Beide vormen bestaan en zijn correct, afhankelijk van de tijd en het onderwerp. Viert wordt gebruikt in de tegenwoordige tijd (hij/zij/je viert feest). Vierde (enkelvoud) of vierden (meervoud) wordt gebruikt in de verleden tijd. "Vierd" zonder -e is niet correct als werkwoordsvorm. Woordenlijst.org +2
Eindigt met 'd', 't' of 'en'
Een voltooid deelwoord eindigt vaak op een 'd' (geverfd, ontvoerd, hersteld), 't' (gewerkt, bedankt, verrast) of 'en' (bedrogen, verzonnen, ontworpen).
"Beleefd" wordt altijd met een d geschreven, zowel als bijvoeglijk naamwoord (een beleefd persoon) als in de vervoegingen van het werkwoord "beleven" (ik beleefde, wij beleefden), omdat de stam van beleven (belev) eindigt op een v, en 'v' in het 't kofschip niet voorkomt, wat een 'd' als uitgang vereist in de verleden tijd.
Het correcte woord is gebeld, de 't' in "gebelt" is fout; het voltooid deelwoord van het werkwoord 'bellen' wordt gevormd met een 'd', net zoals in "belde" (onvoltooid verleden tijd) of "heeft gebeld", omdat 'bellen' een zwak werkwoord is.
ik herhaal, jij herhaalt, hij herhaalt, wij herhalen. ik herhaalde, wij herhaalden. ik heb herhaald.
"Vult" is de correcte vorm in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het vult, jij vult), terwijl "vuld" een verouderde vorm is, en "gevuld" het voltooid deelwoord is (bv. "heeft gevuld"). Je gebruikt "vult" voor het actieve werkwoord in het nu, en "gevuld" om een toestand aan te geven die voltooid is (bv. "de emmer is gevuld").
Wat is de verleden tijd van geleiden? De verleden tijd van geleiden is 'geleidde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft geleid'.
Voltooid deelwoord = stam + d/t
Die bestaat uit een vorm van het hulpwerkwoord “zijn” of “hebben” en een voltooid deelwoord. De werkwoorden waarvan de werkwoordstam op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “t” erachter. Werkwoorden waarvan de stam niet op een letter uit 't kofschip eindigt, krijgen een “d”.
Alle andere medeklinkers en alle klinkers zijn stemhebbend. Als we de regel van 't kofschip op verhuizen toepassen, volgt daaruit dat dit zwakke werkwoord met -de wordt vervoegd; de stam is immers [verhuiz]. Het voltooid deelwoord van verhuizen is verhuisd.
Als de stam eindigt op een van de klanken van 't kofschip, laat dan het voltooid deelwoord eindigen op een -t. In voorbeeld d): gewerkt. Andere voorbeelden: koken/gekookt, lappen/gelapt, sissen/gesist.
werkwoord (gebruikt met object)
Een dag vieren of een gebeurtenis herdenken met ceremonies of festiviteiten.
De beste rijmwoorden voor viert
In zinnen met vier op de vijf, twee op de drie en drie op de tien past de meervoudige persoonsvorm het best bij de telwoorden twee, drie, vier, enz. Deze telwoorden gaan immers meestal samen met een meervoud. Alleen 'Vier leerlingen zijn geslaagd' is immers goed.
Het is altijd gewild (met een 'd'), omdat het voltooid deelwoord van het werkwoord 'willen' onregelmatig is en niet de 't' krijgt volgens de 't kofschip'-regel; de stam van 'willen' is 'wil', maar het voltooid deelwoord is 'gewild', niet 'gewilt'. Je schrijft het dus als 'ik heb gewild', 'jij hebt gewild', 'hij heeft gewild', enzovoort.
Als je twijfelt of het woord met een -d of een -t moet eindigen, kun je het ook altijd langer maken. Je hoort dan welke letter er aan het eind van het voltooid deelwoord moet komen staan. gespeeld wordt gespeelde. Je hoort een -d.
Het is konden (meervoud) en kon (enkelvoud) in de verleden tijd; 'konnen' is een foutieve spelling, maar de verwarring is logisch omdat 'kunnen' in de tegenwoordige tijd ook 'kunnen' (meervoud) en 'kan' (enkelvoud) heeft. 'Konden' gebruik je voor 'wij', 'jullie' en 'zij', terwijl 'kon' voor 'ik', 'jij' en 'hij/zij/het' is.
Het correcte is verhoogd (met een d), omdat de stam van het werkwoord 'verhogen' eindigt op een 'g', wat geen letter uit het 'kofschip' (k, f, sch, p) is, en het voltooid deelwoord altijd een 'd' krijgt als de stam niet op een letter uit het 'kofschip' eindigt. Je gebruikt 'verhoogd' als voltooid deelwoord in combinatie met 'hebben' of 'zijn', zoals in 'het is verhoogd' of 'ik heb het verhoogd'.
Bij het vervoegen van een werkwoord neem je altijd de stam: onthouden - onthoud.