Ja, dyslexie komt vaker voor binnen gezinnen (bij broers en zussen) omdat het een erfelijke aandoening is. De Praatmaat Groep +1
Het is niet ongebruikelijk dat een kind met dyslexie een direct familielid heeft dat deze aandoening ook heeft . Ook komt het vaak voor dat twee of meer kinderen in een gezin deze leerstoornis hebben. Het kan lastig zijn om te achterhalen of een ouder familielid dyslexie heeft als hij of zij de school verliet voordat de diagnose werd gesteld.
Dyslexie is voor een deel erfelijk. Dat wil zeggen dat de kans groter is dat een kind dyslexie heeft als één van de ouders dyslexie heeft. Kinderen van wie één van de ouders dyslexie heeft, hebben ongeveer een vier keer grotere kans om dyslexie te ontwikkelen dan kinderen van wie de ouders geen dyslexie hebben.
Volgens de International Dyslexia Association heeft 5 tot 10% van de bevolking last van dyslexie. Dit betekent dat miljoenen mensen wereldwijd met deze aandoening worstelen. Dyslexie komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes en is vaak erfelijk.
Familiair risico
Dat familiaire risico is fors, weten we uit de literatuur. Kinderen met één of twee dyslectische ouders hebben een 3-4 keer grotere kans om zelf dyslexie te ontwikkelen. Er is al best veel onderzoek gedaan naar kinderen met een risico op dyslexie.
Zowel moeders als vaders kunnen dyslexie doorgeven aan hun kinderen als een van beide ouders het heeft . De kans dat een kind dyslexie ontwikkelt als een van de ouders het heeft, is ongeveer 50% tot 60%.
Beroemde mensen met dyslexie
De 4 D's: Dyslexie, Dyspraxie, Dysgrafie en Dyscalculie - Genius Within CIC
Dyslexie gaat vaak samen met andere problemen en stoornissen. We noemen dit comorbiditeit. Het is het samengaan van één of meerdere stoornissen. Uit onderzoek blijkt dat stoornissen zoals ADD, dyslexie en autisme vaker dan gemiddeld in combinatie met elkaar kunnen voorkomen.
Ouders vrezen vaak dat een diagnose dyslexie betekent dat hun kind minder intelligent is dan leeftijdsgenoten. Dyslexie is echter niet voorbehouden aan een bepaald intelligentieniveau ; het kan voorkomen bij mensen met een gemiddelde, bovengemiddelde en zeer begaafde intelligentie.
Problemen met lezen en spellen zijn de primaire symptomen van dyslexie. Daarnaast hebben kinderen met dyslexie vaak moeite met begrijpend lezen, vreemde talen en het automatiseren van rekenvaardigheden. Deze laatste drie symptomen worden ook wel de secundaire symptomen van dyslexie genoemd.
Als één van de ouders dyslexie heeft, is de kans dat hun kind ook dyslexie heeft ongeveer 33%. Als beide ouders dyslexie hebben, stijgt die kans naar ongeveer 66%. Opvallend is dat zelfs als geen van beide ouders dyslexie heeft, maar een grootouder wel, het toch via de familielijn kan worden doorgegeven .
De drie essentiële criteria voor de diagnose dyslexie zijn ernst (ernstige achterstand in lezen/spellen), hardnekkigheid (problemen blijven bestaan ondanks extra hulp) en exclusiviteit (de problemen zijn niet te verklaren door andere oorzaken zoals verstandelijke beperking, onderwijsachterstand of zintuiglijke problemen). Deze criteria worden gebruikt bij het stellen van de diagnose en bepalen of iemand in aanmerking komt voor vergoede dyslexiezorg in Nederland.
Kinderen (en volwassenen) met dyslexie maken meer spellingfouten dan leeftijdsgenoten. De spellingfouten die zij maken zijn niet anders. In veel gevallen zijn de fouten fonetisch correct: als je het woord uitspreekt zoals het is geschreven, klinkt het woord zoals het hoort.
De belangrijkste les die ik heb geleerd, is dat dyslexie veel meer inhoudt dan alleen moeite met lezen en schrijven. Dyslexie betekent dat je denkt en informatie verwerkt met de rechter hersenhelft, in plaats van de linker, waar neurotypische mensen denken .
Dyslexie is een psychisch probleem. Artikel 2.3 van de Jeugdwet beperkt de voorzieningenplicht niet tot problemen vanwege EED en sluit andere vormen van dyslexie ook niet uit. In artikel 1.1 van de Jeugdwet wordt een definitiebepaling van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen gegeven.
Wat er precies misgaat in de hersenen van dyslectische kinderen is nog niet helemaal duidelijk. Ten tweede is er een verkregen vorm van dyslexie. Dit betreft de situatie waarbij op latere leeftijd leesproblemen ontstaan.
Ongeveer 3 op de 10 mensen met dyslexie hebben ook ADHD . En als je ADHD hebt, is de kans zes keer groter dan bij de meeste mensen dat je een psychische aandoening of een leerstoornis zoals dyslexie hebt. Maar ADHD hebben betekent niet dat je dyslexie krijgt. Dyslexie veroorzaakt ook geen ADHD.
Dyslexie en dyscalculie
De leerproblemen komen niet dóór ADHD, maar doordat de erfelijke aanleg op ADHD ook het risico verhoogt op problemen met lezen, spelling, en rekenen. Kinderen met ADHD hebben vaak moeite om zich te concentreren en kunnen erg druk en impulsief zijn.
Volgens Feifer en De Fina is diepe dyslexie een zeldzame vorm van dyslexie. Personen met deze leesstoornis hebben doorgaans moeite met het lezen van woorden met een abstracte betekenis. Daarom zijn ze vaak sterk afhankelijk van semantiek om de betekenis van geschreven tekst te achterhalen.
Dyslexie kan niet worden 'verholpen' door constant te blijven oefenen, maar door jouw leerlingen met dyslexie te ondersteunen met fonologische training (zoals rijmspelletjes en klankkaarten) en visuele ondersteuning (zie tip 3) maak je het ze wel makkelijker om de lesstof zo goed mogelijk onder de knie te krijgen.
Dyslexie en autisme zijn twee verschillende soorten stoornissen . Dyslexie is een leerstoornis waarbij iemand moeite heeft met het interpreteren van woorden, de uitspraak en de spelling. Autisme, of autismespectrumstoornis, is een ontwikkelingsstoornis waarbij de hersenen geluid en kleuren op een andere manier verwerken dan bij een gemiddeld brein.
Mensen met dyslexie blinken vaak uit in creatieve vakgebieden zoals kunst, design en storytelling . Onze hersenen zijn geprogrammeerd om visueel te denken, waardoor we goed zijn in het bedenken van unieke ideeën en het zien van verbanden die anderen misschien niet zien.
Kinderen met dyslexie zijn vaak creatief van aard. Dat blijkt uit dit onderzoek (Tafti et al., 2009). Hun algehele creativiteit is groter, maar ook hun vermogen tot creatief denken. Dyslectische kinderen komen daardoor sneller tot vindingrijke oplossingen voor problemen.
Het gaat hierbij om een heel kleine groep. Hoogbegaafde kinderen met dyslexie hebben – naast de in deze richtlijn uitgebreid omschreven kenmerken van dyslexie – vaak sterke redeneer- en probleemoplossingsvaardigheden, een uitgebreide woordenschat en een scherp gevoel voor humor.