In Nederland worden mensen in het kader van het bevolkingsonderzoek dikkedarmkanker uitgenodigd voor screening vanaf 55 tot en met 75 jaar. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | RIVM
Er is geen bovengrens voor de leeftijd waarop je je kunt laten screenen op darmkanker . De meeste medische organisaties in de Verenigde Staten zijn het er echter over eens dat de voordelen van screening na je 75e voor de meeste mensen afnemen en dat er weinig bewijs is om screening na je 85e voort te zetten. Bespreek darmkankerscreening met je zorgverlener.
WAAROM IS HET BEVOLKINGSONDERZOEK VOOR MANNEN EN VROUWEN VAN 50 TOT EN MET 74 JAAR? Het Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker is beperkt tot mannen en vrouwen van 50 tot en met 74 jaar. Dit betekent dat je uitgenodigd wordt vanaf het jaar waarin je 50 jaar wordt tot en met het jaar waarin je 74 jaar wordt.
Mensen ouder dan 55 jaar hebben meer kans op poliepen of darmkanker. Daarom krijgt iedereen van 55 tot en met 75 jaar elke 2 jaar een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. Dit onderzoek is bedoeld om darmkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, nog voordat iemand klachten heeft.
Waarom geen bevolkingsonderzoek na je 75e? Boven de 75 jaar groeit een tumor meestal heel langzaam. Het kan zijn dat je darmkanker tijdens het bevolkingsonderzoek ontdekt waar je anders nooit last van gehad zou hebben. Je krijgt dan onnodig een behandeling die zwaar kan zijn.
Dikkedarmkanker wordt voornamelijk vastgesteld bij mensen die 55 jaar of ouder zijn. De kans op darmkanker stijgt dan ook met de leeftijd, 54% is ouder dan 70 jaar. Slechts 10% van alle darmkankerpatiënten krijgt darmkanker voor het 50ste levensjaar.
Darmziekten kunnen zich langzaam ontwikkelen. Het kan jaren duren voordat cellen zich tot poliepen ontwikkelen en sommige van die poliepen uiteindelijk kanker worden. Screening na de leeftijd van 74 jaar is statistisch gezien mogelijk minder effectief, simpelweg omdat we sterfelijk zijn en niet alle poliepen kwaadaardig zijn .
De 7 signalen van darmkanker zijn: bloed/slijm bij de ontlasting, een veranderend ontlastingspatroon (verstopping/diarree), buikpijn/kramp, minder eetlust, onverklaarbaar gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid, en loze aandrang (het gevoel dat je moet poepen, maar er komt niets). Het is belangrijk om bij aanhoudende klachten langer dan twee weken naar de huisarts te gaan.
Het voorstadium van darmkanker wordt meestal gevormd door poliepen (woekeringen van slijmvliescellen), waarvan de meeste goedaardig zijn, maar sommige zich kunnen ontwikkelen tot kanker (stadium 0). Deze poliepen groeien langzaam, waardoor ze vaak jarenlang onopgemerkt blijven en door het bevolkingsonderzoek (stadium 0) kunnen worden opgespoord, waarbij ze vaak nog verwijderd kunnen worden voordat ze kwaadaardig worden. Symptomen die kunnen wijzen op een voorstadium zijn veranderingen in het ontlastingspatroon, bloed of slijm bij de ontlasting, buikklachten en vermoeidheid.
Leefgewoonten: overgewicht, het eten van veel (rood) vlees, te veel alcohol, te weinig beweging en waarschijnlijk ook roken vergroten het risico op darmkanker.
Soms groeit een poliep in 10 tot 15 jaar tijd uit tot een kwaadaardig gezwel (een darmtumor).
Na 1 jaar: CEA-onderzoek, coloscopie en CT-scan. Tot het 5e jaar elk halfjaar: CEA-onderzoek. Na 4 jaar: coloscopie.
Een darmtumor groeit meestal langzaam. In het eerste stadium beperkt de tumor zich slechts tot het slijmvlies. Wanneer de tumor doorgroeit, kan deze door de verschillende lagen van de darmwand heen groeien. Hoe groter de tumor wordt, hoe groter de kans is dat kankercellen loslaten van de tumor.
