Ja, er kunnen goedaardige knobbels of tumoren in de longen zitten die geen kanker zijn. Hoewel elke ongebruikelijke verdichting op een CT-scan verder onderzocht moet worden, zijn veel gevonden bolletjes in de longen goedaardig en groeien ze niet door weefsels heen of zaaien ze niet uit. Kanker.nl +1
Het kan gebeuren dat cellen delen zonder dat het noodzakelijk is voor het lichaam. Deze woekerende cellen kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn. Zowel goedaardige als kwaadaardige cellen kunnen een gezwel (tumor) vormen.
Bij longkanker zonder uitzaaiingen is vaak een operatie mogelijk. De thoraxchirurg haalt dan de tumor met een stukje long daaromheen weg. Soms is het nodig om een groter deel van de long of de hele long weg te halen. Ook uw lymfeklieren worden verwijderd.
Klachten die je kan merken:
De meeste mensen met longkanker krijgen pas laat klachten. De kanker is dan meestal al groot. De kanker is vaak ook al uitgezaaid. De kanker zit dan niet in 1 long, maar bijvoorbeeld ook in de andere long.
Longkanker kan gedurende twintig jaar onopgemerkt aanwezig zijn in je lichaam voordat het muteert tot een agressieve ziekte, dat blijkt uit een nieuw Brits onderzoek. Eenmaal de cellen na zo een lange latente fase muteren, is het veel moeilijker om de ziekte te bestrijden.
In het begin zijn de klachten en symptomen van longkanker meestal vaag. U kunt bijvoorbeeld veel hoesten of moe zijn. Deze klachten lijken op een griepje of verkoudheid. Daarom gaan mensen vaak pas laat naar de (huis)arts en wordt de diagnose longkanker laat gesteld.
Ja, longkanker kan in sommige gevallen al in het bloed worden aangetoond met gespecialiseerde tests (liquid biopsies) die DNA-fragmenten of biomarkers van tumoren detecteren, wat helpt bij vroege opsporing en het bepalen van de beste behandeling, hoewel dit nog niet de standaard is voor routineonderzoek bij iedereen. Hoewel een bloedtest alleen zelden de volledige diagnose stelt, is het een steeds belangrijkere stap in de diagnose en monitoring, naast traditionele methoden zoals longfoto's.
Stadium 1 (a1-3 of b): Er is alleen een kleine tumor in de long (max 4 cm). Stadium 2a: De tumor is iets groter (max 5 cm). Stadium 2b: De tumor is nog iets groter (max 7 cm) en/of er kunnen kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren van de long waar de tumor zit.
Goedaardige tumoren
Een goedaardige tumor is geen kanker. Het gezwel groeit niet door andere weefsels heen. Ook kan het niet uitzaaien naar andere organen. Een goedaardige tumor kan wel tegen omliggende weefsels of organen drukken.
Een individuele prognose is lastig te geven, maar in het algemeen is de gemiddelde levensduur van patiënten met stadium 3 niet-kleincellig longkanker, zonder behandeling ongeveer een half jaar tot een jaar.
Kleincellig. Kleincellige longkanker groeit sneller en zaait makkelijk uit. Als kleincellige longkanker ontdekt wordt, heeft iemand vaak al uitzaaiingen. Ongeveer 1 op de 5 patiënten heeft deze agressieve vorm.
De symptomen van longkanker zijn soms lastig op te merken. De long heeft geen pijnreceptoren, dus hebben mensen meestal geen klachten. De longvliezen en borstkaswand hebben wel pijnreceptoren. Als een tumor die organen ook aandoet, kan pijn ontstaan.
In de meeste gevallen hoeven goedaardige tumoren niet behandeld te worden , omdat ze zeer langzaam groeien, of helemaal niet. Uw zorgteam kan u wel doorverwijzen voor regelmatige beeldvormende onderzoeken om eventuele veranderingen aan de tumor in de gaten te houden.
Longkanker zaait meestal als eerste uit naar de lymfeklieren in de buurt van de longen (tussen de longen, in de borstkas, hals), en kan zich dan verder verspreiden naar de botten, lever, hersenen en de andere long. De eerste uitzaaiing is vaak regionaal naar de omliggende lymfeklieren, maar de ziekte kan zich snel verspreiden, vooral bij kleincellige longkanker.
Goedaardige tumor verwijderen of niet? Goedaardige longtumoren zullen meestal niet veranderen in kwaadaardige tumoren. Daarom wordt een goedaardige tumor over het algemeen niet verwijderd. Een longoperatie is een grote ingreep die niet zonder risico's is.
De chemotherapie wordt in kuren gegeven. Dat betekent dat de chemotherapie een paar dagen worden gegeven met daarna twee of drie weken rust. Het aantal kuren kan wisselen, maar meestal zijn het er ongeveer zes. Het is van tevoren niet bekend hoe de tumor zal reageren op de behandeling met chemotherapie.
Wat kan u helpen?
Bij een biopsie neemt de arts een stukje weefsel weg uit de afwijking in je long. Of uit de uitzaaiing. Zo'n stukje weefsel heet een biopt. Zo weet de arts zeker of je longkanker hebt.
Op een longfoto kan een longtumor niet altijd goed te zien zijn. Dit kan worden veroorzaakt door een kleine diameter, maar ook doordat de tumor schuil gaat achter een andere structuur in de borstkas. De CT scan kan dan wel een tumor zichtbaar maken.
Hoe snel groeit longkanker? De tijdspanne tussen de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en het ontstaan van kankercellen bedraagt vele jaren (soms meer dan 20 jaar). Eens de kankercellen er zijn, groeien ze aan hun eigen specifieke snelheid.
Het calciumgehalte is soms verhoogd bij patiënten met longkanker. Dit kan hartritmestoornissen, krampen en andere lichamelijke klachten geven. Is het calciumgehalte te hoog, dan moet dit met behulp van medicijnen en een vochtinfuus worden gecorrigeerd om de klachten te verminderen.
Roken. Roken is de grootste risicofactor voor longkanker. Ruim 80% van de mensen met longkanker rookt of heeft gerookt. Ook mensen die zelf niet roken maar wel veel in rokerige ruimtes zijn hebben meer risico op longkanker.
Een hoest bij longkanker klinkt vaak als een hardnekkige, droge prikkelhoest die niet overgaat, soms scherper dan normaal, die langer dan enkele weken aanhoudt en kan verergeren, vooral bij rokers, en kan gepaard gaan met bloed bij het ophoesten, wat een belangrijk signaal is. Andere kenmerken zijn meer slijm, kortademigheid, heesheid en een longontsteking die niet geneest, zelfs niet met antibiotica.
De 10 belangrijkste alarmsignalen voor kanker zijn: onverklaarbaar gewichtsverlies, aanhoudende vermoeidheid, veranderingen in de stoelgang (bloed/slijm/ritme), problemen bij het plassen (bloed/moeilijk), bloedverlies of afwijkende afscheiding uit vagina/tepel, aanhoudende heesheid/hoest (met bloed), een knobbeltje/verdikking die niet weggaat, een huidplek die niet geneest, problemen met slikken en nieuwe/veranderende moedervlekken. Raadpleeg bij twijfel altijd een arts, zeker als klachten langer dan twee weken aanhouden.