"Ben je flink" betekent meestal "ben je dapper", "doe je goed je best" of "hou je je sterk" (bijv. bij pijn of verdriet). Het is een compliment gericht op karakter of gedrag, vaak gebruikt om iemand (vooral kinderen) te prijzen om stoerheid, doorzettingsvermogen of goed gedrag. ANW (Algemeen Nederlands Woordenboek) +2
Flink definities
naamw. Uitspraak: [ flɪŋk ] 1) stevig en groot Voorbeelden: 'een flinke knul' , 'een flinke portie aardappels' Synoniemen: : fors, robuust een flinke eter (iemand die veel eet) 2) sterk van karakter Voorbeeld: 'Niet huilen, wees een flinke meid!'
(-er, -st), vlug, kloek. als trefwoord met bijbehorende synoniemen: flink (bn) : stevig, behoorlijk, pittig, belangrijk, gezond, sterk, echt, goed, knap, aardig, groot, fors, erg, aanzienlijk, degelijk, kras, robuust, potig, kranig, kwiek, fiks, struis, kloek, terdege, duchtig, aan de maat, pront.
Flink is een van de grootste flitsbezorgers binnen Europa. Anno 2021 liet de dienst weten dat zij boodschappen bezorgen bij zo'n 10 miljoen klanten vanuit 140 locaties in meer dan 60 Europese steden. In mei 2022 werd bekendgemaakt dat Flink het Franse Cajoo overneemt.
Het werkwoord “poepen” betekent in Nederland naar de WC gaan voor een grote boodschap. In het Vlaams “kakken”. Als Nederlander, moet je in Vlaanderen oppassen dat je niet het woord “poepen” gebruikt als je naar de WC gaat. In het Vlaams betekent dit seks hebben.
Synoniemen voor poepen variëren van neutraal tot informeel en plat, zoals zich ontlasten, zijn behoefte doen, drukken, kakken, en schijten, met grappige uitdrukkingen zoals "een bruine trui breien" of "een bommetje droppen".
Een "mooi" woord hangt af van de context, maar voor de vloerwisser zijn vloertrekker, vloerwisser (NL) of gewoon trekker standaardtaal; voor een flesopener zijn kurkentrekker, flesopener of kroontjeswipper (dialect) goede alternatieven, terwijl "aftrekker" zelf vaak als dialect (Belgisch) of informeel wordt gezien.
Andere woorden voor flink zijn aan de maat, aanmerkelijk, aanzienlijk, aardig, beduidend, behoorlijk, bevallig, danig, dapper, dik, doortastend, duchtig, enorm, ferm, fier, fiks, fors, fysiek sterk, geducht, glorieus, goedgebouwd, groots, heftig, knap, krachtig, maairijp, moedig, moreel sterk, moresterk, potig, prat, ...
Verwant met Middelnederlands vlinken. Oorspronkelijk in de betekenis 'vlug, behendig', (figuurlijk) 'vlug van begrip, pienter' voor het eerst aangetroffen in 1655. Deze betekenis is nog steeds behouden als bijwoord.
: het bezitten of tonen van mentale of morele kracht om gevaar, angst of moeilijkheden het hoofd te bieden ; het bezitten of tonen van moed; een dappere soldaat; een dappere glimlach. 2.
'flink' is een specifiek soort goed, dichter bij 'vaardig'. Het wordt gebruikt wanneer iemand goed is in iets, of iets goed heeft gedaan (!).
Het woord 'sesquipedalian' kan ook gebruikt worden om iemand of iets te beschrijven dat overmatig gebruik maakt van moeilijke woorden, zoals een filosofieprofessor of een scheikundeleerboek.
Waar komt iemand mores leren vandaan? Iemand mores leren betekent 'iemand flink de waarheid zeggen' of 'iemand (hard) straffen'.
als trefwoord met bijbehorende synoniemen: seks (zn) : nummertje, wip, gemeenschap, neukpartij, bijslaap, wippertje, copulatie, coïtus, cohabitatie, minnespel, liefdesdaad, geslachtsverkeer, geslachtsgemeenschap, geslachtsdaad.
Iemand die graag drinkt, kan verschillende namen hebben, afhankelijk van de mate en het soort drinken: van informele termen zoals borrelaar, pimpelaar, slemper, of zuiper, tot meer beschrijvende termen zoals probleemdrinker als het problemen veroorzaakt, of alcoholist/alcoholverslaafde bij afhankelijkheid.
Trekker, wisser, aftrekker.
achterste (zn) : achterwerk, bil, reet, zitvlak, bips, gat, kont, stuit, krent, aars, derrière, poeper, achterdeel. achterwerk (zn) : billen, achterste, zitvlak, bips, kont, derrière, brits, poeper, achterdeel, toges.
Poep(en) In Nederland wordt zich ontlasten gemeenzaam betiteld met het woord poepen. De Belg spreekt hier onder meer over kakken en – in kindertaal – kaka doen.
poep, ontlasting, uitwerpselen, excrementen, drekstoffen, feces. stront (zn) : poep, uitwerpselen, kak, schijt, shit, drek, merde, kaka.
Daar zijn woorden bij die in België wel bekend zijn, maar niet gebruikt worden – zoals doei, hartstikke, nou, onwijs, ouwehoeren – maar ook woorden die in België onbekend zijn, zoals chipknip, kinnesinne, ouwebeppen, sappelen, een wassen neus, de hand met iets lichten.
bil / dij | Vlaanderen.be.
Poep (ook wel ontlasting, uitwerpselen of met een duur woord fecaliën genoemd het wordt in de zorg ook wel DEF genoemd en dat staat voor defecatie.) is de naam voor onverteerbare restjes van het voedsel dat is gegeten.