Het is jouw voorstel (met een -w). Omdat 'voorstel' bezit of een relatie tot jou aangeeft (het is van jou), gebruik je het bezittelijk voornaamwoord jouw, vergelijkbaar met 'mijn' of 'zijn'. Onze Taal +2
Jouw geeft altijd aan dat iets 'van iemand' is. Het duidt dus op bezit, bijvoorbeeld in 'Is dat jouw telefoon? ' Jou geeft geen bezit aan. Het past in zinnen als 'Ik geef jou mijn telefoon.
Als je het kunt vervangen door het persoonlijk voornaamwoord “hem”, is het “jou”. Als je het kunt vervangen door het bezittelijk naamwoord “zijn”, is het “jouw”.
"Jou" is een persoonlijk voornaamwoord (ik zie jou), terwijl "jouw" een bezittelijk voornaamwoord is (jouw fiets). Een ezelsbruggetje: vervang het door "hem" (dan is het jou) of "zijn" (dan is het jouw); als het door "uw" vervangen kan worden, gebruik je "jouw" (uw fiets).
Juiste vorm: de trainer geeft jou de boeken. Zij vraagt aan hem de planning. Zij vraagt aan jou de planning.
Jou is een persoonlijk voornaamwoord, jouw is een bezittelijk voornaamwoord.
'Jouw' (4 letters, wel een w) is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst dus naar bezit: 'ik heb jouw fiets geleend'. 'Jou' (3 letters, geen w) is een persoonlijk voornaamwoord en verwijst naar een persoon: 'Ik heb jou zien fietsen'.
Jouw – mét een W – schrijven we alleen zo als het woord zelf meteen ook het bezit aangeeft. Andere bezittelijke voornaamwoorden zijn: mijn, uw, zijn, haar, ons/onze, jullie en hun. Ook bij het woord jou – zonder de W – kan er sprake zijn van bezit: De hond van jou is daar een goed voorbeeld van.
Het juiste antwoord is optie b) van jou .
Jouw dag is correct. In dit geval wordt “jouw” gevolgd door een zelfstandig naamwoord en er is sprake van een bezitsrelatie.
Het is 'liefs van jouw valentijn'. Alleen als je echt Valentijn héét, kun je 'liefs van jouw Valentijn' schrijven. Valentijn is eigenlijk een eigennaam. Er was ooit een Sint-Valentijn, en ook tegenwoordig zijn er mensen die Valentijn heten.
Jouw (en uw) is een bezittelijk voornaamwoord. Een bezittelijk voornaamwoord geeft aan dat iets van jou (of een ander) is. Bezittelijke voornaamwoorden zijn onder andere: jouw, mijn, haar, zijn, onze, uw. In deze zin wordt dat goed duidelijk: Het is nog steeds jouw geld, dus ik geef het aan jou terug.
Een gouden verjaardagsfeest wordt ook wel een champagneverjaardag genoemd. Dat is toepasselijk, want champagne roept altijd een feestelijk gevoel op! Hier lees je hoe je een champagnefeest kunt organiseren.
Het woord jou gebruik je dus om te verwijzen naar een persoon. Bijvoorbeeld: 'Ik heb jou gisteren opgehaald' of 'Mijn moeder zag jou door de stad lopen'. Het woord 'jouw' wordt dus gebruikt om bezit aan te duiden. Een voorbeeld hiervan is: 'Is dat jouw tas?
Een voorstel is een voorgesteld plan of aanbod . Nadat iedereen in het restaurant het huwelijksaanzoek had gehoord, keken ze in stilte toe, wachtend op je antwoord.
Als bezittelijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud kan zowel de volle vorm jouw als de gereduceerde vorm je gebruikt worden. Jouw is nadrukkelijker dan je. Als er geen speciale nadruk nodig is, wordt in de praktijk vaker voor je dan voor jouw gekozen.
'Ik wens jouw een mooi 2018' is geen juiste zin. Jouw is een bezittelijk voornaamwoord, dat past in een zin als 'Hopelijk wordt 2018 jouw jaar. ' Wie twijfelt tussen jou en jouw, kan het woord u of uw invullen: 'Hopelijk wordt 2018 uw jaar' is wel een goede zin, 'Ik wens uw een mooi 2018' niet.
"Is dit jouw pen?" — "jouw" is een bezittelijk bijvoeglijk naamwoord, geen bezittelijk voornaamwoord, maar de zin is correct. "Is deze pen van jou?" — "van jou" is een correct bezittelijk voornaamwoord.
Is het 'de trui' of 'het trui'?
Het is 'de trui', want trui is mannelijk en vrouwelijk. Als je het aanwijst is het 'die trui'.
Je kunt ook zeggen:
Deze vakantie was zonder noemenswaardige gebeurtenissen . Ik heb me prima vermaakt tijdens deze bizarre vakantie. Het was een fantastische vakantie. Ik wou alleen dat hij langer had geduurd.
Hoe gaat het met jou is correct. In dit geval is er geen sprake van een bezitsrelatie en “jou” wordt niet gevolgd door een zelfstandig naamwoord, dus de vorm zonder w is correct.
Het is vind jij in een vraagzin omdat het onderwerp ('jij') achter de persoonsvorm ('vind') staat; 'vindt jij' is fout, net zoals 'vind je' correct is en 'vindt je' niet. Het ezelsbruggetje is: staat 'jij' (of 'je') achter het werkwoord, dan vervalt de 't' (stam + geen t), staat het ervoor (bv. 'jij vindt'), dan blijft de 't' staan (stam + t).
De correcte vorm is bij jou thuis.
Thuis is in deze constructie een bijwoord van plaats dat bij jou nader bepaalt: 'niet bij jou op het werk of bij jou op school, maar bij jou thuis'. Op dezelfde manier zeggen we ook bij mij thuis, bij hem thuis of bij Lisa thuis.
In de uitspraak valt de d vrijwel altijd weg en is het dus ik hou van jou. Dit gebruik dringt ook steeds meer door in de geschreven taal. Literaire uitgevers hebben daarom vaak een voorkeur voor deze vorm, zeker als het gaat om de weergave van een conversatie.