Een vaccinatie wordt doorgaans uitgesteld bij koorts (≥ 38,5 °C) of ernstige ziekte. Ook bij gebruik van specifieke medicatie die niet samengaat met de vaccinatie, aanstaande operaties of bij twijfel over de gezondheidssituatie is uitstel mogelijk. Bespreek dit altijd met de jeugdarts, huisarts of GGD-medewerker. Het kortstondig uitstellen van een vaccinatie brengt de gezondheid van een kind in de regel niet in gevaar. Rijksvaccinatieprogramma.nl +5
De eerste vaccinatie kan ook een paar weken worden uitgesteld als vaccinatie bij 13 weken niet mogelijk is. Het standaardinterval tussen de eerste en tweede vaccinatie is 2 maanden (9 weken), met een minimuminterval van 6 weken.
*** Dezelfde interval als de primaire serie, tenzij anders aangegeven. ≥ 6 jaar: 2 doses (≥ 7 dagen). Als de interval sinds de laatste dosis ≥ 6 weken is, de primaire serie opnieuw starten. Niet aanbevolen. 2-5 jaar: 3 doses. > 6 jaar: 2 doses. 2-5 jaar: elke 6 maanden. Als de boosterprik meer dan 6 maanden wordt uitgesteld, moet de primaire serie worden herhaald .
Als iemand ernstig ziek is, kan de vaccinatie worden uitgesteld totdat hij of zij volledig hersteld is . Lichte ziekte zonder koorts of algehele malaise is geen geldige reden om de vaccinatie uit te stellen.
Het kan verstandig zijn om de vaccinaties van uw kind uit te stellen als het hoge koorts heeft (boven de 38,3 graden Celsius), een ernstige infectie zoals griep of longontsteking, een zeldzame aandoening die intraveneuze immunoglobulinetherapie (IVIG) vereist, kanker of een aandoening die het gebruik van hoge doses steroïden noodzakelijk maakt.
ð¶ð - Het uitstellen van vaccinatie kan uw kind en anderen in gevaar brengen : - Door uitstel zijn kinderen onbeschermd en kwetsbaar voor ernstige ziekten. - Sommige ziekten verspreiden zich snel en kunnen levensbedreigend zijn, vooral voor baby's en jonge kinderen. - Vaccins werken het beste wanneer ze op de aanbevolen leeftijd en tijd worden toegediend.
Tijdelijk uitstel van vaccinatie
Als iemand ernstig ziek is (bijvoorbeeld met koorts boven de 38,5 °C), kan de vaccinatie worden uitgesteld totdat die persoon volledig hersteld is . Dit om te voorkomen dat nieuwe symptomen of de verergering van symptomen ten onrechte aan het vaccin worden toegeschreven.
Onze bevindingen suggereren dat als het spreiden van vaccinaties betekent dat vaccinaties worden uitgesteld, kinderen een aanzienlijk risico lopen om niet alle aanbevolen vaccindoses te ontvangen . Het uitstellen van vaccinatie maakt jonge kinderen kwetsbaar voor ziekten.
De Task Force adviseert dierenartsen en eigenaren om de vaccinatieplek te controleren op zwellingen of bultjes met behulp van de "3-2-1"-regel. Een biopsie van een eventuele massa is gerechtvaardigd als deze (1) 3 maanden na vaccinatie nog steeds aanwezig is, (2) groter is dan 2 cm in diameter, of (3) in omvang toeneemt 1 maand na vaccinatie .
De tijd tussen vaccinaties varieert per vaccin en schema, maar in het Rijksvaccinatieprogramma zijn intervallen van 2-4 maanden gebruikelijk voor de eerste serie, met specifieke schema's zoals 2, 3, 5 maanden (DKTP-Hib-HepB) en een tweede rond 14 maanden (BMR), en daarna herhalingen met langere intervallen (bv. 9 jaar voor de tweede BMR-prik), afhankelijk of het een levend of geïnactiveerd vaccin is en of het deel uitmaakt van een serie. Voor volwassenen is vaak een interval van minimaal 1 maand tussen levende vaccins (zoals BMR) en kan tegelijk met inactieve vaccins worden gegeven.
Geen paniek. Studies tonen aan dat uitgestelde vaccinaties nog steeds veilig en effectief kunnen worden toegediend met behulp van een inhaalvaccinatieschema .
