De beste houding in de 30 tot 60 minuten na het toedienen van een bolus sondevoeding is rechtop zitten of halfzittend in bed met het hoofdeinde omhoog. www.sondevoedingthuis.be +1
Bij toediening per portie (ook wel “per bolus” genoemd), krijgt u op verschillende momenten per dag een bepaalde hoeveelheid sondevoeding. Bijvoorbeeld zes tot acht keer per dag een portie van 250 – 300 ml. Hierdoor kan bijvoorbeeld een normale maaltijdcyclus worden nagebootst.
Houd het hoofdeinde van het bed in een hoek van 30 graden of hoger . Patiënten met een neusmaagsonde lopen risico op aspiratie, vooral als ze enterale voeding krijgen. Het hoofdeinde van het bed moet altijd in een hoek van 30 graden of hoger staan om aspiratie te voorkomen.
Aandachtspunten
Fixeer de sonde met de pleister op de neus, zodanig dat de sonde bij het slikken kan meebewegen. Leid de sonde achter het oor langs, fixeer sonde op wang voor het oor. Bevestig de sonde met behulp van een pleister en veiligheidsspeld aan de kleding van de patiënt, zorg hierbij voor voldoende bewegingsvrijheid.
Uw zorgverlener kan de samenstelling van de voeding aanpassen aan uw tolerantie en voedingsbehoeften. Hij of zij kan u ook adviseren over een veilige manier om enterale voeding te ontvangen. Zo kan uw zorgverlener u bijvoorbeeld aanraden om tijdens het voeden en enkele uren erna in een hoek van 45 graden te zitten om complicaties zoals aspiratiepneumonie te voorkomen.
Bij sondevoeding per portie kunt u de normale maaltijdtijden aanhouden. Bij toediening per portie wordt de sondevoeding meerdere keren per dag toegediend. Meestal wordt gestart met zesmaal per dag op vaste tijden, verspreid over de dag. De sondevoeding wordt toegediend met een spuit.
De gebruikte sondes zijn onder andere de neusmaagsonde (NG-sonde), de gastrostomiesonde (G-sonde of PEG-sonde) en de jejunostomiesonde (J-sonde of PEJ-sonde). De NG-sonde wordt via de neus ingebracht en is bedoeld voor kortdurend gebruik.
Misselijkheid en diarree zijn de meest voorkomende complicaties.
Toedienen van sondevoeding per spuit
Met een 50-ml-spuit trekt u sondevoeding op. Vervolgens koppelt u de spuit aan het verbindingsstuk en draait u het kraantje zo dat de spuit in verbinding is met de sonde. Nu kunt u de spuit langzaam leegdrukken. Het is belangrijk om voldoende tijd te nemen voor deze handeling.
Vanaf 10 dagen na plaatsing:
Plaats de patiënt die orale medicatie krijgt rechtop om het risico op aspiratie te verkleinen. Patiënten moeten, indien mogelijk, 30 minuten na toediening van de medicatie in deze positie blijven. Als een patiënt niet kan zitten, help hem of haar dan in een zijliggende positie.
Trek met een spuit zoveel mogelijk voeding op uit de sonde. Probeer de sonde met een 5 ml spuitje met lauw kraanwater door te spuiten. Herhaal dit enkele malen. Als het niet lukt zal de sonde vervangen moeten worden.
Bolusvoeding kan worden toegediend met een enterale spuit of bolusset met behulp van een zuiger, zwaartekracht of een voedingspomp . Bolusvoeding is een methode voor enterale sondevoeding.
Werkwijze via sonde:
Dompelen PEG(J)-sonde
Hiermee wordt voorkomen dat het inwendige plaatje dat in de maag zit in het maagslijmvlies vast gaat groeien. De sonde mag niet gedraaid worden! De dunnere sonde die door de PEG- sonde heen is gevoerd kan hierdoor namelijk terug krullen naar de maag.
Het belangrijkste voor de verzorging van de voedingssonde is het regelmatig doorspuiten van de sonde met (kraan)water. Per keer gebruikt u ongeveer 20 milliliter water voor het doorspuiten. De voedingssonde moet minstens 4 tot 6 keer per dag worden doorgespoten.
Een duodenumsonde is een voedingssonde die we in de twaalfvingerige darm plaatsen. Via deze sonde kunnen we sondevoeding rechtstreeks in de maag of dunne darm brengen. Bijvoorbeeld bij een verstopping of vernauwing in de slokdarm of maag.
Hoelang geeft u de sondevoeding? Geef de sondevoeding in 20 tot 25 minuten. Als u minder sondevoeding geeft omdat uw baby al uit de fles heeft gedronken, dan is dit korter dan 20 minuten. Wij adviseren om de hele voeding maximaal 30 minuten te laten duren.
☞ Wanneer de sondevoeding continu wordt toegediend, moet het toedieningssysteem tot aan de sonde na maximaal 96 uur worden vervangen. ☞ De voeding via de sonde of de PEG-katheter wordt binnen 24 uur toegediend, hetgeen inhoudt dat de zak of fles met voeding niet langer dan 24 uur mag aanhangen.
Mogelijke nadelen van langdurige sondevoeding (3,4)
Omschrijving. Het toedienen van sondevoeding mag alleen door een verpleegkundige verzorgende gedaan worden die daarvoor bevoegd en bekwaam is.
Controleer voor toedienen: juiste cliënt, juiste medicijn, juiste hoeveelheid, juiste tijd en juiste manier van toedienen.
De sondevoeding loopt aan 10 druppels per 15 seconden. Ver- menigvuldig dit met 4 (= aantal druppels per minuut). 10 x 4 = 40 druppels/minuut. Vermenigvuldig daarna met 3 om het aantal ml per uur uit te rekenen.
- Bepaal de benodigde lengte van de sonde: neem het uiteinde van sonde en meet de lengte vanaf het puntje van de neus via de oorlel naar uiteinde van het borstbeen (NEX: nose-earlobe- xyphoid). Tel 10 cm bij de gemeten lengte op. Het totaal is de lengte die moet worden ingebracht (NEX+10).