Een pekker is historisch een ambachtsman (schoenmaker/borstelmaker) die met pekdraad werkte, met name in Izegem, België. Het is ook een spotnaam voor inwoners van Izegem. Daarnaast verwijst "pekken" in het West-Vlaams dialect naar iemand die lang uitgaat of blijft plakken in een café. Vlaams Woordenboek +3
Izegem werd decennialang geassocieerd met schoenen en borstels. Kwaliteitsschoenen werden destijds met pekdraad genaaid en bij de borstels maakte de stielman de grondstof met pek in het borstelhout vast. Daarom dragen de Izegemnaren ook de naam 'Pekkers'.
Definitie. degene die met pek- of pikdraad werkte.
De plakker is een vlindersoort die wereldwijd voorkomt en bekendstaat om zijn verwoestende invloed op bossen en vegetatie. De larven van deze vlinder voeden zich met een uitgebreid aantal planten, waaronder loof- en naaldbomen, en kunnen grote schade aanrichten aan bosgebieden en landbouwgewassen.
plakker = Pergamijnpapier met gom Een postzegelplakker is een strookje pergamijnpapier, dat aan één zijde is gegomd en wordt gebruikt om postzegels in een album te plakken. Werkwijze Leg de postzegel met het beeld naar on... zelfklever = •een plakker met een zelfklevende laag.
Tukkers staan vaak bekend om hun nuchterheid, gastvrijheid en trots op hun regio. Het woord "Tukker" is afgeleid van het Twentse woord "tuk", wat "handig" of "slim" betekent.
Een spieker is een middeleeuwse opslagplaats van graan en andere producten. In die tijd verbouwden de boeren rogge, gerst, en haver, maar ook tuinbonen, erwten en vlas. Boeren in die tijd betaalden hun belastingen aan de heerser, de bisschop van Utrecht, veelal in natura. In de spieker werden de 'belastingen' bewaard.
Wie een woord of uitdrukking zoekt voor iemand vaak boosaardig bejegenen (zowel verbaal als non-verbaal), heeft in onze taal een ruime keuze: iemand jennen, narren, sarren, tarten, tergen, treiteren, zieken.
Pek is een zwarte, brandbare, en uiterst stroperige vloeistof die overblijft na de destillatie van houtteer of steenkoolteer. Dat laatste gebeurt in een teerdestilleerderij of kortweg teerfabriek. Pek werd onder meer toegepast bij de dakbedekking, zoals in asfaltpapier en bij de bereiding van asfaltbeton.
Spekken zijn heerlijke zachte snoepjes die je wel bekend in de oren klinken. Of bekend in de mond smaken. Gekleurde spekken, grote spekken, blauwe spekken, lange spekken of spekjes in de vorm van hartjes. Niets is te gek om te bedenken of het bestaat wel in de vorm van heerlijke spekken.
Makke is eigenlijk het Hebreeuwse woord makka, dat 'klap, slag' en 'gebrek, kwaal, plaag' betekende. Later werd 'n cent 'n makke verbasterd tot geen cent te makken. Een variant is niks te makken hebben. Dat kan ook 'geen geld hebben' betekenen, maar ook 'geen invloed hebben, niets in te brengen hebben'.
Cagagner of kakkertje Een caganer (Catalaans voor 'kakker') is een beeldje dat een gehurkt mannetje met omlaag getrokken broek voorstelt dat zijn behoefte zit te doen. Ook de vrouwelijke variant (caganera) komt voor.
Iets vullen of volstoppen, royaal van geld voorzien.
' Kek is een Gentse uitspraak voor: lollig, leuk, mooie e.d. en was een tijdje geleden een modewoord onder Nederlandse jongeren.
In Klein-Brabant werd pepel volksetymologisch tot peper, een woord dat ook in de buurt van Ninove niet onbekend is. De ontlening dateert uit de Romeinse tijd. De Romeinen gebruikten het woord papilio in twee betekenissen: 'vlinder' en 'tent'. De tweede betekenis is metaforisch uit de vlinder-betekenis ontstaan.
Kenmerken van een narcist zijn een overdreven gevoel van eigenwaarde, behoefte aan bewondering, gebrek aan empathie, manipulatie, arrogantie en een groot ego, vaak verborgen achter een charmant masker, maar onderliggend een diepe onzekerheid en minderwaardigheidsgevoel. Ze zijn egocentrisch, vinden zichzelf beter, kunnen slecht tegen kritiek en draaien conflicten vaak om zodat de schuld bij de ander ligt, wat leidt tot problemen in relaties.
Een narcist voelt zich tot jou aangetrokken om deze redenen: Je hebt een hoog inlevingsvermogen. Je begrijpt de gevoelens van de ander goed. Je hebt een sterk inlevingsvermogen en je kunt meeleven met de ander.
Narcisten gebruiken manipulatieve zinnen om controle te houden, schuld af te schuiven en jou aan jezelf te laten twijfelen, zoals "Jij bent te gevoelig", "Ik deed dat alleen omdat jij me zo boos maakte", "Je overdrijft", "Dat is nooit gebeurd" (gaslighting) en tijdens de 'hoovering'-fase: "Ik kan niet zonder jou" of "Ik ben veranderd" om je terug te lokken. Ze gebruiken ook zinnen die jou isoleren, zoals "Iedereen zegt het" en "Je bent ondankbaar" om jou te manipuleren.
Deze zin gebruik je wanneer je vindt dat iemand gierig is en niets wilt delen. Als je dat vindt, dan kun je diegene een spijker noemen.
Graanspiekers komen overal op de wereld onder veel verschillende namen voor. Het latijnse woord is granarium ('opslagplaats voor graan'), waarvan onder andere het Franse grange ('graanschuur'), het Spaanse granja, en het Engelse granary ('graanpakhuis') zijn afgeleid.
1. Iemand die spijkers inslaat . 2. Een spoorwegarbeider die spijkers in de grond slaat. 3. Een volleyballer die de bal smasht: een aanvallende speler.
De knoln/proem'n op heb'n
Als je na een lange dag studeren of feesten tot in de late uurtjes ontzettend moe bent en eigenlijk gewoon je bed in wil duiken, zeg je in Twente dat je de knollen (of pruimen) op hebt.
Een tukje of tukkie is een kort slaapje overdag. Het bijbehorende werkwoord tukken komt al sinds de achttiende eeuw in het Nederlands voor. En inderdaad waren er toen ook al hoorcolleges. Een synoniem voor tukje is dutje, ook een kort overdags slaapje.
Nee, Twente is niet de Achterhoek; het zijn twee aparte, maar aangrenzende streken in het oosten van Nederland, gescheiden door de provinciegrens: Twente ligt in Overijssel en de Achterhoek in Gelderland. Ze hebben veel overeenkomsten, zoals Saksische oorsprong en 'noaberschap', maar behoren tot verschillende provincies en worden soms verward.