Vaak wordt de verwardheid 's avonds en 's nachts erger. In sommige gevallen is iemand met een delier alleen erg afwezig, rustig of slaperig.Het kan ook zijn dat iemand voor zich uit staart en moeilijk oogcontact maakt. Dit wordt een stil of apathisch delier genoemd.
Stil delier (ook wel: apatisch of hypoactief delier)
Kenmerkend is dat iemand niet of niet normaal reageert. Dit ligt aan angst door de waanideeën en hallucinaties. Juist daarom durft iemand niets meer te doen of te zeggen. Een onrustig en stil delier komen soms ook samen bij één persoon voor.
Bovendien blijken patiënten die delirant zijn geweest, zichzelf thuis minder goed te kunnen redden na hun opname. Een kwart van de patiënten die een delier hebben doorgemaakt, overlijdt binnen een jaar na het delier.
We onderscheiden 3 soorten delirium: hyperactief delirium: de patiënt is onrustig en opgewonden; hypoactief delirium: de patiënt is stil en teruggetrokken; combinatie van hyperactief en hypoactief delirium. Dit wisselt zich af gedurende de dag. Iemand met een delirium is niet zo helder van geest als normaal.
Tijdens een delier werken je hersenen tijdelijk niet goed.Die kunnen dan even niet goed omgaan met alle prikkels van binnen en buiten je lichaam. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Soms is de oorzaak een combinatie van factoren.
Vermijd discussie, stemverheffing en het op confronterende wijze tegenspreken van de cliënt. Zorg ervoor dat de cliënt goed zicht heeft op zijn omgeving, vermijd gesprekken bij de deuropening met derden. Bij thuiswonenden ouderen met een delier hebben familieleden en/of naasten een belangrijke rol.
In de dagen voor het sterven kan een beeld ontstaan waarbij de patiënt zeer onrustig en verward is. Het bewustzijn van de patiënt is ernstig verstoord, hij kan draaien in bed, plukken aan de dekens, kreunen en schreeuwen. Dit heet terminaal delier.
iets zien, horen of ruiken wat er in het echt niet is, bijvoorbeeld vreemde beestjes of geluiden. Dit noemen we hallucinaties. iets denken wat niet waar is en overtuigd zijn dat het wel waar is.
Echter, in de klinische praktijk lijken medicamenten en polyfarmacie sterk geassocieerd met het optreden van een delier. Hierbij kan met name gedacht worden aan: opioïde pijnmedicatie, anticholinerge en dopaminerge medicatie (zie Rudolph et al., 2008), steroïden, immunosuppressiva, psychofarmaca en anti-epileptica.
Dementie is een risicofactor voor het krijgen van een delier. Lees over de oorzaken, kenmerken en behandeling van een delier. Door een delier kan iemand met dementie snel achteruitgaan. Het kan lastig zijn om een delier te herkennen bij een persoon met dementie.
Omdat het bloed zich meer en meer terugtrekt naar de borst- en buikholte, kunnen handen, armen, voeten, benen en neus koud aanvoelen. Op de benen kunnen paarsblauwe vlekken ontstaan. De gelaatskleur wordt grauw en bij de laatste ademtocht trekt de kleur helemaal uit het gezicht weg ('doods - bleek').
Patiënten aan het einde van hun leven ontwikkelen een aantal verontrustende symptomen. Hoewel delirium een van de meest voorkomende neuropsychiatrische problemen is bij patiënten met gevorderde kanker, wordt het slecht herkend en slecht behandeld. Delirium komt veel voor aan het einde van het leven, met name tijdens de laatste 24-48 uur .
De verwardheid neemt meestal af als de lichamelijke toestand verbetert. De periode van verwardheid verschilt van enkele uren tot weken. Niet alle patiënten herstellen volledig van het delirium. Zij houden langere tijd restverschijnselen, zoals geheugen- en concentratiestoornissen.
Meestal duurt een delier enkele dagen tot weken, soms duurt het langer. Vooral bij oudere patiënten is de kans hoger dat de delier langer dan een maand duurt.
Iemand die bijna sterft, heeft meestal minder behoefte om te eten en drinken. Daardoor valt hij of zij ook af, en verandert het gezicht (ingezakte wangen, teruggetrokken ogen, etc.). Doordat de stervende persoon minder drinkt, kunnen de mond en lippen droog worden. Soms heeft dit als bijwerking een slechte adem.
Een delirium (delier) is een plotse verwardheid die ontstaat door een verstoring van de normale werking van de hersenen. Deze verwardheid wordt uitgelokt door een lichamelijke oorzaak of overmatige stress.
De belangrijkste behandeling van een delier is het weghalen van de oorzaak. Bijvoorbeeld door een infectie met antibiotica te behandelen, het herstellen van een operatie of het stoppen met gebruik van een bepaald medicijn. Ook is een veilige en rustige omgeving belangrijk voor iemand met een delier.
Anticholinergica, benzodiazepinen en narcotica in hoge doseringen zijn veelvoorkomende oorzaken van door medicijnen veroorzaakt delirium.
Feitelijk is een delier een ontregeling van de grote hersenen en met name een ontregeling van de hersenstam. Anticholinerge medicijnen, een ontregeld immuunsysteem en een verstoring van de signaaloverdracht in de hersenen lijken bij te dragen aan het ontstaan van een delier.
Een delier herkent u aan het volgende: Gedragsverandering binnen enkele uren tot dagen. De patiënt kan bijvoorbeeld opeens heel stil worden, terwijl u dit niet van hem/haar gewend bent. Onrust, bijvoorbeeld aan lakens plukken of steeds uit bed proberen te gaan.
Laat uw naaste zo weinig mogelijk alleen. Zorg dat er altijd een vertrouwd iemand bij is en dat er niet te veel mensen tegelijk zijn. Laat vertrouwde voorwerpen zien, zoals foto's van mensen van wie uw naaste veel houdt.
Risico's door onrust en desoriëntatie
Het is vanzelfsprekend dat dit gevaarlijk kan zijn als iemand alleen is. De persoon kan zichzelf per ongeluk iets aandoen. Maar ook als er anderen zijn, kan degene die het delier heeft, iemand onbedoeld verwonden.
Een stervende heeft meestal weinig of geen behoefte meer aan eten en drinken. Hij of zij kan snel vermageren. De wangen vallen in, de neus wordt spits en de ogen komen dieper in hun kassen te liggen. Dit is natuurlijk en hoort bij het sterven.
Onderstaande kernsymptomen kunnen voorkomen voor bij alle vormen van een delier: Plotseling optreden (een delier zie je meestal niet aankomen) Aandachts- en concentratiestoornissen. Geheugenproblemen.
Op basis van de criteria van DSM-IV-TR wordt delirium gekenmerkt door een snel begin van de symptomen (meestal binnen enkele uren of dagen) en een fluctuerende stoornis met een veranderd bewustzijnsniveau, met een onvermogen om de aandacht te richten, vast te houden of te verleggen, en een verandering in de cognitie (zoals geheugenverlies, desoriëntatie, taalstoornis ...