Vuiligheid = 1) Aak 2) Bocht 3) Drab 4) Drek 5) drel 6) Morsigheid 7) Obsceniteit 8) Onzuiverheden 9) Onzuiverheid 10) Schuinheid 11) Slonzigheid 12) Smeerlapperij 13) Smerigheid 14) Viesheid 15) Viespeukerij 16) Viezigheid 17) Vuil 18) V...
'Ewa drerrie' betekent: hé gast, en is afkomstig uit het Arabisch, aldus de VRT. Het heeft ook een positieve connotatie: je gebruikt het alleen om je tot een goede vriend te richten.
Skibidi heeft geen specifieke betekenis.Je gebruikt het woord als er iets raars of opvallends gebeurt. Voorbeeldzin: "What the skibidi, waarom loop je nu tegen die deur?"
't Is e snelle = het is een knappe (vrouw). Ipfrettn = opeten. Perseinn = rolluiken.
Volgens Frans Debrabandere in zijn West-Vlaams Zakwoordenboek betekent het 'trots, koket, behaagziek, graag mooi'. Wij gaan voor de eerste verklaring: 'trots'. Afhankelijk van de streek waarin we wonen zijn we 'preus lik fjirtig', 'preus lik fiftig' of 'indeliks preus'.
Aker, tob, ketel, marmiet en seule zijn allemaal dialectwoorden voor emmer.
Volgens nieuwssite Regio15 zou het gaan om een groep jongeren die op sociale media zou hebben afgesproken voor 'Herres op Skiffa', straattaal voor 'Scheveningen kapot maken'.
Een woordje uitleg voor wie toch niet helemaal mee is: mensen hebben rizz als ze veel stijl, charme en aantrekkingskracht hebben en met alle gemak flirten en iemand kunnen verleiden. Rizz zou afstammen van het woord 'charisma' en zou uitgevonden zijn door de populaire Youtuber en Twitch-streamer Kai Cenat.
Kun je ook zelf opzoeken mr hier: 'Bomboclaat is een combinatie van Bumbo en Claat, samengevoegd betekenen ze ~~~ toiletpapier of maandverband~~~. Bumbo is Jamaicaans voor Poep en Claat voor kleding. Er zijn verschillende variaties in de spelling, maar in het Jamaicaans is het Bumboclaat.
Niffo is Surinaams voor neef. De jongens scoorden hun eerste hit met het nummer Kijk daar.
Lang hadden vooral het Surinaams en Papiaments grote invloed op de straattaal, maar de laatste jaren is die steeds meer doorspekt geraakt met Marokkaans-Arabisch. Een minicursus: met sahbi spreek je een vriend aan, saaf – van het Arabische sarf, wisselgeld – is geld en ewa kun je zo'n beetje overal tussen gooien.
Een voorbeeld daarvan is 'kifesh', dit betekent 'hoe' in het Arabisch. Ook is een groot deel afkomstig uit het Surinaams. 'Fakka' is een veelgebruikt woord in de straattaal. Dit is een afkorting van 'fawaka', wat 'hoe gaat het?'
drel 'opdraaiing in touw of garen' en 'gedraaid garen'.
Oorspronkelijk had het woord 'trimard' een negatieve betekenis. Trimards waren zwervers of Franschmans die waren blijven hangen en vaak vele jaren niet terugkeerden naar hun officiële woonplaats in België. Ze leefden soms in gezelschap van een onwettige vrouw.
Het woord nondedjuuke/nondejuke wordt behalve in Limburg ook in Brabant gebruikt voor vlinderstrik. Naar de herkomst van dit dialectwoord moeten we gissen, al is er natuurlijk makkelijk een mooi verhaal bij te fantaseren met iemand die er moeite mee had het rond zijn hals te krijgen.
Aan het begin van de jaren 2020 van de 21e eeuw is het via sociale media weer in opkomst gekomen. Het woord is bedoeld als compliment en wordt gebruikt om aan te geven dat iets of iemand tof of heel gaaf wordt gevonden. Het woord slay betekent eigenlijk 'doden', maar dat is niet hoe mensen het gebruiken.
3. Iykyk. Dit is simpelweg een afkorting. Ikyky = if you know you know.
'Bro' en 'Bruh' komen allebei van het woord broer.
Daarom hoor je jongeren van om het even welke afkomst tegenwoordig ewa 'hé', kifasj 'hoe? ' of zina 'schatje' gebruiken.
Een satyr (Oudgrieks: σάτυρος, satyros) of sater is een figuur uit de Griekse mythologie. Het is een vrolijk en ondeugend boswezen, behorend tot het gevolg van de god Dionysos en heeft de taak van een vruchtbaarheidsgeest.
Osso is een bekende straattaalterm en Surinaams voor huis of thuis. In de Volkskrant leest u het doorgaans niet, maar osso is in Nederland al bijna net zo ingeburgerd als doekoe (Surinaams voor geld).
De algemene taal mist inderdaad de innigheid van het dialect, zij is louter omgangstaal met het oog op mensen van elders, op verrestaanden, op Jan en alleman. Spreek dus je dialect waar het wel nog kan: thuis, met familie en vrienden en bekenden, in informele situaties.
Het Limburgse 'kal' betekent dus 'taal' of 'praat' en 'sjael' betekent 'scheel'.