Was en were zijn geen voltooid deelwoord (past participle) in het Engels, maar vormen van de onvoltooid verleden tijd (simple past) van het werkwoord to be. Het voltooid deelwoord van to be is been. Slimleren +4
Was is de gewone enkelvoudige verleden tijdsvorm van 'to be' voor zowel de eerste persoon enkelvoud ("ik was") als de derde persoon enkelvoud ("hij was"). Were is de gewone tweede persoon enkelvoud verleden tijdsvorm van 'to be' ("jij was") en alle meervoudige verleden tijdsvormen ("zij waren", "wij waren").
Vormen Top
de onvoltooid tegenwoordige tijd (of presens): hij woont, hij komt; de onvoltooid verleden tijd (of imperfectum): hij woonde, hij kwam; de voltooid tegenwoordige tijd (of perfectum): hij heeft gewoond, hij is gekomen; de voltooid verleden tijd (of plusquamperfectum): hij had gewoond, hij was gekomen.
Wanneer je 'was' of 'been' gebruikt, vorm je een voltooid deelwoord, dus je moet de voltooid deelwoordvorm van het werkwoord gebruiken.
Matthew Flourish Het voltooid deelwoord van "was" en "were" is BEEN .
De regel van 't kofschip (x)
Als de laatste letter van de stam wel in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -t. Als de laatste letter van de stam niet in 't kofschip staat: het voltooid deelwoord eindigt op -d.
Ezelsbruggetje: 't ex-kofschip
Dat zijn dus de letters: t, x, k, f, s, c, h, p. Kijk mee: Ik bak een taart → Stam eindigt op k (zit in het ex-kofschip), dus: ik bakte een taart. Hij mist de bal → Stam eindigt op s (zit in het ex-kofschip, dus: hij miste de bal.
'Use' werd gebruikt voor ik, hij, zij en het. 'Use' werd gebruikt voor jij, wij en zij . Ik had vanmorgen honger. Jij was gisteren in de tuin.
was is voor I , he , she , it en were bij they , we , you het betekent hetzelfde dus bv I was yesterday sick , ik was gisteren ziek. we were yesterday sick, wij waren gisteren ziek. alleen dan voor meerdere personen en dat is dan ook het verschil were is voor meer dan 1 persoon en was voor 1 persoon.
Beide zijn correct, maar ze worden in verschillende contexten gebruikt ! ✔️ "I was" is de correcte verleden tijdsvorm van het werkwoord "to be" wanneer je het hebt over reële situaties. Bijvoorbeeld: - Gisteren was ik thuis. ✔️ "I were" wordt gebruikt voor onwerkelijke of denkbeeldige situaties, vaak in voorwaardelijke zinnen of wensen.
Nee, 'jij wilt' is wel correct. Zowel de vorm jij wilt als jij wil (zonder -t) is correct. De regel waarin de -t verdwijnt bij willen, geldt alleen voor de derde persoon (hij of zij). Dus: 'Jij wilt een training volgen' en 'Jij wil een training volgen' zijn allebei correct.
Het rijtje ik, jij, hij, zij
Dat zijn de persoonlijke voornaamwoorden die het onderwerp van de zin zijn. Daarom worden ze ook wel de onderwerpsvorm genoemd. De bekendste van dit rijtje zijn 'ik', 'jij', 'hij' en 'zij'.
Antwoord. Beide vervoegingen zijn mogelijk, maar ze zijn niet in alle gevallen door elkaar te gebruiken. Als vergeten betekent 'niet bij zich hebben' of 'er niet aan gedacht hebben om iets te doen', is zowel hebben als zijn correct. Als het betekent 'zich niet meer herinneren', is alleen de vervoeging met zijn correct.
Uitleg dt-fouten in de tegenwoordige tijd
In de tegenwoordige tijd wordt bij de tweede persoon enkelvoud (je, jij) en bij de derde persoon enkelvoud (hij, zij, het) altijd een –t toegevoegd aan de ik-vorm. Dit hoeft niet als een werkwoord al eindigt op een –t (het is: hij zit en niet hij zitt).