Auto's worden in verschillende dialecten en straattaal vaak aangeduid als waggie (straattaal), otto (Vlaams/informeel), wage(n) (Brabants/Limburgs), brik (Bargoens/oud) of kar. De uitspraak varieert sterk per regio, waarbij ôô-tô (met lange o) in Nederland soms chiquer of informeler klinkt dan de standaarduitspraak. Taalverhalen +5
De meest bekende straattaal woorden zijn toch wel waggie, osso en fissa. Waggie betekent auto.
Zo is er een duidelijke tweedeling ontstaan: de eerder Franse uitspraakvariant otto voor de informele spreektaal en de dialecten en de 'echte' Nederlandse uitspraak auto voor het AN, de standaardtaal. De Nederlandse elite-versie oo-to heeft in Vlaanderen nooit een rol gespeeld.
** Frans**: In het Frans is het woord "voiture". Het is een veelgebruikt woord in Frankrijk en Franstalige regio's. 3. **Duits**: Het Duitse woord voor auto is "auto". Dit is de meest gebruikte term in Duitsland. 4. **Italiaans**: In het Italiaans zeg je ook "auto", wat vergelijkbaar is met de Duitse term.
Het woord 'auto' hebben we rond het eind van de negentiende eeuw overgenomen uit het Frans. Daar werd het uitgesproken als 'oto', en zo zeiden Nederlanders het dus ook. Nou ja, de Nederlanders die zich in die tijd een auto konden veroorloven – de elite, dus.
OTO staat voor opleiden, trainen en oefenen. Het zijn geen synoniemen, maar onderdelen van een leerproces dat je helpt beter voorbereid te zijn op crisissituaties. Opleiden draait om kennis opdoen. Trainen is gericht op het aanleren van vaardigheden en procedures.
afkorting voor eenmalig : De korting wordt OTO gegeven. (Definitie van oto- uit het Cambridge Business English Dictionary © Cambridge University Press)
In de complete hypothetische woordenlijst van autotermen zijn er meer synoniemen voor 'auto' dan voor welk ander woord dan ook. Denk bijvoorbeeld aan 'raket', 'afgetrapt wrak', 'krat', 'rotzooi', 'krat', 'wrak' en natuurlijk de goede oude 'POS' .
Het eerste deel van het woord (auto) komt van het Griekse αυτος en betekent zelf. Het tweede deel van het woord (mobile, mobiel) komt van het Latijnse movere en betekent bewegen. De automobiel zoals wij hem nu kennen ontstond geleidelijk uit de door paarden getrokken rijtuigen en de fiets.
Carro . 'Carro' wordt veel gebruikt in de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Coche. 'Coche' wordt voornamelijk in Spanje gebruikt.
In het Limburgs zegt men 'Ik hou van jou' meestal als "Ich hou van dich" (of varianten zoals "ich hauw van dich", "ich haoj van dich", of in Maastrichts "iech haw vaan diech") en soms ook als "Ich leef dich", afhankelijk van het dialect, maar "ich hou van dich" is de meest voorkomende en directe vertaling, met "ich leef dich" (zie WikiWoordenboek) als een alternatief, volgens Mijnwoordenboek en een of andere Blog.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
waggie. Waggie is straattaa met als betekenis auto. Mooi woord, eigenlijk.
Leonardi Die Cabrio, Dropje, Marco Carsato en Klimgeit. Allemaal bijnamen van auto's.
Waggie (auto), skeer (arm), patta (schoen), doekoe (geld), fatoe (grap), panya (dronken) en yusu (serieus).
In het Latijn zijn er niet één enkel woord voor 'ja', maar worden verschillende woorden en uitdrukkingen gebruikt, zoals ita, sic, etiam (ook), of door het werkwoord te herhalen (bv. "Perfecistine?" "Perfeci"). Veelgebruikte bevestigende uitdrukkingen zijn ita est (zo is het) of ita vero (waarlijk zo).
Auto komt van het Franse leenwoord auto-mobiel en komt niet direct uit het Grieks.
kar, wagen, rijtuig, auto, bolide, statusblik, gerij. als synoniem van een ander trefwoord: auto (zn) : kar, wagen, bak, rijtuig, slee, automobiel, bolide, vehikel, brik, statusblik, rammelkast, gerij.
auto automobiel bus cabriolet jeep limousine machine motor pick-up rit stationwagen vrachtwagen bestelwagen wagen. STERK. emmer buggy compact vervoermiddel coupé hardtop hatchback hoop rammelbak sloopauto motorwagen roadster sedan subcompact wielen wrak.
Populaire namen zijn onder andere liefkozende namen zoals "Baby", "Babe" en "Betty". Namen met een krachtige uitstraling, zoals "Beast" en "Rocket", waren ook geliefd.
Betekenis van oto
Soort kleine uil, uil, bujio, currucao . Naam voor een man, variant Otto. Het is van Germaanse oorsprong en betekent 'rijk' of 'de gelukkige'.
Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands vermeldt dat veel termen uit de auto-industrie via het Frans in het Nederlands in gebruik kwamen. Wat ook kan hebben bijgedragen aan de verspreiding van de uitspraak 'oto', is dat alleen de elite zich een auto kon veroorloven.
Oto- is een voorvoegsel dat "oor" betekent. Het wordt vaak gebruikt in medische termen, met name in de anatomie en pathologie.