Symbool. De naam "euro" is in 1995 gekozen op een bijeenkomst van de Europese Raad in Madrid. Het euroteken (€) is de Griekse letter epsilon (Є), de eerste letter van het Griekse woord voor "Europa", waarin het horizontale streepje is vervangen door twee parallelle lijnen die voor stabiliteit staan.
Het symbool € is gebaseerd op de Griekse letter epsilon (Є), met de eerste letter in het woord "Europa" en met 2 parallelle lijnen die stabiliteit betekenen . De ISO-code voor de euro is EUR. Deze wordt gebruikt bij verwijzing naar eurobedragen zonder het symbool te gebruiken.
In 1991 besloten de regeringsleiders van de Europese lidstaten om een Economische Monetaire Unie i te vormen. Elf landen voerden per 4 januari 1999 officieel de euro in als betaalmiddel, hoewel ze pas per 1 januari 2002 ook euromunten en -biljetten zouden gaan uitgeven.
De koers van de euro wordt bepaald door vraag en aanbod op de wereldwijde valutamarkt. De waarde van de euro is te vergelijken met de andere landen en munten. De koers van de euro zal bijvoorbeeld stijgen wanneer de rente hier stijgt ten opzichte van bijvoorbeeld de dollar.
Tijdens een top in Madrid in 1995 werd door de Europese Raad besloten dat de Europese munt, naar een Duits voorstel, 'euro' ging heten. In eerdere Verdragen werd nog gebruikt gemaakt van de generieke benaming 'ecu' (European Currency Unit, maar ook in het Frans 'schild').
Germain Pirlot (Sart-Custinne, 18 maart 1943) is een gewezen Belgische leraar Frans en geschiedenis en Esperantist. Hij is echter vooral bekend als de bedenker van het woord 'euro' voor de gemeenschappelijke eenheidsmunt in Europa.
Twaalf Europese staten namen op 1 januari 2002 de euro aan als wettig betaalmiddel en begonnen hun nationale valuta geleidelijk af te schaffen. Groot-Brittannië, Zweden en Denemarken deden niet mee aan de eenheidsmunt .
De bestaande €500-bankbiljetten blijven wettig betaalmiddel, dat wil zeggen dat u ze nog steeds kunt uitgeven en sparen. Lees hierover meer op de website van de ECB.
Polen voldoet niet aan de richtlijnen die de Europese Commissie nodig acht om de eenheidsmunt in te voeren . Deze criteria omvatten prijsstabiliteit, gezonde en duurzame overheidsfinanciën, wisselkoersstabiliteit en langetermijnrentetarieven.
Op 1 januari 2002 kwamen in alle 12 eurolanden de eurobankbiljetten en -munten in omloop (E-day). Gedurende een beperkte periode (vier weken) kon zowel met guldens als met euro's contant worden betaald.Alle bank- en girorekeningen zijn (gratis en automatisch) omgezet in euro's.
De Tsjechische financiën zijn nog niet voldoende in orde om aan de criteria te voldoen die vereist zijn voor lidmaatschap van de monetaire unie. Daarnaast achten de toekomstige regeringspartners het momenteel nog niet wenselijk voor Tsjechië om tot de eurozone toe te treden.
1 cent munt is 6.000 euro waard.
Jacques Delors, gewezen voorzitter van de Europese Commissie, grondlegger van de euro en vooraanstaand politicus van de politieke linkervleugel in Frankrijk, is woensdag op de leeftijd van 98 jaar gestorven, zo heeft zijn dochter Martine Aubry bekendgemaakt.
Alle gangbare zijden zijn ontworpen door Luc Luycx. De munten hebben ook een nationale zijde met een afbeelding die specifiek is gekozen door het land dat de munt heeft uitgegeven. Euromunten uit elke lidstaat mogen vrij worden gebruikt in elk land dat de euro heeft ingevoerd.
Het eurosymbool - € - wordt in Duitstalige landen meestal achter het getal geplaatst. Soms ziet u echter het eurosymbool voor het getal staan, zoals gebruikelijk is bij het pondteken.
Afhankelijk van de conventie in het betreffende land kan het symbool vóór of na de waarde staan, bijvoorbeeld € 10 of € 10, vaak met een spatie ertussen.
Het bleek dat de belangrijkste redenen voor de weigering de onstabiele economische situatie in de Eurozone en de negatieve houding van burgers van de Tsjechische Republiek zijn. Trefwoorden: euro, de Tsjechische Republiek, Eurozone, economische integratie.
In een referendum in september 2003 stemde 55,9 procent tegen lidmaatschap van de eurozone. Als gevolg hiervan besloot Zweden in 2003 om voorlopig de euro niet in te voeren . Als ze vóór hadden gestemd, zou Zweden de euro op 1 januari 2006 hebben ingevoerd.
Denemarken trad in 1973 toe tot de Europese Unie . Het land heeft een opt-out uit de euro onderhandeld en is dus niet verplicht deze in te voeren .
Daarbij vervullen deze coupures een grote rol in het criminele circuit bij het witwassen van geld. Banken ontmoedigen het gebruik van de 200 en 500 eurobiljetten al een tijd, maar nu brengen ze ook extra kosten in rekening voor het afstorten van de biljetten op de bankrekening.
Het €500-biljet maakte geen deel uit van de Europa-serie en wordt sinds 27 april 2019 niet meer uitgegeven. Net als alle coupures van eurobankbiljetten behoudt het €500-biljet altijd zijn waarde en kan het op elk moment worden ingewisseld bij elke nationale centrale bank in de eurozone .
Eurobiljetten en -munten zijn een wettig betaalmiddel in de eurozone. Dit moet ook zo blijven. Iedereen die dat wil moet gebruik kunnen maken van cash. Door het afnemend gebruik stijgen de kosten per transactie.
Na een decennium van voorbereidingen werd de euro op 1 januari 1999 gelanceerd: de eerste drie jaar was het een 'onzichtbare' munteenheid, die alleen werd gebruikt voor boekhoudkundige doeleinden en elektronische betalingen. Munten en bankbiljetten werden op 1 januari 2002 gelanceerd en in 12 EU-landen vond de grootste contante omschakeling in de geschiedenis plaats.
Schotland gebruikt het pond sterling , wat het wettige betaalmiddel is in het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland). Het Britse pond wordt weergegeven door het symbool £ en de valutacode GBP.
Na tien jaar van voorbereidingen werd op 1 januari 1999 uiteindelijk de euro ingevoerd. De eerste drie jaar ging het nog om een "onzichtbare" valuta die uitsluitend voor boekhoudkundige doeleinden en in het elektronisch betalingsverkeer werd gebruikt.