Voor het berekenen van de intervallen tussen doses geldt: 4 weken = 28 dagen. Intervallen van ≥4 maanden worden bepaald aan de hand van kalendermaanden. Binnen een getallenreeks (bijv. 12–18) moet een streepje (–) worden gelezen als "tot en met". Vaccindoses die ≤4 dagen vóór de minimumleeftijd of het minimuminterval zijn toegediend, worden als geldig beschouwd .
Bescherming opbouwen tegen ernstige ziekte
Door vaccinatie bouwt het lichaam bescherming op tegen ernstige ziekte door het coronavirus. Na vaccinatie gaat het lichaam heel snel aan de slag om antistoffen aan te maken. Deze antistoffen stijgen in de dagen tot twee weken na de vaccinatie.
Vermoed je dat je een uitnodigingsbrief hebt gemist, neem dan contact op met de JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg), een Centrum Jeugd en Gezin of de plaatselijke GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst) die de vaccinatie geeft.
Later starten met vaccineren. Er is geen medische reden om af te wijken van het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma. Later vaccineren brengt risico's met zich mee, omdat een kind langer onbeschermd is.
Mag ik gevaccineerd worden als ik ziek ben/ een verkoudheid heb? Bij lichte koorts, een verkoudheid of een beetje diarree kan u zonder probleem ingeënt worden. Bij hoge koorts (meer dan 38.5°C) worden vaccinaties beter uitgesteld.
Onze interne 24-uurs circadiane klok reguleert veel aspecten van de fysiologie, waaronder de reactie op infectieziekten en vaccinatie. Een nieuwe studie, gepubliceerd in het Journal of Biological Rhythms, toont aan dat de antistofspiegels hoger zijn wanneer mensen het SARS-CoV-2-vaccin 's middags ontvangen in vergelijking met 's ochtends .
De tijd tussen vaccinaties varieert per vaccin en schema, maar in het Rijksvaccinatieprogramma zijn intervallen van 2-4 maanden gebruikelijk voor de eerste serie, met specifieke schema's zoals 2, 3, 5 maanden (DKTP-Hib-HepB) en een tweede rond 14 maanden (BMR), en daarna herhalingen met langere intervallen (bv. 9 jaar voor de tweede BMR-prik), afhankelijk of het een levend of geïnactiveerd vaccin is en of het deel uitmaakt van een serie. Voor volwassenen is vaak een interval van minimaal 1 maand tussen levende vaccins (zoals BMR) en kan tegelijk met inactieve vaccins worden gegeven.
Om een vaccinatieafspraak te verzetten, kijk je naar de uitnodiging: voor kinder- of rijksvaccinaties kun je vaak online via een ouderportaal (met DigiD) of telefonisch contact opnemen met de GGD of CJG. Voor andere vaccinaties (zoals reis) zijn er andere contactgegevens; check de uitnodigingsbrief en bel de organisatie die je heeft uitgenodigd (bv. 0800-7070 voor corona).
Niet-gevaccineerde kinderen kunnen zwangere vrouwen, ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem besmetten die mogelijk niet gevaccineerd kunnen worden of een zwakke immuunrespons hebben . Tijdens ziekte-uitbraken kunnen niet-gevaccineerde kinderen van school of de kinderopvang worden geweerd om henzelf en anderen te beschermen.
In Nederland kunnen alle ouders hun kinderen laten vaccineren tegen infectieziektes. Deze prikken zijn gratis en vrijwillig. De prikken beschermen tegen een groot aantal ernstige ziektes, zoals kinkhoest, tetanus en polio. Als elk kind alle prikken haalt, is heel Nederland goed beschermd tegen deze ziektes.
Goed nieuws: milde verkoudheden zonder koorts of met slechts lichte symptomen (loopneus, niezen) hoeven meestal niet te worden uitgesteld — vaccinaties kunnen vaak gewoon doorgaan . Als uw kind matig of ernstig ziek is, koorts heeft of zich echt niet lekker voelt, wacht dan even en overleg met uw kinderarts.
Laat uw kind vaccineren als het ziek is.
Als uw kind koorts heeft, wacht dan tot het zich beter voelt voordat u het vaccin toedient . Als uw kind zich niet lekker voelt maar geen koorts heeft, overleg dan met een arts, verpleegkundige of wijkverpleegkundige of het vaccin toch toegediend kan worden.