Een botscan (of skeletscintigrafie) van de heup wordt uitgevoerd om gedetailleerde informatie te krijgen over de botstructuur, stofwisseling en mogelijke aandoeningen in het heupgewricht die niet altijd op een gewone röntgenfoto zichtbaar zijn. Radboudumc
Een botbreuk diagnosticeren wanneer deze niet zichtbaar is op een gewone röntgenfoto (meestal heupfracturen, stressfracturen in de voeten of benen, of wervelfracturen). Een botinfectie (osteomyelitis) diagnosticeren. De oorzaak van botpijn vaststellen wanneer geen andere oorzaak is gevonden.
Een botscan (skeletscintigrafie) toont hogere activiteit van het skelet door afbraak en/of opbouw. Zogenaamde 'hotspots' in het botweefsel worden zo aangetoond. Deze 'hotspots' kunnen bijvoorbeeld wijzen op een ontstekingsreactie, infectie of juist een genezingsproces na een breuk.
Dit omvat problemen zoals uitzaaiingen (kanker) in de botten, botontstekingen, botbreuken en botinfecties . Deze scan geeft uw artsen meer informatie over uw aandoening en helpt hen bij het plannen van uw behandeling. Botscans worden uitgevoerd op onze afdeling nucleaire geneeskunde, met behulp van een gammacamera.
We voeren een botscan uit om meer informatie te krijgen over aandoeningen aan uw botten, gewrichten en/of prothesen. Dit onderzoek is met name geschikt voor aandoeningen waarbij er een sterke reactie van het bot optreedt.
Waarom zou ik een botscan nodig hebben? Botscans worden voornamelijk gebruikt om de verspreiding van uitgezaaide kanker op te sporen . Omdat kankercellen zich snel vermenigvuldigen, zullen ze op een botscan als een 'hot spot' zichtbaar zijn.
Voor een botscan krijg je een kleine, ongevaarlijke hoeveelheid radioactief materiaal ingespoten. Die stof verspreidt zich via het bloed, verzamelt zich in het bot en is zo zichtbaar voor een scanner. Op de botscan kan men op een uiterst nauwkeurige manier zien of de kanker zich verspreid heeft naar het skelet.
Uw scan wordt beoordeeld door een specialist en u ontvangt de resultaten binnen 1 à 2 weken . U krijgt de resultaten niet direct na de scan te zien.
Na de test
Een botscan heeft over het algemeen geen bijwerkingen en er is geen nazorg nodig . Mogelijk wordt u gevraagd om de volgende één of twee dagen veel water te drinken om de tracer uit uw lichaam te spoelen. De radioactiviteit van de tracer is meestal twee dagen na de scan volledig verdwenen.
Over het algemeen zijn er geen andere bijwerkingen . De botscan zelf is meestal pijnloos en gaat zelden gepaard met significant ongemak of bijwerkingen. Voor een skeletscintigrafie is geen verdoving nodig en sedatie is zelden noodzakelijk. De test kan oncomfortabel zijn als u gewrichts- of botpijn heeft.
Het is verstandig te letten op: vage pijn die s nachts erger wordt, de pijn zit vaak in of rond het bot of het gewricht. zwelling in de botten of rond de gewrichten. moeilijk of niet kunnen bewegen, stijfheid van gewrichten.
Spierpijn in de heup: Spierpijn begint meestal plotseling en voelt scherp aan. Het kan ontstaan door het tillen van zware voorwerpen of snelle bewegingen. U kunt het gevoel hebben dat uw spieren pijnlijk, gezwollen en moeilijk te bewegen zijn. Botpijn in de heup: Pijn die lang aanhoudt en diep aanvoelt, wordt vaak veroorzaakt door botproblemen .
De botscintigrafie geeft het aandeel van 'actieve osteo-artrose' weer bij chronische pijn-patiënten. Het laat toe de pijnpunten exact te lokaliseren, en te differentiëren bij: bv. laaglumbaal – SIG – heup.
Na de botscan
U hoeft niet speciale dingen te doen of te laten na het onderzoek. U heeft heel weinig radioactieve stof gekregen. Wat u wel heeft gekregen, is al heel snel uit uw lichaam. Het is ook niet schadelijk voor u en mensen in uw omgeving.
Een echografie van de heup maakt gebruik van geluidsgolven om afbeeldingen te produceren van de spieren, pezen, ligamenten, gewrichten, botten en weke delen van de heup . Het wordt gebruikt om afwijkingen te diagnosticeren en kan bij baby's worden gebruikt om te controleren op ontwikkelingsstoornissen van de heup. Echografie is veilig, niet-invasief en maakt geen gebruik van ioniserende straling.
Voor postmenopauzale vrouwen en mannen van 50 jaar en ouder wordt de T-score gebruikt voor diagnostische classificatie, als volgt: Een T-score van -1,0 of hoger duidt op een normale botdichtheid. Voorbeelden zijn 0,9, 0 en -0,9. Een T-score tussen -1,0 en -2,5 betekent dat er sprake is van een lage botmassa of osteopenie.
Afhankelijk van het te scannen lichaamsdeel kunt u mogelijk volledig aangekleed blijven . U dient echter wel kledingstukken met metalen sluitingen, zoals ritsen, haken of gespen, uit te trekken. In sommige gevallen moet u een ziekenhuisjas dragen.
Voor dit onderzoek is geen voorbereiding nodig. Tijdens de scan kunt u uw kleren aanhouden. Draag gemakkelijke kleding zoals een T-shirt en een joggingbroek. Let erop dat er geen metalen delen aan deze kleding zitten zoals ritsen of knopen.
Tijdens de wachttijd moet u 4 tot 6 glazen water drinken om eventuele resten van de tracer die zich niet in het botweefsel ophopen, weg te spoelen.
Na uw botscan kunt u zelf naar huis rijden, tenzij u medicatie tegen claustrofobie heeft ingenomen . Het grootste deel van het radioactieve materiaal is binnen 24 uur na de scan uit uw lichaam verdwenen. U hoeft contact met andere mensen niet te beperken.
Een botscan kan ontstekings- of infectiegebieden opsporen door een verhoogde absorptie van de tracer aan te tonen . Deze techniek is met name nuttig wanneer andere tests de infectiebron niet kunnen lokaliseren.
Als u zich klaarmaakt voor uw botscanafspraak: draag comfortabele kleding. Verwijder alle sieraden en metalen voorwerpen. U kunt gewoon eten en drinken .
Bij een botscan worden de botten en gewrichten in beeld gebracht. Het onderzoek kan om verschillende redenen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld bij mensen die pijnklachten in de botten hebben of mogelijk een ontsteking of uitzaaiingen in de botten.
De meest voorkomende zijn:
Er is niet één specifieke bloedwaarde die kanker definitief aantoont; artsen gebruiken tumormarkers zoals CEA, CA 125, en AFP, waarvan een verhoging kan wijzen op kanker, maar ook door andere (goedaardige) oorzaken kan komen, zoals ontsteking of roken; deze waarden zijn het meest nuttig voor het monitoren van de ziekte en behandeling, niet voor de initiële diagnose.