Sprieten zijn lange, dunne uitsteeksels, vaak gebruikt als synoniem voor sprieten van insecten (antennes), grassprieten, lange haren of antennes op apparatuur. Het kan ook verwijzen naar de spriettuigage op een schip, of figuurlijk worden gebruikt voor een lang en mager persoon. Encyclo +3
Spriet definities
uitdr.: Voorbeeld: 'op sprieten zetten, stellen': op stelten zetten, in beroering brengen Voorbeeld: 'In geen jaren was er op de gemeente iets voorgevallen dat de belangstelling der vrouwenwereld zo op sprieten zette' 2.
Spriet, ook wel als ligniet of met de verouderde term prits aangeduid, is een soort bruinkool. Het is een goedkope brandstof met een hoog zwavelgehalte. Spriet heeft een kastanjebruine kleur en bestaat uit niet geheel vergane plantenresten waaronder stukken takken en boomstammen.
spriet (zn) : spier, halm, grassprietje.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Nettere woorden voor poep zijn ontlasting, stoelgang, uitwerpselen, of de formelere medische termen feces en faeces; informeel kan ook drol of kak (hoewel minder netjes) worden gebruikt.
Definities die `sprietig` bevatten:
Tenger = 1) Breekbaar 2) Broos 3) Delicaat 4) Dun 5) Fragiel 6) Frêle 7) Fijn 8) Fijngebouwd 9) Fijngevoelig 10) Gevoelig 11) Graciel 12) Iel 13) Kwetsbaar 14) Lichtgebouwd 15) Mager 16) Onbeduidend 17) Pieterig 18) Rank 19) Slan...
Standaardtaal in het hele taalgebied zijn trekker en vloertrekker. Vloerwisser is in deze betekenis standaardtaal in Nederland. Als synoniem voor flesopener, kurkentrekker of scheurkalender is aftrekker geen standaardtaal.
1) Uitsteeksel 2) Wapen 3) Uitstekend hoofdhaar 4) Skelet 5) Stengel 6) Tastorgaan 7) Halm 8) Lang rond hout 9) Lang en dun uitgroeisel 10) Grashalm 11) Spier 12) Bruinkool 13) Lang en mager iemand 14) Sigaar 15) Lange grasstengel 16) Autoantenne 17) Loot 18) Kwartelkoning 19) Watervogel 20) Lang en mager per...
/sprɪnt/ zo snel mogelijk rennen over een korte afstand, bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd of omdat je haast hebt om ergens te komen : We moesten sprinten om de bus te halen.
sjezen (ww) : rennen, sprinten, spurten.
Techniektraining voor sprinten kan worden onderverdeeld in vijf fasen: start, acceleratie, aandrijffase, herstelfase en deceleratie .
Het is een stukje van de glasvezelkabel. We laten ze expres een klein stukje boven de grond uitsteken. Zo weten we precies waar de kabel ligt. “Het sprietje is eigenlijk een markering”, legt Jeroen uit.
Vrouwelijke ejaculatie is de wat nettere uitdrukking voor het spuitend klaarkomen bij vrouwen, ook wel sprietsen of sproeien genoemd. Squirting is de engelse benaming.
Om het duidelijk aan de kinderen uit te leggen, gebruiken we het woord voelsprieten, die functioneren als een soort antennes die signalen via je zintuigen oppakken. Via je ogen kun je zien. Kinderen die gevoelig zijn kunnen naast de gewone signalen ook goed aanvoelen wat er gaat gebeuren of hoe anderen zich voelen.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Iemand die graag drinkt, kan verschillende namen hebben, afhankelijk van de mate en het soort drinken: van informele termen zoals borrelaar, pimpelaar, slemper, of zuiper, tot meer beschrijvende termen zoals probleemdrinker als het problemen veroorzaakt, of alcoholist/alcoholverslaafde bij afhankelijkheid.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
mottig – misselijk – sick. Elke maandagmorgen plaats ik een Antwerps woordje, een woordje uit het dialect typisch voor Antwerpen.
Over Je bent pittig
Feestend en werkend, vooroordelen van zich afkaatsend, angsten bezwerend en continu op zoek naar haar ware pad wordt ze steeds pittiger, puntiger en harder in haar reacties.
/ˈwɪspi/ /ˈwɪspi/ Andere vormen: wispily; wispier; wispiest. Wispy beschrijft iets dat vaag of zwak is. Als je uitleg waarom je je moeder niet hebt geholpen met het schilderen van de keuken zwak was en haar niet hielp je redenen te begrijpen, zou je dat een wispy uitleg noemen.
In sociale situaties is het voldoende om te zeggen: " Ik moet naar het toilet ." Als het om een medische situatie gaat (bijvoorbeeld bij de dokter), kun je het gewoon een stoelgang noemen.
Ontlasting (of defecatie) volgt op de spijsvertering en is het noodzakelijke biologische proces waarbij organismen een vaste, halfvaste of vloeibare afvalstof, bekend als ontlasting (of feces), uit het spijsverteringskanaal verwijderen via de anus of cloaca.
toilet (zn) : wc, kabinet, gemak, privaat, plee, secreet, poepdoos, closet, wasgelegenheid, het kleinste kamertje, bestekamer, retirade, koer.