Doorgaans kunt u spreken van een (te) hoge onderdruk wanneer deze waarden stelselmatig boven de 90 mmHg a 100 mmHg zitten. Wel is het zo dat een te hoge onderdruk minder relevant is voor het bepalen van een hoge bloeddruk. Met andere woorden: de bovendruk is belangrijker voor de diagnose hoge bloeddruk.
Deze bestaat uit de boven- en de onderdruk. Er wordt gesproken van een bovendruk als uw hart samentrekt en bloed in uw lichaam pompt. Als uw hart daarna ontspant en zich weer vult met bloed, spreekt men van een onderdruk. Bij het meten van de hoogte van uw bloeddruk is de bovendruk het belangrijkst.
Vergelijk het met een waterslang wanneer de kraan uit staat of aan staat. Maar is een hoge onderdruk gevaarlijk? Het antwoord is ja. Een hoge onderdruk is zelfs nog gevaarlijker dan een hoge bovendruk.
Bij mensen ouder dan 40 is de systolische bloeddruk, het hoogste getal, belangrijker dan de diastolische bloeddruk. De systolische waarde is namelijk een betere voorspeller van een beroerte en hartaanval. Slechts een van de twee getallen hoeft maar hoger te zijn dan normaal en er is al sprake van een hoge bloeddruk.
Bij zeer hoge waarden kun je last hebben van hoofdpijn in het achterhoofd, sneller vermoeid geraken en vlugger kortademig. Je kunt wel symptomen hebben van de aandoeningen die aan de basis liggen van de hypertensie zoals algemene zwakte, misselijkheid, obstipatie, hartkloppingen, warmteopstoten.
Wanneer je voldoende intensief beweegt, stijgt de bovendruk in het bloed, terwijl de onderdruk dezelfde blijft. Na lichaamsbeweging die je sneller doet ademen en die je hart sneller doet slaan (aërobe lichaamsbeweging), zal je bloeddruk gedurende enkele uren dalen tot onder de rustdruk.
Een normale onderuk ligt tussen de 65 mmHg - 85 mmHg. Alles daaronder is dus aan de lage kant. Er zijn mensen die hele lagen onderdrukken hebben (onder de 50 mmHg komt voor, echter wel vrij zeldzaam). Bovendien is een te lage onderdruk veel minder gevaarlijk dan een hoge bovendruk.
Bij een verhoogde bloeddruk is de bovendruk hoger dan 140 mmHg en de onderdruk hoger dan 90 mmHg. De bloeddruk verandert voortdurend, afhankelijk van bijvoorbeeld emoties en activiteiten. Een aantal metingen op verschillende dagen is daarom vaak nodig om de diagnose hypertensie te kunnen stellen.
110/65 in het eerste levensjaar;115/75 tussen 1 en 5 jaar;125/85 tussen 6 en 10 jaar;140/90 boven de 10 jaar.
Als u vragen hebt over uw gezondheid, neem dan altijd contact op met een zorgverlener. Volgens nieuw onderzoek is systolische bloeddruk de beste manier om toekomstige cardiovasculaire gebeurtenissen en overlijden te voorspellen, ongeacht de leeftijd. Maar bij jongere mensen kan diastolische bloeddruk nog steeds belangrijk zijn.
Een 3-voudige bloeddrukmeting met korte tussenpozen verbetert de nauwkeurigheid, maar moet met zorg worden uitgevoerd. Te vaak achter elkaar meten kan ongemak en schade aan de bovenarm veroorzaken, afhankelijk van de conditie van de arm en het type bloeddrukmeter.
Meet u thuis uw bloeddrukwaarden, dan kan een bovendruk onder de 135 mmHg en een onderdruk onder de 85 mmHg gezien worden als een normale bloeddruk. Eén keer per jaar thuis meten is dan voldoende. Bij een bovendrukwaarde hoger dan 135 mmHg is het advies om een week lang iedere dag te meten.
Drink meer water. Zoals eerder genoemd kan zelfs water drinken je bloeddruk verlagen. Water drinken is goed voor de bloedsomloop en helpt om afvalstoffen te verwijderen. Drink daarom 1,5 tot 2 liter per dag.
Je gaat twee keer per dag je bloeddruk meten: 's ochtends tussen 6-9 uur en 's avonds tussen 18-21 uur. Buiten deze tijden zal de bloeddrukmeter niet meten.
Je hart zal harder moeten pompen om bloed rond te krijgen. Hierdoor kan stress uiteindelijk bijdragen aan een hoge boven- én onderdruk.
De Europese richtlijn (Visseren, 2021) beveelt aan om bij ouderen te streven naar een bloeddruk van systolisch bloeddruk < 140 mmHg en indien goed verdragen, tot < 130 mmHg.
De bloeddruk is voor de meeste mensen goed als de bovendruk lager is dan 135. De onderdruk moet lager dan 85 zijn.
Minder zout eten verlaagt je bloeddruk. Je let op zout door bijvoorbeeld kant-en-klaarmaaltijden, eten uit pakjes en zakje en zoute snacks zoveel mogelijk te laten staan. In verse, onbewerkte producten zit geen zout. En het zout dat je zelf over het eten strooit kun je vervangen door (verse) kruiden.
Een gezonde bloeddruk ligt onder 140/90 mmHg, maar het risico op hart- en vaatziekten neemt toe als de bloeddruk stijgt. Waarden vanaf 140/90 mmHg worden als hoge bloeddrukwaarden beschouwd. Ernstig verhoogde waarden zijn gevaarlijke bloeddrukwaarden en liggen boven 180/110 mmHg.
Als je dus op zoek bent naar wat extra bloeddrukverlagende voeding, volg dan een dieet met kaliumrijke producten. Je kunt hierbij denken aan groenten (spinazie, erwten, tomaten en zoete aardappelen), fruit (bananen, meloenen en abrikozen) en magere melk of yoghurt.
Behandeling met een hoge dosis paracetamol ging gepaard met een statistisch significante daling van de gemiddelde systolische bloeddruk van 4,5 mmHg (95%-BI: 0,5-8,4) 12 h na het begin van de behandeling.
Een normale bloeddruk ligt rond de 120/80 (bovendruk/onderdruk). Wanneer de bloeddruk lager ligt, rond de 90/60, wordt er gesproken van hypotensie.
Normale bloeddruk bij ouderen
Bij gezonde mensen van boven de 60 jaar wordt over het algemeen een bloeddruk van 160/90 mmHg aangehouden als te hoog. Bij gezondheidsklachten kun je het beste met de huisarts overleggen wat voor jou gezonde bloeddrukwaarden zijn.
In de periode tussen de eerste en de tweede bloeddrukmeting (waarbij dus de pols geteld wordt) dient de deelnemer rustig te blijven zitten, zonder te praten (aangezien bewegen en praten invloed heeft op de hoogte van de bloeddruk) Na de duplo-meting aan de arm zal de bloeddruk aan de enkel gemeten worden (bijlage 8c).