In de meeste gevallen is het aan te bevelen om na een vergrotende trap (zoals jonger, beter, groter) + dan de vorm jij te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm.
In iemand als jij, een man zoals hij, een minister als zij, mensen als wij, mensen zoals jij en ik, enz. is volgens de taalnorm telkens alleen de onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord juist. Dat betekent dat alleen ik, jij, hij, zij, wij en zij juist zijn.
Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is ik de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is mij correct.
Er zijn ook gevallen waarin het persoonlijk voornaamwoord na dan géén onderwerp is, maar lijdend of meewerkend voorwerp. Dan is dan mij, dan jou, dan hem/haar, dan ons, dan hen of dan hun goed. Bijvoorbeeld: Ik nodig hem liever uit dan jou.
Fout: Zij is slimmer als haar zus. Correct: Zij is slimmer dan haar zus.
In sommige gevallen is zowel jij als jou mogelijk na dan, maar dan is er een betekenisverschil. Als het voornaamwoord de functie van onderwerp vervult, is jij de correcte vorm. Als het om een lijdend of meewerkend voorwerp gaat, is jou correct.
Het antwoord op de vraag is hetzelfde als het antwoord op deze vraag: "Is het 'ik' of 'mij'?" - namelijk: "Het hangt ervan af wat je wilt zeggen." De regel is om "ik" te gebruiken wanneer je onderwerpen vergelijkt en "mij" wanneer je objecten vergelijkt . Dus: Zij is slimmer dan ik (= dan ik ben).
Twijfel tussen jij en jou is ook mogelijk na behalve.
Behalve jij is correct als er een band is met het onderwerp van de zin. Behalve jou is correct als er een band is met een ander zinsdeel dan het onderwerp.
Houd is goed in bijvoorbeeld: 'Ik houd de deur open', 'Houd jij de deur open? ' en 'Houd de deur open! ' Houdt is goed in bijvoorbeeld: 'Jij houdt de deur open', 'Maaike houdt de deur open' en 'Houdt u de deur open?
Voor de tweede persoon enkelvoud gebruiken we meestal 'je'. We gebruiken 'jouw' alleen als we de nadruk willen leggen . Voorbeelden: Waar is je boek?
Na een gelijkheid (stellende trap) schrijf je als. Na een ongelijkheid (vergrotende trap) schrijf je dan. Maak de zin langer om te horen welk persoonlijk voornaamwoord achter als of dan komt.
In het Nederlands lijkt het erop dat we twee opties hebben: zowel 'beter als' als 'beter dan' komen in de spreektaal veel voor. Maar toch wordt maar één van deze vormen als 'correct' gezien, en dat is 'beter dan'.
Het hangt ervan af of je het onderwerp of het lijdend voorwerp van het werkwoord bent. In dit geval zou het technisch gezien "beter dan ik" moeten zijn, omdat er niets met je gebeurt; je bent er gewoon. Maar het zou veranderen in "mij" als iemand anders een handeling met jullie beiden zou verrichten: "De leraar vindt haar leuker dan mij."
In de meeste gevallen is het aan te bevelen om na een stellende trap van vergelijking (zoals even blij, (net) zo belangrijk) + als de vorm jij te gebruiken, omdat de zin een onderwerpsvorm vereist. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm.
'Ik' is een onderwerpvoornaamwoord, en het onderwerp is de persoon of het ding dat de actie uitvoert, zoals in 'Ik ging naar de winkel'. 'Mij' is een lijdend voorwerp, en het lijdend voorwerp is de persoon of het ding waarop de actie plaatsvindt, zoals in 'Alex vond me leuk'. Gebruik 'jij' en 'ik' wanneer het onderwerp van de zin is; gebruik 'jij' en 'mij' wanneer het lijdend voorwerp van de zin is .
Nee, 'jij wilt' is wel correct. Zowel de vorm jij wilt als jij wil (zonder -t) is correct. De regel waarin de -t verdwijnt bij willen, geldt alleen voor de derde persoon (hij of zij). Dus: 'Jij wilt een training volgen' en 'Jij wil een training volgen' zijn allebei correct.
Zij is een persoonlijk voornaamwoord (derde persoon enkelvoud of meervoud), terwijl zei een vorm van het werkwoord “zeggen” is.
U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ik ben groter dan jij (bent), en niet Ik ben groter dan jou* (bent). Ik ben groter dan jij. Hij heeft een grotere schoenmaat dan jij.
Jouw geeft altijd aan dat iets 'van iemand' is. Het duidt dus op bezit, bijvoorbeeld in 'Is dat jouw telefoon? ' Jou geeft geen bezit aan. Het past in zinnen als 'Ik geef jou mijn telefoon.
De correcte vervoeging is je/jij vindt.
Als het onderwerp je/jij achter de persoonsvorm staat, is de correcte vervoeging vind je/jij. Bij combinaties met je is het niet altijd even duidelijk of je het onderwerp van de zin is.
Als het een voorzetsel is, is "dan mij" correct , omdat "mij" het lijdend voorwerp van het voorzetsel is. Maar als het een voegwoord is, is "dan ik" correct, omdat "ik" het onderwerp is van een impliciet werkwoord: "Hij is ouder dan ik ben."
' Dan mij ' is correct. 'Dan' wordt gebruikt voor vergelijking. De voornaamwoorden die na 'dan' komen, zijn dus allemaal objecten in een zin. We gebruiken dus 'hem', 'haar', 'hen', 'mij'.
Uitleg: De zin ' He is stronger than me ' is grammatisch correct in informeel Engels. In formeel Engels wordt echter vaak de voorkeur gegeven aan 'I' in plaats van 'me' na 'than'. De gecorrigeerde zin is daarom 'He is stronger than I'.