De breuk 7 8 7 8 is gelijk aan 87,5%. Om dit te berekenen deel je de teller door de noemer ( 7 ÷ 8 = 0 , 875 7 ÷ 8 = 0 , 8 7 5 ) en vermenigvuldig je de uitkomst met 100. Dit is hetzelfde als 875 per 1000, oftewel 87,5 op de 100. Squla +2
De basisformule voor het berekenen van een percentage is: percentage = (deel ÷ geheel) × 100%. Deze formule gebruik je om uit te rekenen hoeveel procent een deel is ten opzichte van het geheel. Bijvoorbeeld: deel = 30 en geheel = 150, dan is percentage = 30 ÷ 150 × 100% = 20%.
Een hele is verdeeld in acht gelijke stukken, oftewel: 1 : 8 =. Daar hoort het kommagetal 0,125 en het percentage 12,5% bij. Handig om deze gegevens bij elkaar op een overzichtskaart te hebben! Oefen het rekenen met breuken veel.
Dus is 1//8 hetzelfde als 25% : 2 = 12,5%. 3//8 is dan gelijk aan 12,5% × 3 = 37,5%.
Daarnaast kun je een breuk omrekenen naar een percentage. Dit doe je door van de breuk een honderdste breuk te maken (60//100). De teller geeft dan het juiste percentage aan.
Je ziet dat 70⁄100 gelijk is aan 7⁄10 . Als je de breuk niet verder kunt vereenvoudigen, dan heb je het antwoord gevonden op de som. 70% is gelijk aan 7⁄10 .
Percentage berekenen tussen 2 getallen
Het verschil tussen deze getallen is 25. Om het percentage te berekenen, delen we het verschil door het oorspronkelijke getal: 25/50 = 0,5. Vervolgens vermenigvuldigen we dit met 100 om het percentage te krijgen: 0,5 x 100 = 50%.
Dan deel je 80 kinderen ook door 4. 80 : 4 = 20. 20 van de 100 = 20/100 en 20/100 is 20%. Het antwoord is 20%.
Het percentage dat bij het kommagetal 0,375 hoort is dus 37,5%. . Je kunt deze breuk eenvoudiger opschrijven. Je kunt de teller en de noemer namelijk allebei delen door 4.
Een procent is een breuk die altijd 100 als noemer heeft. De noemer van een breuk geeft aan in hoeveel stukjes iets is verdeeld. Bij procenten gaat het dus altijd om een geheel dat in 100 stukjes is verdeeld. 1 procent is dan één van die stukjes.
Een kwart, 1/4, is dus hetzelfde als 25%. Een tiende deel, 1/10, is 10%, en 3/10 is dus 30%.
Eén stuk heet 1/8: het is 1 van de 8 stukken.
We veranderen niet de waarde van de breuk omdat we zowel de teller als de noemer door hetzelfde delen. 8 gedeeld door 2 is 4, 10 gedeeld door 2 is 5. En we zijn klaar. 0.8 is hetzelfde als 8 tienden, welke hetzelfde is als 4 vijfden.
Als je wilt weten welk percentage 25 is van 200: Bereken de verhouding: Deel / Geheel = 25 / 200 = 0,125. Converteer naar percentage: 0,125 × 100% = 12,5%
Procenten, breuken en decimale getallen
Bijvoorbeeld 0,1 is gelijk aan 10%, 0,65 is gelijk aan 65%.
5 procent is hetzelfde als 5%, 0.05, 5/100 of vijf honderdsten. Er zijn heel veel manieren om met procenten te rekenen. Je kan een kruistabel gebruiken, of terugrekenen naar 1% of juist een formule gebruiken.
1/5 kun je dus schrijven als 0,20. Zo kun je alle breuken omrekenen naar kommagetallen.
De breuk 2⁄5 is dus gelijk aan 40%, het percentage dat bij de strook uit het voorbeeld hoort.
0,125 is een achtste. Deel een getal door 8. Je krijgt een geheel getal plus een aantal achtste.
Hoe bereken ik 30 procent korting?
Procenten zijn gewoon decimale getallen, bijv. 10% is 0,1 dus 10% van 100 = 0,1 * 100 = 10 en 10% van 1000 = 0,1 * 1000 = 100.
Laten we even rekenen: 40/100 * 20 = 8 .
Leg uit dat de verhouding 1 op 5 is. Dat wil zeggen dat het verbruik van de auto 1 liter benzine is per 5 kilometer. Laat de tabel zien en leg uit dat je het totaal aantal kilometers deelt door de kilometers per liter (60 : 5= 12). Je hebt dus 12 liter benzine nodig voor 60 kilometer.
Dan kun je altijd zien welke van beide het grootste is. En vaak is een benadering in niet al te veel decimalen al genoeg. Een bijkomend aspect van gelijknamig maken is ook dat soms verschillende breuken dezelfde waarde hebben: 2/3 = 8/12.
Bepaal eerst welk percentage er bij de nieuwe prijs hoort door het percentage dat erbij komt bij 100% op te tellen. Vervolgens deel je de nieuwe prijs door dit percentage om terug te rekenen naar 1%. Daarna vermenigvuldig je dit met 100% om de oude prijs te achterhalen.