De meest voorkomende complicatie is een bloeding: na het wegnemen van weefsel of het verwijderen van een poliep kan een beperkte bloeding optreden. Die kan vrijwel altijd tijdens het onderzoek meteen worden gestopt.
Een ontlastingstest kan mogelijk een goed alternatief zijn voor een controle colonoscopie na het verwijderen van poliepen. Dit blijkt uit de resultaten van een studie van het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam UMC en Maastricht UMC.
Het antwoord is vrij duidelijk: ja! De dag na een onderzoek kan je normaal werken.
Ontlasting bij darmkanker kan veranderen in patroon (diarree/verstopping), uiterlijk (bloed, slijm, heel dun, of zwart/stopverfkleurig), en zorgen voor "loze aandrang", waarbij je moet poepen maar er weinig komt, vaak door bloedverlies (wat ook tot vermoeidheid kan leiden). Deze veranderingen zijn vaak niet overgaand en kunnen wijzen op darmkanker, dus een bezoek aan de huisarts is belangrijk.
Artsen adviseren doorgaans licht verteerbare voeding na een colonoscopie. Een andere veelvoorkomende aanbeveling na de procedure is een vezelarm dieet . Dit houdt in dat je voedingsmiddelen eet die weinig vezels bevatten en dat je overmatige hoeveelheden zuivelproducten vermijdt.
Adenomen: Veel poliepen in de dikke darm zijn voorstadia van kanker, oftewel adenomen . Het kan zeven tot tien jaar of langer duren voordat een adenoom zich ontwikkelt tot kanker – als dat al gebeurt. Over het algemeen ontwikkelt slechts 5% van de adenomen zich tot kanker, maar uw individuele risico is moeilijk te voorspellen. Artsen verwijderen alle adenomen die ze vinden.
Vroege waarschuwingssignalen van darmkanker zijn onder andere bloed of slijm bij de ontlasting, een verandering in het stoelgangpatroon (diarree/verstopping), loze aandrang, onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid door bloedarmoede, en buikpijn of -kramp, meldt KWF Kankerbestrijding. Ook een verminderde eetlust en een opgeblazen gevoel kunnen wijzen op de aandoening, die vaak begint met vage klachten. Raadpleeg de huisarts bij aanhoudende symptomen, vooral als deze langer dan twee weken duren.
Alarmsignalen om op te letten zijn onder andere: dieprode, zwarte en teerachtige, kleikleurige of bleke ontlasting ; bloed in de ontlasting; buikkrampen en buikpijn.
Dikke darmpoliepen en dikke darmkanker
Meestal ontstaan ze tussen 10- en 30-jarige leeftijd. Poliepen geven meestal geen klachten. Sommige mensen hebben wel klachten, zoals buikpijn, diarree of bloed en slijm bij de ontlasting.
Darmkanker kan uitzaaien naar andere plekken in het lichaam. Naar de lymfeklieren in de buurt van de tumor of naar andere plekken in het lichaam, bijvoorbeeld naar de lever. Uitzaaiingen zijn kankercellen die zijn losgekomen van de tumor en ergens anders in het lichaam terechtgekomen zijn.
Darmkanker begint meestal als een poliep. De meeste poliepen zijn goedaardig en zullen dat ook altijd blijven. Sommige poliepen kunnen na een tijd uitgroeien tot een kwaadaardige tumor: darmkanker. De tumor kan zich later verspreiden naar andere plekken in het lichaam.
De overlevingskans bij darmkanker (dikke darm- en endeldarmkanker) is sterk afhankelijk van het stadium bij diagnose, maar is gemiddeld rond de 69% na 5 jaar; met vroege detectie via het bevolkingsonderzoek is de kans op genezing veel groter (96% voor stadium I) dan bij uitgezaaide kanker (12-14% voor stadium IV). Verbeteringen in diagnostiek en behandeling zorgen ervoor dat de overleving de afgelopen jaren is gestegen.