelmatige werkwoorden gebruik je de normale uitgangen.
In het Engels zijn de belangrijkste onderdelen van een sterk werkwoord : (1) de onvervoegde vorm van het werkwoord, bijvoorbeeld drive; (2) de verleden tijd, bijvoorbeeld drove; en het voltooid deelwoord, bijvoorbeeld driven. Dat geldt ook voor de andere sterke werkwoorden, bijvoorbeeld sing, sang, sung; speak, spoke, spoken; give, gave, given, enzovoort.
Een voorbeeld van een onregelmatig werkwoord is 'lopen'. In de verleden tijd wordt 'lopen' 'liepen'.
Zoals in het bijgevoegde document wordt uitgelegd, zijn enkele voorbeelden van zwakke werkwoorden : is, zijn, was, waren, heeft, hebben, had, zal zijn, zijn geweest, is geweest, was geweest, had kunnen zijn, had moeten zijn en zou zijn geweest .
Als het werkwoord veranderd van de verleden tijd naar tegenwoordige tijd en andersom is het een sterk werkwoord (sterk genoeg om te veranderen). Bijvoorbeeld: ik liep -> ik loop. Als het werkwoord niet veranderd in verschillende tijden is het een zwak werkwoord (te zwak dus kan niet veranderen).
Er zijn vier SOORTEN werkwoorden: intransitieve, transitieve, koppelwerkwoorden en passieve werkwoorden . Intransitieve en transitieve werkwoorden staan in de actieve vorm, terwijl passieve werkwoorden in de passieve vorm staan.
Het is vind jij (in een vraag) en jij vindt (in een bevestigende zin); de 't' valt weg als 'jij' achter de persoonsvorm staat in een vraag, omdat 'jij' dan het onderwerp is, terwijl 'jij vindt' correct is als 'jij' het onderwerp is dat voor de persoonsvorm staat (bv. "Jij vindt dat mooi"). De correcte vorm in een vraag is dus altijd de stam: Vind jij.
Zwakke werkwoorden zijn de 'basisvormen' van een specifieke handeling, zoals 'at' of 'rende'. Sterke werkwoorden zijn specifieker en geven een bepaalde toon aan, zoals 'spotte' of 'rende weg' .
Een regelmatig werkwoord wordt ook een zwak werkwoord of een klankvast werkwoord genoemd. Een regelmatig werkwoord eindigt op een -d of een -t. Als je niet weet of het voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt, dan kun je het langer maken (in de verleden tijd).
Être gebruik je in het Frans zeer frequent. Naast être is ook avoir zo'n werkwoord waar je eigenlijk niet onderuit komt. Twee onregelmatige hulpwerkwoorden waarvan je de vervoegingen uit je hoofd zou moeten leren. Oefen de vervoegingen van être en ga door met het oefenen van avoir.
Dire (zeggen) is een onregelmatig werkwoord.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.