Een goede hoofdvraag is specifiek, onderzoekbaar, relevant, haalbaar en niet met "ja" of "nee" te beantwoorden. Het is een duidelijke, enkelvoudige open vraag (bijv. "Hoe...?" of "Op welke wijze...?") die de kern van je onderzoeksprobleem dekt en vaak met "waarom" of "in welke mate" verdieping zoekt. www.scribbr.nl +4
Om zo'n hoofdvraag te kunnen stellen moet je goed weten wat je met jouw onderzoek wilt bereiken. Wat is, behalve van het halen van een goed cijfer, het doel dat je wilt bereiken met jouw onderzoek– en is dat doel wel haalbaar? Wat wil je precies uitzoeken, of voor welk probleem wil je een oplossing bedenking?
Een hoofdvraag is onderdeel van een vraag-antwoord structuur. De schrijver stelt in de inleiding een vraag aan de lezer, ook wel de hoofdvraag genoemd. In het middenstuk geeft de schrijver antwoorden en tot slot maakt de schrijver een conclusie en/of samenvatting.
Je stelt je hoofdvraag op aan de hand van je probleemstelling. Een goede hoofdvraag is onderzoekbaar, haalbaar, origineel, complex, relevant, specifiek en focust zich op één probleem. Het kan lastig zijn om een goede hoofdvraag te formuleren.
Je hoofdvraag mag niet uit meerdere vragen bestaan. Je hoofdvraag moet duidelijk zijn en maar op één manier uit te leggen zijn. Een goede hoofdvraag is altijd een inzichtsvraag (verklarende / beschrijvende).
Het beschrijft vier basistypen vragen: ja/nee-vragen, vraagwoordvragen, meerkeuzevragen en vraagzinnen met een vraagwoord . Van elk type worden voorbeelden gegeven, samen met uitleg over de structuur en veelvoorkomende fouten die vermeden moeten worden.
Een goede vraagstelling formuleren in 6 stappen
De voorbeeldvragen zijn bedoeld om u te helpen waardevolle informatie te verzamelen van ademende, bewuste patiënten, die u vervolgens kunt doorgeven aan professionele medische hulpverleners, en niet om medische problemen te diagnosticeren .
Het verschil is als volgt: Probleemstelling: Hierin beschrijf je het probleem dat je gaat onderzoeken. Hoofdvraag: Hiermee geef je aan op welke exacte vraag in relatie tot het probleem je met jouw onderzoek een antwoord gaat geven.
Het onderwerp van de tekst bestaat uit een paar woorden. De hoofdgedachte is daarentegen een zin. Voorbeeld: Een tekst over appeltaart, waarin de schrijver de lezer wil overtuigen dat appeltaart vies is. Het onderwerp is appeltaart en de hoofdgedachte is 'appeltaart is vies'.
Wat is een goede hoofdvraag voor je scriptie?
De hoofdvraag of probleemstelling is een vraag of korte stelling waarin je precies samenvat wat je in je scriptie gaat onderzoeken.
Volgens cijfers van de VSNU (Vereniging van Universiteiten) ligt het gemiddelde scriptiecijfer aan Nederlandse universiteiten tussen de 6,8 en 7,4.
Om vragen te stellen, plaatsen we vaak het werkwoord vóór het onderwerp . Dit noemen we inversie. Ik ben te laat. Ben ik te laat?
3 goede vragen zijn:
Het is belangrijk om te weten wanneer je verschillende soorten vragen moet gebruiken. Open vragen zijn goed om een onderwerp te verkennen en mensen aan te moedigen zich open te stellen. Maar wanneer je bepaalde punten wilt verduidelijken of een concept in eenvoudigere termen wilt uitleggen, kan een gesloten vraag met een ja/nee-antwoord waardevol zijn .
De hoofdgedachte van een tekst is de belangrijkste gedachte die de schrijver over het onderwerp heeft. Een hoofdgedachte bestaat uit één of twee zinnen. Het kunnen vinden van de hoofdgedachte van een tekst is belangrijk bij het oefenen van begrijpend lezen.
Diepe vragen om te stellen
Bijvoorbeeld: Waar zullen we gaan lunchen? In het Engels worden deze vragen meestal gesteld in een gesloten vraagzin, waarin een vraagwoord zoals 'wanneer', 'wie' of 'wat' wordt gebruikt. Deze worden ook wel wh-woorden genoemd, en daarom worden open vragen soms ook wel wh-vragen genoemd.
SAMEN BESLISSEN - 3 GOEDE VRAGEN
Ongeveer 20% tot 30% van de studenten heeft moeite met het succesvol afronden van de scriptie, waarbij een aanzienlijk deel deze niet in één keer haalt en een herkansing nodig heeft. Het exacte percentage varieert per opleiding en instelling, maar het is een veelvoorkomend probleem; zo'n 30% van de studenten haalt binnen 10 jaar geen diploma, deels door scriptieproblemen.
Er zijn twee hoofdvormen van vragen. Wanneer respondenten een aantal vooraf bepaalde antwoorden krijgen, hebben we te maken met een gesloten vraag (ook wel bekend als een vraag met vaste antwoordmogelijkheden). Als van hen wordt verwacht dat ze in hun eigen woorden antwoorden, hebben we te maken met een open vraag .
Een probleemstelling is de hoofdvraag waarop een scriptie antwoord geeft en vormt de rode lijn. Geef de probleemstelling dan ook de vorm van een vraag, in plaats van een stellende zin. Een probleemstelling is niet hetzelfde als een onderwerp: een onderwerp kan vanuit vele invalshoeken worden bestudeerd.