Betekenis-definitie rug: Bargoens: bankbiljet van duizend (gulden of euro). Ook: rooie rug of rooie. - DFB | De Financiële Begrippenlijst.
Het 1.000 guldenbiljet kreeg een rode keerzijde (rug), en al gauw werd dit in de volksmond een rooie rug genoemd. Het biljet van 25 gulden, met een gele keerzijde, werd het geeltje.
Een meier was vroeger in de volkstaal de naam van een briefje van 100 gulden.
Barki betekent 'biljet van honderd gulden; bedrag van honderd gulden'. In het Surinaams kunnen die twee woorden door iedereen gebruikt worden, maar het is wel informele taal. In Nederland zijn die woorden geleend uit het Surinaams, maar worden ze vooral door jongeren in de grote stad gebruikt.
Vijf donnies bij elkaar opgeteld werd een bankoe (50 euro).
“Vals geld – een onuitroeibaar verschijnsel dat al heel lang bestaat”, aldus het Parool in 1982. Ook het geeltje, oftewel het biljet van vijfentwintig gulden, ontkwam niet aan imitaties die “bedrieglijk echt” leken.
Bij twee waarschuwingen in één wedstrijd volgt een veldverwijdering. Want zoals iedereen weet is twee keer geel rood.
De 5 centen staan ook bekend als stuivers. Onder Willem 1 heeft de 5 cent een W op de voorzijde afgebeeld en wegen deze munten ca. 0.846 gram en zijn van zilver. Vanaf 1848 t/m 1887 zijn de stuivers kleiner geworden met 12,5 mm doorsnede, maar nog steeds van zilver, het gewicht van deze kleine stuiver is 0.685 gram.
In beleidsmatige teksten komen ook de schrijfwijzen keuro, kEuro en kEUR wel voor in de betekenis 'kilo-euro', oftewel '1000 euro'.
Er zijn 7 verschillende eurobankbiljetten: van € 5, € 10, € 20, € 50, € 100, € 200 en € 500. De afbeeldingen op de biljetten zijn in alle eurolanden hetzelfde. Ieder biljet heeft een serienummer.
Deze poster laat de geschiedenis van de 50 uitgegeven Nederlandse bankbiljetten zien van 1814 tot 2002. Van het eerste biljet (waardepapier) tot bijvoorbeeld de Zonnebloem (50 gulden) en de Snip (100 gulden) ze staan allemaal chronologisch gerangschikt van waarde (5 gulden tot 1000 gulden) op deze unieke poster.
- Joet(je) of juut(je). Van de Hebreeuwse letter jod, de tiende letter van het alfabet, die als getalswaarde 'tien' heeft. - Sjoof of soof.
Snippen zijn vogels die behoren tot de steltlopers, meeuwen en alken. Een paar soorten komen in Nederland voor, zoals de watersnip en de houtsnip. Watersnip De watersnip heeft een lange snavel. Als hij vliegt is hij makkelijk te herkennen aan de witte randen op zijn vleugels.
'Roodje' en 'geeltje'
Daar komen de uitdrukkingen 'een rooie rug' of 'een roodje' voor 1000 gulden en 'een geeltje' voor 25 gulden vandaan. Overigens was 200 gulden begin vorige eeuw een vermogen. Een huis kostte toen gemiddeld rond de 1000 gulden en een arbeider verdiende circa 20 gulden per week.
Wil je graag te weten komen wat het alternatieve woord is voor euro? Dan kan je binnen de straattaal hiervoor gebruikmaken van het woord “ekkie”. Doekoe is straattaal voor geld.
[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Bargoens), honderd gulden.
Een nakkie, oftewel een snuif cocaïne nemen, leidt op de vereniging dus tot het royeren van een gebruikend lid. En hoewel het excessief gebruik van alcohol ook werd besproken op het symposium, wordt een bakkie (biertje) gezien als iets wat erbij hoort.
De NVWA waarschuwt voor Barkoo kauwbotjes voor honden. Deze kauwbotjes zijn de vermoedelijke oorzaak van het ontstaan van ernstige neurologische afwijkingen bij honden.
Een kop is een oud-Nederlandse eenheid voor inhoud. Bij het instellen van het Nederlands metriek stelsel werd 1 kop gelijkgesteld aan 1 liter.
Brakka betekent namelijk inbraak. In sommige gevallen betekent brakka ook broek.
Osso is een bekende straattaalterm en Surinaams voor huis of thuis. In de Volkskrant leest u het doorgaans niet, maar osso is in Nederland al bijna net zo ingeburgerd als doekoe (Surinaams voor geld).