De Wmo is speciaal bedoeld voor mensen die wat extra hulp nodig hebben. Met de Wmo wil de overheid mensen met een beperking, ouderen en andere kwetsbare groepen helpen zodat ze langer zelfstandig kunnen blijven wonen en actief deel kunnen blijven nemen aan de samenleving.
De Wmo is er dus voor iedereen met een lichamelijke, psychiatrische, verstandelijke of psychosociale handicap of beperking.
De gemeente ondersteunt mensen met een ziekte of beperking en kwetsbare ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen en mee te kunnen doen in de samenleving. Dit is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
U komt in aanmerking voor een Wmo-voorziening als u voldoet aan de volgende voorwaarden: U bent niet meer zelfredzaam en u kunt niet meer meedoen in de samenleving omdat u een aandoening of een beperking hebt. Of omdat u langdurige zorg nodig hebt. U hebt geen of onvoldoende mogelijkheden het zelf op te lossen.
U kunt een aanvraag doen als u vanwege een chronische aandoening, beperking, psychologische problemen of ouderdom sommige dingen thuis niet meer zelf kunt doen. Of als u een andere Wmo-voorziening nodig heeft die het mogelijk maakt uw dagelijks leven te blijven leiden zoals u wil.
Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor de Wmo-ondersteuning die zij mensen thuis bieden. Voor de meeste Wmo-hulp betaalt u een eigen bijdrage van maximaal € 21,- per maand (bedrag 2025).
huishoudelijke hulp. individuele begeleiding in het dagelijks leven. begeleiding bij persoonlijke verzorging. begeleiding in een groep (dagbesteding)
De Wmo is grotendeels gericht op mensen vanaf 18 jaar die zelfstandig wonen. Zorg voor kinderen wordt vanuit andere wetten vergoed. Toch kunt u als ouder van een zorgkind met de Wmo te maken krijgen.
Bij de berekening van de eigen bijdrage kijken we ook naar vermogen zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. In 2024 werken we met de toetsbedragen van € 31.747 (alleenstaand) en € 63.494 (met partner): Het vermogen tot het toetsbedrag telt niet mee voor de eigen bijdrage.
Voorzieningen die niet worden geregeld via de Wmo zijn: Hulpmiddelen voor tijdelijk gebruik (krukken, rollators , een douchestoel) Indien u een tijdelijk hulpmiddel nodig heeft, moet u contact opnemen met de thuiszorgwinkel, het thuiszorguitleenmagazijn of uw zorgverzekeraar.
De gemeente mag geen inkomensgrens stellen voor hulp uit de Wmo (officieel Wmo 2015). Wel kunnen gemeenten een eigen bijdrage vragen voor voorzieningen en hulpmiddelen uit de Wmo.
In een onderzoek (meestal een gesprek) stelt de gemeente met u vast wat u nodig heeft. Voor sommige voorzieningen geldt een eigen bijdrage.
De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) biedt ondersteuning en voorzieningen zoals huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, vervoersmogelijkheden, woningaanpassingen en persoonlijke verzorging. Om in aanmerking te komen voor ondersteuning via de Wmo, moet je altijd eerst contact opnemen met jouw gemeente.
Andere onderwerpen tijdens het gesprek
In het gesprek gaat het ook over de volgende dingen: hoe je de ondersteuning kunt betalen – met een persoonsgebonden budget (PGB) of Zorg in Natura (ZiN); hoe het gaat op je werk en of je wel genoeg geld hebt om te leven; of je mantelzorger goede ondersteuning krijgt.
omvang van 40 uur per week. Deze normtijden worden gebruikt bij het berekenen van de totale benodigde tijd voor de activiteiten met betrekking tot kinderen. Hiervoor wordt de normtijd vermenigvuldigd met het aantal keer per dag en het aantal keer per week.
Kort gezegd komt het erop neer dat u via de Wmo een vergoeding kunt krijgen voor alle ondersteuning in en om het huis, zoals aanpassingen in de woning, huishoudelijke hulp en vervoersvoorzieningen. Ook ondersteunt de Wmo zaken als mantelzorg (hulp van familie en vrienden), vrijwilligerswerk en voorlichting.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) - Mantelzorgelijk.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er voor iedereen die, ondanks hulp van familie, buren of vrienden, niet volledig zelfstandig kan functioneren.
De Wmo-vervoersvoorziening is bedoeld voor burgers die niet langer in staat zijn om hun vervoer, zoals reizen met de auto, bus of trein, zelfstandig of met behulp van familie of vrienden te regelen. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn bij iemand met een beperking (handicap) of psychische aandoening.
In de Wmo staat: uiterlijk binnen 6 weken na de melding. Door drukte lukt dat niet altijd. De gemeente zal u dan laten weten hoe lang het duurt.
Bij de berekening van de eigen bijdrage kijken we ook naar vermogen zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning. In 2025 telt een vermogen vanaf € 33.748 (alleenstaand) of € 67.496 (met partner) mee.
Vanaf 1 januari 2024 verandert uw eigen bijdrage (het abonnementstarief) voor hulp of ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De eigen bijdrage wijzigt van € 19,- naar maximaal € 20,60 per maand.
U betaalt voor de meeste WMO hulp en ondersteuning € 19,- per maand. Deze bijdrage wordt het abonnementstarief genoemd. Het abonnementstarief geldt voor alle maatwerkvoorzieningen en voor algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie.