De hoofdvraag is het belangrijkste onderzoeksvraag van je scriptie. Je stelt je hoofdvraag op aan de hand van je probleemstelling. Een goede hoofdvraag is onderzoekbaar, haalbaar, origineel, complex, relevant, specifiek en focust zich op één probleem.
De hoofdvraag is helder afgebakend. Het is een relevante vraag. De vraag is objectief geformuleerd en bevat dus geen waardeoordeel. De onderzoeksvraag sluit aan op je probleemstelling en doelstelling.
Een voorbeeld van een onderzoeksvraag met deelvragen zou kunnen zijn: “Hoe kan de communicatie tussen medewerkers en leidinggevenden binnen organisatie X verbeterd worden?” De deelvragen kunnen bijvoorbeeld zijn: Hoe ziet de huidige communicatiestructuur eruit binnen organisatie X?
Het opstellen van een goede hoofdvraag, ook wel onderzoeksvraag genoemd, kan een uitdagend proces zijn, maar het is een belangrijke stap in het scriptieproces. Met een heldere en goed geformuleerde hoofdvraag leg je een stevige basis voor je onderzoek en scriptie.
Hoe beïnvloeden leiderschapsstijlen het behoud van werknemers? Dit is een voorbeeld van een sterke onderzoeksvraag omdat het direct kijkt naar het effect van de ene variabele (leiderschapsstijlen) op de andere (behoud van werknemers), wat een sterk afgestemde methodologische benadering mogelijk maakt.
Anders maak je het voor jezelf moeilijk en kan de samenhang binnen je PWS ontbreken. Een goede onderzoeksvraag begint vaak met de woorden 'in hoeverre', 'wat', 'hoe', 'waarom' en 'wanneer'. Hierdoor maak je het onderwerp vaak al specifieker. Aan de andere kant moet de onderzoeksvraag ook niet te smal zijn.
Er is geen vast aantal deelvragen dat je moet opstellen. Wel is het zo dat hoe complexer je onderwerp is, hoe meer deelvragen je nodig zult hebben. Probeer je te beperken tot 4 à 5 deelvragen. Als je er (veel) meer nodig hebt, moet je wellicht je hoofdvraag vereenvoudigen of beter afbakenen.
Hoofd- en deelvragen
De hoofdvraag is de belangrijkste onderzoeksvraag van je scriptie. De hoofdvraag bestaat dan ook vaak uit meerdere typen vragen. De deelvragen zijn kortere vragen die vaak uit één type onderzoeksvraag bestaat.
Je hoofdvraag beantwoord je pas in je conclusie. Je deelvragen worden zo in chronologische volgorde (van 1 tot bijvoorbeeld 5) beantwoord. Als je eerst antwoord geeft op deelvraag 3 en daarna pas op 1, dan is de volgorde nog niet logisch.
De Hoofdgedachte
Kies het onderwerp waarover je iets wilt gaan onderzoeken en vraag je af wat je daarvan wilt weten. Zorg ervoor dat het onderwerp je boeit, waardoor je echt gemotiveerd bent om het antwoord op je vraag te vinden.
Het begint met de onderzoeksvraag
In feite vraag je jezelf af wat je graag te weten wilt komen binnen het onderzoeksveld van je onderwerp. Je gaat een probleemstelling en onderzoeksvraag formuleren. Daarnaast bepaal je welk soort onderzoek je gaat uitvoeren. Deze stap noemen we het ontwikkelen van de onderzoeksopzet.
Een goede onderzoeksvraag moet: Duidelijk zijn en specifieke informatie bieden zodat lezers het doel gemakkelijk kunnen begrijpen . Gericht zijn in zijn reikwijdte en beperkt genoeg om te worden behandeld in de ruimte die uw paper toestaat. Relevant en beknopt zijn en uw belangrijkste ideeën in zo min mogelijk woorden uitdrukken, zoals een hypothese.
Onderzoek levert echter geen bruikbare informatie op als de vragen gemakkelijke antwoorden hebben (omdat de vragen te simpel, te beperkt of te algemeen zijn) of antwoorden die helemaal niet te bereiken zijn (omdat de vragen geen mogelijk antwoord hebben, te duur zijn om te beantwoorden of te breed van opzet zijn).
Uw methodologie moet beginnen met het beschrijven van uw onderzoeksvraag en het type gegevens dat u hebt gebruikt om deze te beantwoorden . U wilt aangeven waarom dit type gegevens geschikt, relevant en belangrijk is voor de gestelde vraag. Vervolgens legt u uw proces van gegevensverzameling uit.
Hoofdvraag formuleren
Je doet er goed aan om je onderzoeksvragen SMART te formuleren (zowel de hoofd- als de deelvragen). Dit houdt in dat je vragen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn. De hoofdvraag is afgeleid van je probleemstelling.
✍️ Formuleer de vraagstelling helder en simpel, bij voorkeur op taalniveau B1.Laat taalgebruik specifiek voor jouw vakgebied ('jargon') achterwege. ð Vermijd negatieve woorden in de vraagstelling. Een positieve opdracht leidt tot betere uitkomsten en is, niet geheel onbelangrijk, leuker om over na te denken.
Gelukkig staat de opbouw min of meer vast: een PWS opent met een inleiding, inhoudsopgave en samenvatting. Daarna behandel in de hoofdstukken je onderzoeksopzet, deelvragen en onderzoeksresultaten. Tenslotte trek je je conclusie(s) in het laatste hoofdstuk. Je sluit af met de literatuurlijst en de bijlagen.
acceptabel voor jezelf en anderen
Een acceptabel doel houdt in dat het doel logisch is ontstaan uit je werkzaamheden en waar jezelf én je collega's/manager helemaal achter staan. Het moet niet zomaar uit de lucht komen vallen, zeg maar. Je moet iets hebben aan je doel!
RUMBA is, net zoals SMART en PRISMA een hulpmiddel om doelen te formuleren. RUMBA wordt vooral toegepast binnen de zorgsector om de kwaliteit van verpleegkundige zorg meetbaar en inzichtelijk te maken.
Om een SMART-doel te schrijven, begin je met het definiëren van wat je specifiek wilt bereiken. Bepaal vervolgens hoe je succes meet en zorg ervoor dat je doelstelling haalbaar is. Zorg ervoor dat het doel relevant is voor je bredere levens- of carrièreambities. Voeg ten slotte een tijdsbestek toe om een gevoel van urgentie te creëren.