Oorzaak dissociatieAls je hersenen veel negatieve prikkels krijgen, schakelen ze voor een deel uit. Zo kan je in bedreigende situaties vechten, vluchten of bevriezen. Als vechten of vluchten niet mogelijk is, vermindert je bewustzijn en ga je dissociëren. Dit kan gebeuren bij hevige stress of veel angst.
Ontstaan van de stoornis
Een dissociatieve stoornis hangt meestal samen met traumatische ervaringen. Denk bijvoorbeeld aan kindermishandeling, seksueel misbruik, of een groot verlies. Door dissociatie kan iemand nare gevoelens die naar boven komen door een traumatische ervaring wegdrukken en eraan ontsnappen.
Als je een dissociatieve stoornis hebt, lukt het je op momenten niet om gebruik te maken van het bewustzijn. Het is net of je uit je lichaam treedt: je staat los van jezelf. Dit kan een manier zijn om gedachten, emoties en (lichamelijke) gevoelens uit te schakelen en een angstige situatie niet bewust te beleven.
De oorzaken van derealisatie en depersonalisatie zijn divers en kunnen variëren van stress en slaapgebrek tot trauma's en middelengebruik. Het brein kan in stressvolle situaties een verdedigingsmechanisme inschakelen waarbij het de realiteit op een afstand plaatst.
Dissociatie gaat vaak gepaard met stilvallen, letterlijk en figuurlijk. In beweging komen helpt om weer in beweging te kunnen komen. Bewegen kan in het groot, zoals opstaan, gaan wandelen, of iets overgooien, maar ook in het klein. Soms is voorzichtig een vinger of voet bewegen een eerste haalbare stap.
Sommige mensen hebben tijdens hun eerste aanval het gevoel dood te gaan. In een mildere vorm hebben mensen het gevoel er niet helemaal bij te zijn. Vaak zeggen patiënten zich bewust te zijn van de mensen om hen heen, maar niet met hen te kunnen praten.
Probeer aardingstechnieken
Je zou het volgende kunnen proberen: Langzaam ademhalen terwijl je telt . Je afstemmen op verschillende geluiden om je heen. Op blote voeten lopen en opmerken hoe de grond aanvoelt.
Een dissociatieve periode kan minuten duren, maar ook (in ernstige gevallen) je hele leven. Dissociatieve amnesie komt waarschijnlijk het meeste voor, maar er bestaat nauwelijks onderzoek over (Bron: Hulpgids).
Bij mensen met een eerste psychotische episode is nog geen onderzoek gedaan naar dissociatie. Benieuwd hoe dit zit? Dissociatie is een (tijdelijke) verstoring van de integratie van bewustzijn, geheugen, identiteit, cognities of perceptie. Uit eerdere studies blijkt dat dissociatie vaak voorkomt bij mensen met psychose.
Bij derealisatie kan het helpen om je te ontspannen zodat je stress vermindert en het beschermingsmechanisme minder in werking hoeft te treden. Wat dan kan helpen is een Mindfulness oefening. Je richt je aandacht dan ook meer op je zintuigen en wordt je weer wat meer bewust van prikkels om je heen.
Dissociatie is vaak een reactie op een stressvolle situatie. Wanneer je lichaam in gevaar is of een situatie als gevaarlijk ervaart kan het op drie manieren reageren: vechten (fight), vluchten (flight) of bevriezen (freeze). Dit laatste is het geval bij dissociatie.
Ervaringen van derealisatie of depersonalisatie komen vaak voor en zijn niet gevaarlijk: ongeveer de helft van de mensen heeft zo'n ervaring minstens 1 keer in het leven meegemaakt. Denk hierbij aan het zich niet meer herinneren van de route die zojuist is gereden. Vaak speelt vermoeidheid hierin een rol.
Je kunt depersonalisatie zien als een verdedigingsmechanisme van het brein bij overprikkeling of langdurige stress. Het komt vaker voor bij mensen die in hun jeugd traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Ook bij mensen die drugs gebruiken, een middel dat het brein vermoeit. En bij paniek kan het ook voorkomen.
De 'dissociatie' is een angstige ervaring omdat je niet meer weet wat er gebeurt. Mensen met borderline kunnen ook paranoïde ideeën hebben en bijvoorbeeld denken dat ze worden achtervolgd. Voor iemand met borderline kan het zelfbeeld of zelfgevoel enorm veranderen.
Dissociatieve stoornissen en schizofrenie hebben een aantal overlappende symptomen, maar het zijn twee verschillende aandoeningen met verschillende oorzaken en behandelmethoden .
Psychosen kunnen dus verschillen oorzaken hebben: een onderliggende hersenstoornis (zoals schizofrenie), depressie, middelenmisbruik. Maar ook bij extreme angst of een gebrekkige realiteitstoetsing kunnen mensen minder heftige psychotische belevingen ervaren. Die noemen we wel micropsychosen, of randpsychosen.
Bij een dissociatieve stoornis heb je het gevoel dat je losraakt van jezelf of van je omgeving. Voor even denk, voel of zie je de dingen op een andere manier. Je lichaam voelt anders aan, je bent je minder bewust van dingen die om je heen gebeuren of je vergeet dingen. Soms weet je niet wat echt is en wat niet.
Sommige patiënten met PTSS ervaren prominente dissociatieve symptomen. Dissociatie verwijst naar onvolledige integratie van aspecten van identiteit, geheugen en bewustzijn , en wordt geassocieerd met niet-responsief ouderschap en psychologisch trauma, evenals met PTSS (1).
Probeer je aandacht meer naar buiten te richten. Bijvoorbeeld door even buiten een ommetje te maken en de frisse lucht te voelen. Wat veel mensen helpt is om hun voorhoofd en polsen koud te maken met water. Dit triggert de zogenaamde duikreflex waardoor je je alerter voelt en je lichaam actiever wordt.
Je kunt dissociatie zien als een “overlevingsstrategie”, een aanpassing aan extreme stress. Zowel bij een eenmalige traumatische gebeurtenis als bij herhaalde traumatische ervaringen kunnen mensen gaan dissociëren om te ontsnappen aan overweldigende gevoelens van angst, machteloosheid, hulpeloosheid en pijn.
Behandeling van DIS kan bestaan uit verschillende vormen van therapie, zoals psychotherapie, cognitieve of mentaliserende gedragstherapie en/of traumagerichte therapie (zoals EMDR). Ook vaktherapie en lichaamsgerichte therapie kunnen helpen.
Dissociatie is een toestand waarbij verschillende delen van de hersenen als gevolg van hevige angst niet meer met elkaar samenwerken waardoor gevoelens en herinneringen tijdelijk niet meer bewust worden waargenomen.