Bepaalde genen die bekend staan als 'geconditioneerde genen' zouden in sommige gevallen alleen werken als ze via de moeder worden doorgegeven, en in andere gevallen alleen als ze via de vader worden doorgegeven. Intelligentie is een voorbeeld van zulke geconditioneerde genen die van de moeder moeten komen.
'Intelligentie hebben kinderen namelijk voornamelijk te dan- ken aan de genen die zij van hun moeder hebben geërfd. ' 'Vrouwen hebben twee X-chromosomen, terwijl mannen een X-Y-paar hebben', zo begint de verklaring. 'Op het X-chromosoom zitten tientallen genen die invloed hebben op intelligentie.
"Onderzoek heeft uitgewezen dat intelligentie grotendeels bepaald wordt door onze genen en onze omgeving, maar ook andere factoren kunnen een rol spelen." Om de genetische component voor intelligentie te bepalen, bestudeerden wetenschappers in het verleden al meermaals het IQ van tweelingen.
We erven heel wat zichtbare en minder zichtbare kenmerken van onze ouders, zoals de kleur van huid en ogen, lichaamsbouw en bepaalde karaktertrekjes. Soms erven we ook bepaalde ziektes van hen.
Uit de studies is gebleken dat ongeveer 70% van het IQ erfelijk is en dat de overige 30% door omgevingsfactoren wordt bepaald. Wat bepaalt nog meer intelligentie? Gezondheid, slaap, beweging, kwaliteit van het onderwijs en andere omgevingsfactoren kunnen de intelligentie beïnvloeden.
Toch bleek de beste voorspeller voor intelligentie het IQ van de moeder te zijn. Desondanks willen onderzoekers benadrukken dat genetica niet de enige bepalende factor voor intelligentie is. Slechts 40 tot 60 procent van de intelligentie zou genetisch worden doorgegeven, de rest hangt af van de omgeving.
Van ieder gen erf je een versie van je moeder en een versie van je vader. In de genen die van je ouders kreeg, zitten weer exemplaren van hun ouders, enzovoort. De exemplaren die jij van je (voor)ouders hebt geërfd, bepalen je eigenschappen, bijvoorbeeld je haarkleur of de kleur van je ogen.
Een grondbeginsel van elementaire biologie is dat mitochondriën — de energiecentrales van de cel — en hun DNA uitsluitend van moeders worden geërfd. Een provocerende studie suggereert dat vaders ook af en toe bijdragen.
Over chromosomen, DNA en genen
Het DNA bevat codes waarin onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Dit zijn de genen. Elk gen beschrijft de code van een kenmerk, die (mee)bepaalt hoe iemand er uit ziet of hoe iemands lichaam werkt. Ieder mens heeft circa 20.000 genen: de erfelijke eigenschappen.
Je kind krijgt van zowel jou als je partner precies hetzelfde aantal genen mee. Deze bepalen niet alleen het uiterlijk van jullie baby, maar ook deels zijn gedrag. Ook kan je kind een aandoening of ziekte 'erven'. Welkom in de complexe wereld van de erfelijkheid!
Er wordt gedacht dat intelligentie een van de geconditioneerde genen is die van de moeder moet komen. Laboratoriumonderzoeken met genetisch gemodificeerde muizen lieten zien dat muizen met een extra dosis maternale genen grotere hoofden en hersenen ontwikkelden, maar kleine lichamen hadden.
Ontwikkeling van intelligentie
De ontwikkeling van de intelligentie van je kind hangt af van het samenspel tussen de aangeboren aanleg en de omgeving waarin het opgroeit. Een stimulerende omgeving helpt bijvoorbeeld de intelligentie te ontwikkelen die je kind via de genen heeft meegekregen.
Het is bekend dat zowel genetische als omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen . Deze factoren mengen zich om individuele verschillen in cognitieve vermogens te creëren. Genetische eigenschappen, zoals erfelijkheid van intelligentie, zijn erg belangrijk. Ze bepalen hoe slim iemand kan zijn.
Vrouwen erven een X-chromosoom van de moeder en een X -chromosoom van de vader. Mannen krijgen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader. Je moeder en vader geven ieder de helft van hun DNA door. Die halvering zet niet automatisch door naar de generaties daarvoor.
Belangrijke deelkenmerken van hoogbegaafdheid die je bij hoogbegaafde kinderen kunt herkennen zijn in ieder geval de volgende: nieuwsgierigheid, voorsprong in ontwikkeling, goed geheugen, leergierigheid, creativiteit, asynchrone ontwikkeling, complex denken, hooggevoeligheid en een sterk rechtvaardigheidsgevoel.
“Uit onderzoek weten we dat intelligentie voor zeker vijftig procent erfelijk is bepaald. Als dat zo is, gaat het niet om het opleidingsniveau van de moeder op zich, maar om haar intelligentie”, zegt Plug. “Een intelligente vrouw met een onderwijsachterstand kan ook slimme kinderen krijgen.”
Genen doorgeven
Van ieder gen erf je een versie van je vader en van je moeder. Welke versie je ouders doorgeven, ligt er ook weer aan welke versie zij van hun vader en moeder hebben gekregen. Enzovoorts. De genen van vader en moeder samen bepalen welke eigenschappen jij krijgt.
In hun onderzoek naar tweelingen hebben wetenschappers ontdekt dat persoonlijkheid grofweg tussen de 30% en 60% erfelijk is . Hoe de eigenschappen die we erven tot uiting komen, hangt vaak af van zaken als onze opvoeding, levenservaringen en sociale invloeden. Het feit is dat *zowel* genetica als omgeving onze individuele persoonlijkheden beïnvloeden.
Onderzoek heeft aangetoond dat het belangrijkste gen dat met kaalheid in verband wordt gebracht op het X-chromosoom zit. Omdat er vijftig procent kans is dat dit X-chromosoom door je grootvader aan je moeder is doorgeven, is de kaalheid van je opa aan moederszijde een goede voorspeller van jouw toekomstige kaalheid.
Een goede moeder wordt gezien als iemand die onvoorwaardelijke liefde, steun en toewijding biedt aan haar kinderen. Ze zorgt ervoor dat haar kroost gezond en veilig is, terwijl ze hen de ruimte geeft om te groeien en te ontwikkelen.
Y-chromosoom-erfenis bij mannen
Zoals eerder vermeld, erven mannen een X-chromosoom van hun moeder en een Y-chromosoom van hun vader.
De dominante eigenschap is degene die als eerste zichtbaar verschijnt of zich zichtbaar uitdrukt in het organisme . Bijvoorbeeld: Bij mensen zien we een V-vormige haarlijn, amandelvormige ogen, rechtshandigheid, losstaande oorlellen, etc.
Een liefdevolle moeder zal op gelijkwaardig niveau met haar kind willen communiceren, begrip willen tonen, zich zoveel mogelijk willen inleven in haar kind, willen luisteren naar de behoeftes en verlangens en zich steeds afstemmen daarop.
Hoe kan het dat broers en zussen soms helemaal niet op elkaar lijken? Ze hebben dezelfde ouders, dezelfde opvoeding en vaak dezelfde omgeving. En toch kunnen ze zowel van binnen als van buiten enorm verschillen. Het antwoord ligt in de wereld van genen en DNA.